← België

Cassatiebeschikking 13355 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.355 Rolnummer: A. 228012/XIV-38042 Zaak: Cassatiebeschikking 13355 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-24 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-21 22:30 Fiche Beschikking nr 13.355 van 11 juni 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.355 van 11 juni 2019 in de zaak A. 228.012/XIV-38.042 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Julien Wolsey kantoor houdend te 1060 Brussel Verbindingslaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 29 april 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 218.729 van 25 maart 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 9 mei 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Naar luid van artikel 57/5quater, § 1, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) vormen “de notities van het persoonlijk onderhoud […] een getrouwe weergave van de vragen die aan de verzoeker werden gesteld en van zijn antwoorden”. Deze bepaling houdt geen verbod in om de verklaringen van de betrokkene, die vanuit de brontaal door een tolk in het Engels werden vertaald, in het Nederlands op te nemen. XIV-38.042-1/2 Verzoeker wijst erop dat hij voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “de objectiviteit van de ambtenaar van het CGVS nooit kritiseerde maar enkel zijn taalkundige bekwaamheid om een gelijktijdige vertaling van de woorden van de tolk van het Engels naar het Nederlands te maken”. Verzoeker “blijft denken” dat de notities geen getrouwe weergave vormen van de vragen en antwoorden, doch met dergelijke vage opmerking toont hij geen schending aan van het voornoemde artikel 57/5quater, §
  2. Verzoeker verwijst in ondergeschikte orde naar de punten 24, 27 en 29 van zijn verzoekschrift tot beroep doch daarin heeft hij nergens gewag gemaakt van een eventuele verkeerde weergave van zijn verklaringen in de notities van het commissariaat- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op elf juni tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.042-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.355 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.