← België

Cassatiebeschikking 13358 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.358 Rolnummer: A. 228006/XIV-38040 Zaak: Cassatiebeschikking 13358 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-13 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-21 22:26 Fiche Beschikking nr 13.358 van 11 juni 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.358 van 11 juni 2019 in de zaak A. 228.006/XIV-38.040 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Chantal Dierckx kantoor houdend te 3700 Tongeren Kogelstraat 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 april 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 219.020 van 27 maart 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 9 mei 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Noch de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, noch artikel 62 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet), noch de zorgvuldigheidsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur zijn van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Verzoeker laat ook niet gelden dat de inhoud van één van deze bepalingen of van dat beginsel zou zijn geschonden met het bestreden arrest. XIV-38.040-1/4 Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
  2. Uit het bestreden arrest en het dossier van de zaak blijkt dat in het verslag van de ambtenaar-geneesheer van 13 juli 2018, waarop de aanvankelijk bestreden beslissing is gesteund, wordt besloten dat “de levercirrose ten gevolge van alcoholisme en een chronische hepatitis C infectie, de hartritmestoornissen en de depressie, hoewel deze kunnen worden beschouwd als een medische problematiek die een reëel risico zou kunnen inhouden voor het leven of de fysieke integriteit van [verzoeker] indien deze niet adequaat opgevolgd en behandeld worden, geen reëel risico inhouden op een onmenselijke of vernederende behandeling, gezien opvolging en behandeling beschikbaar en toegankelijk zijn in Armenië”. Verzoeker is van oordeel dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voornoemde conclusie in strijd met artikel 9ter van de vreemdelingenwet had moeten bevinden omdat de beschikbaarheid en toegankelijkheid van opvolging en behandeling van de aandoening niet aan de orde zijn bij een reëel risico voor het leven of de fysieke integriteit van de betrokkene. In het besluit van het advies van de ambtenaar-geneesheer van 13 juli 2018 wordt enkel in de voorwaardelijke wijs aangegeven dat verzoekers aandoeningen kunnen worden beschouwd als een medische problematiek die een reëel risico “zou kunnen” inhouden voor zijn leven of fysieke integriteit indien er geen adequate opvolging of behandeling is. Verzoeker gaat voorbij aan de vaststellingen die deze conclusie voorafgaan, met name dat de genezing van het hepatitis C-virus wordt bevestigd in verzoekers meest recente standaard medisch getuigschrift, dat er “geen tekens [zijn] dat betrokkene een levercarcinoom aan het ontwikkelen zou zijn”, dat “de aanwezigheid van een risicofactor, hepatitis C, […] de kans [verhoogt] om kanker te ontwikkelen (3%), maar […] niet noodzakelijk [is], noch voldoende, om leverkanker te veroorzaken”, dat “levercirrose ten gevolge van alcoholmisbruik (ethylisme) […] volledig omkeerbaar [is] bij stoppen met alcohol drinken”, dat verzoeker “wel klinisch, echografisch en met regelmatige bloednames (leverfunctie) trimestrieel [dient] opgevolgd te worden, maar [er] heden […] dus geen argumenten [zijn] om te besluiten tot een levensbedreigende situatie, noch acuut, noch op korte termijn”, dat verzoeker op 15 februari 2018 opnieuw een cardioloog heeft geconsulteerd met de klacht van hartritmestoornissen “waarbij het klinisch onderzoek en de technische onderzoeken een stabiele cardiologische toestand aantonen en behoud van de XIV-38.040-2/4 reeds ingestelde medicamenteuze therapie wordt voorgesteld”, dat, wat het risico op zelfmoord betreft, “betrokkene […] gedurende de laatste 7 jaar nooit gehospitaliseerd [werd] wegens een suïcidepoging (noch wegens psychotische decompensatie), zodat de persoonlijke historiek van [verzoeker] geen tendens tot suïcide aangeeft” en dat “op basis van de vermelde medische gegevens kan worden afgeleid dat [verzoeker] kan reizen, geen nood heeft aan mantelzorg om medische redenen en niet arbeidsongeschikt is”. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft dan ook op wettige wijze in het bestreden arrest vastgesteld dat verzoeker uitgaat van een onvolledige lezing van het medisch advies van 13 juli 2018 en dat de ambtenaar-geneesheer er in geen geval van uitgaat dat voldaan is aan de eerste hypothese van artikel 9ter van de vreemdelingenwet. Er wordt immers niet vastgesteld dat er een reëel risico is voor verzoekers leven of fysieke integriteit, waarna zou zijn nagegaan of een behandeling en opvolging mogelijk en toegankelijk zijn in het land van herkomst en de aanvraag om die reden zou zijn verworpen. Er wordt integendeel vastgesteld dat er geen reëel risico is voor verzoekers leven of fysieke integriteit, dat dit risico “zou kunnen” bestaan bij gebrek aan beschikbare en toegankelijke behandeling en opvolging en dat deze behandeling en opvolging wel degelijk beschikbaar en toegankelijk zijn in het land van herkomst. Verzoeker gaat uit van een verkeerde lezing van zowel het bestreden arrest als het medisch advies van 13 juli 2018 en toont derhalve geen schending aan van artikel 9ter van de vreemdelingenwet. Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond.
  3. Verzoeker is van oordeel dat het gezag van gewijsde van de arresten nr. 183.621 van 9 maart 2017 en nr. 198.472 van 24 januari 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zijn geschonden met het bestreden arrest. Hij gaat er echter aan voorbij dat het bestreden arrest betrekking heeft op een andere beslissing en op een ander medisch advies dan de beslissingen en de medische adviezen die in de twee voornoemde arresten aan de orde waren. Een eerdere en andere beoordeling van die beslissingen en adviezen staat er niet aan in de weg dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het bestreden arrest tot de huidige beoordeling is gekomen. Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond. XIV-38.040-3/4 BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op elf juni tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.040-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.358 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.