← België

Cassatiebeschikking 13415 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/07/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 11 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.415 Rolnummer: A. 228072/XIV-38051 Zaak: Cassatiebeschikking 13415 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 11/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-16 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-24 01:11 Fiche Beschikking nr 13.415 van 11 juli 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.415 van 11 juli 2019 in de zaak A. 228.072/XIV-38.051 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Françoise Jacobs kantoor houdend te 1050 Brussel Kroonlaan 207 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 9 mei 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 219.427 van 3 april 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 26 juni 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker voert in een enig middel onder meer de schending aan van artikel 329 van het Gerechtelijk Wetboek, van de artikelen 39/69, § 1, 4°, 39/72, § 1, 39/76, § 1, 48/3, 48/4, 48/5, en 49/3 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) en van de artikelen 1, 2 en 3 van het koninklijk besluit van 21 december 2006 ‘houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen’, doch zonder uiteen te zetten op welke wijze deze bepalingen XIV-38.051-1/3 zouden zijn geschonden met het bestreden arrest. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
  2. Naar luid van artikel 48/6, § 5, e), van de vreemdelingenwet beoordelen de met het onderzoek belaste instanties het verzoek om internationale bescherming “op individuele, objectieve en onpartijdige wijze” en houden zij rekening met “de vraag of in redelijkheid kan worden verwacht dat de verzoeker zich onder de bescherming kan stellen van een ander land waarvan hij de nationaliteit kan inroepen”. Verzoeker acht deze bepaling geschonden doordat het bestreden arrest zou steunen “op een niet correcte feitenvinding” wat de door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vastgestelde Senegalese nationaliteit betreft, in het bijzonder wat verzoekers Senegalees paspoort betreft. Verzoeker vraagt daarmee in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de bewijswaarde van dat document. De Raad van State is als administratieve cassatierechter echter niet bevoegd om in de beoordeling van de zaak zelf te treden. Hoe dan ook beperkt verzoeker zich tot kritiek op de beoordeling van zijn Senegalees paspoort en gaat hij voorbij aan alle overige elementen die de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in aanmerking neemt om te besluiten dat verzoeker naast de Syrische ook over de Senegalese nationaliteit beschikt. Het enige middel is in die mate, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. XIV-38.051-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op elf juli tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.051-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.