← België

Cassatiebeschikking 13442 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/08/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 20 augustus 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.442 Rolnummer: A. 228523/VII-40579 Zaak: Cassatiebeschikking 13442 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/08/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-04 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-21 22:03 Fiche Beschikking nr 13.442 van 20 augustus 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.442 van 20 augustus 2019 in de zaak A. 228.523/VII-40.

  1. In zake :
  2. Lies VAN HECKE, handelend als wettig vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon Willem VANACKER
  3. Lies VAN HECKE, in eigen naam bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nic Reynaert kantoor houdend te 1170 Brussel Ptoléméelaan 12, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen mede inzake : - de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN WEST-VLAANDEREN - het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE HOOGLEDE - Bert VANACKER -------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 1 juli 2019, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1819-0852 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 16 april 2019 in de zaak 1718-RvVb-0306-A. Het dossier van de zaak is op 14 augustus 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. Luidens artikel 3, § 1, van het cassatieprocedurebesluit moet het VII-40.579-1/3 verzoekschrift waarbij cassatieberoep wordt ingesteld, worden ingediend uiterlijk de dertigste dag na de kennisgeving van de bestreden beslissing. De termijn van dertig dagen is een vervaltermijn die de openbare orde raakt. De verzoekende partijen erkennen in hun verzoekschrift, dat niet het opschrift “cassatieberoep” bevat zoals vereist in artikel 3, § 2, van het cassatieprocedurebesluit, maar waarin niettemin de vernietiging van het bestreden arrest wordt gevorderd, dat zij het hen op 30 april 2019 betekende bestreden arrest op 2 mei 2019 hebben ontvangen. Het op 1 juli 2019 ingestelde cassatieberoep is manifest laattijdig en dus kennelijk onontvankelijk. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. BESLISSING
  5. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  6. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 40 euro. VII-40.579-2/3 Deze beschikking is, na beraad, te Brussel uitgesproken, op twintig augustus tweeduizend negentien, door : Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier, De voorzitter, Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.579-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.442 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.