← België

Cassatiebeschikking 13497 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 02 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.497 Rolnummer: A. 228900/XIV-38129 Zaak: Cassatiebeschikking 13497 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-16 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-21 22:05 Fiche Beschikking nr 13.497 van 2 oktober 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.497 van 2 oktober 2019 in de zaak A. 228.900/XIV-38.129 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ali Acer kantoor houdend te 2060 Antwerpen Brugstraat 5 bus 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 19 augustus 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 224.072 van 17 juli 2019 van de Raad voor Vreemdelingen- betwistingen. Het dossier van de zaak is op 27 augustus 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De materiëlemotiveringsplicht is niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Verzoeker kan derhalve niet dienstig opwerpen dat “het bestreden arrest niet door feitelijke en juridische motieven correct wordt gedragen”. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk. XIV-38.129-1/3
  2. In de uiteenzetting van het enige middel acht verzoeker ook artikel 74/11, § 1, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) geschonden omdat met de aanvankelijk bestreden beslissing “een inreisverbod wordt opgelegd voor de termijn van drie jaar zonder enig verfijnd onderzoek naar en motivering omtrent de specifieke omstandigheden van verzoeker en de duur van het inreisverbod” terwijl deze bepaling “wel degelijk een specifieke motivering vereist om de maximumtermijn op te leggen”. Verzoeker laat specifiek gelden dat hij niet begrijpt “waarom een termijn van drie jaar werd opgelegd aangezien verzoeker zijn zus in België woont, evenals zijn partner en binnenkort zijn kind wordt geboren”. In punt 3.
  3. van het bestreden arrest stelt de Raad voor Vreemde- lingenbetwistingen op omstandig gemotiveerde wijze vast dat de aanvankelijk bestreden beslissing ook is gemotiveerd wat de duur van het inreisverbod betreft. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwijst in punt 3.5.4 van het bestreden arrest naar de motivering in de aanvankelijk bestreden beslissing dat verzoeker tijdens het gehoor op 26 januari 2019 heeft verklaard zich in België te willen vestigen met zijn zwangere vriendin die verblijfsrecht zou hebben in België en met wie hij reeds geruime tijd een duurzame relatie zou hebben, doch dat verzoeker tijdens zijn verlijf in het Rijk nooit een aanvraag gezinshereniging heeft ingediend en dat het feit dat verzoekers partner in België verblijft, niet in aanmerking kan worden genomen omdat verzoeker inbreuken heeft gepleegd die de openbare orde schade en het recht op privé- en gezinsleven niet absoluut is. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen oordeelt dat, gelet op die motieven, verzoeker niet dienstig kan voorhouden dat de verwerende partij geen rekening heeft gehouden met zijn zwangere partner, met wie hij een gezinsleven heeft. Vanaf punt 3.5.5 onderzoekt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen uitgebreid of wat dat betreft een schending van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950, aan de orde is. Verzoeker gaat in het cassatiemiddel niet in op de motivering dienaangaande van het bestreden arrest. Wat verzoekers zus betreft, stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in punt 3.5.4 van het bestreden arrest vast dat verzoeker tijdens het gehoor op geen enkel ogenblik heeft aangegeven dat hij een zus had in België en geenszins aantoont dat hij met deze zus een bijzondere band zou hebben of ooit afhankelijk van haar zou zijn geweest, zodat hierover niet moest worden gemotiveerd in de aanvankelijk bestreden beslissing. Verzoeker gaat in het cassatiemiddel ook op die vaststelling niet in. XIV-38.129-2/3 Waar verzoeker volledig voorbijgaat aan de voormelde motieven in het bestreden arrest, toont hij geenszins een schending aan van artikel 74/11 van de vreemdelingenwet. Verder komt het de Raad van State als administratieve cassatierechter niet toe zelf het afdoende karakter van de motivering van de aanvankelijk bestreden beslissing te beoordelen in de plaats van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het enige middel is in die mate, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twee oktober tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Carlo Adams XIV-38.129-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.497 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.