← België

Cassatiebeschikking 13518 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 17/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.518 Rolnummer: A. 228894/XIV-38127 Zaak: Cassatiebeschikking 13518 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 17/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-23 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-21 07:14 Fiche Beschikking nr 13.518 van 17 oktober 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.518 van 17 oktober 2019 in de zaak A. 228.894/XIV-38.127 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Roels kantoor houdend te 9300 Aalst Graanmarkt 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 21 augustus 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 224.488 van 30 juli 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 24 september 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker betwist niet de vaststelling in het bestreden arrest dat op 14 juli 2019 een beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten met vasthouding met het oog op verwijdering werd genomen in zijnen hoofde. Derhalve vermocht de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met het bestreden arrest de beslissing van 19 juli 2019 tot overdracht aan de verantwoordelijke XIV-38.127-1/2 lidstaat met beslissing tot het vasthouden in een welbepaalde plaats met het oog op overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat in hoofde van verzoeker, te beschouwen als een “tweede verwijderings- of terugdrijvingsmaatregel” in de zin van artikel 39/57, § 1, derde lid, van de vreemdelingenwet. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat volgens verzoeker door de beslissing van 19 juli 2019 “alle gelding van [de beslissing van 14 juli 2019] ontnomen was voor de toekomst waardoor zij vanaf het nemen van de beslissing van 19 juli 2019 ex nunc geen rechtsgevolgen meer heeft”. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zeventien oktober tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.127-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.518 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.