id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.519 Rolnummer: A. 229173/XIV-38156 Zaak: Cassatiebeschikking 13519 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 17/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-23 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-27 11:21 Fiche Beschikking nr 13.519 van 17 oktober 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.519 van 17 oktober 2019 in de zaak A. 229.173/XIV-38.156 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Soenen kantoor houdend te 9000 Gent Vaderlandstraat 32 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 19 september 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 224.943 van 14 augustus 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 30 september 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De schending van artikel 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950 (hierna: het EVRM) betreffende het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel kan niet op zichzelf worden ingeroepen, maar moet steeds samen met de XIV-38.156-1/3 schending van andere door het verdrag beschermde rechten en vrijheden worden opgeworpen. Verzoeker werpt echter enkel de schending op van artikel 13 van het EVRM. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
- Met het bestreden arrest verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verzoeksters beroep tegen een beslissing van de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen omdat geen van de partijen binnen de in artikel 39/73 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) voorziene termijn van vijftien dagen heeft gevraagd om te worden gehoord. Artikel 39/73, § 2, van de vreemdelingenwet bepaalt duidelijk dat de voormelde termijn begint te lopen “na het versturen van de beschikking” en niet na de ontvangst ervan. Met de door niets gestaafde stelling dat hij de met toepassing van artikel 39/73 van de vreemdelingenwet genomen beschikking van 23 juli 2019 pas op 29 juli 2019 zou hebben ontvangen, maakt verzoeker niet aannemelijk dat zijn verzoek om te worden gehoord, verstuurd op 13 augustus 2019, tijdig zou zijn ingediend. Hij toont derhalve geen schending aan van artikel 39/73 van de vreemdelingenwet. Het enige middel is in die mate kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-38.156-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zeventien oktober tweeduizend negentien, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.156-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ORD.13.519 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div