← België

Arrest 246563 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 07/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.563 Rolnummer: A. 228057/IX-9540 Zaak: Arrest 246563 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 07/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-14 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-25 22:09 Fiche Arrest nr 246.563 van 7 januari 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 246.563 van 7 januari 2020 in de zaak A. 228.057/IX-9540 In zake: Sandra DE BRAUWER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Catherine Cools en Rudi Loos kantoor houdend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 55 bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 29 april 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: “- het besluit dd. 21 februari 2019 van de Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met openbaar ambt tot ontslag wegens be- roepsongeschiktheid van Mevrouw Sandra DE BRAUWER; - de impliciete weigering die er uit volgt om mevrouw Sandra DE BRAUWER te benoemen als juridisch assistent.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld. IX-9540-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 november
  3. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij, advocaat Nicolas D‟Haenens, die loco advocaat Catherine Cools verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Anthony Poppe, die tevens loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 1 augustus 2017 vat verzoekster haar stage aan als juridisch assistent bij Brussel Openbaar Ambt, tot 1 januari 2018 nog opgenomen in de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. De duur van deze stage bedraagt één jaar. 3.
  6. Het verloop van verzoeksters stage wordt besproken in de ver- schillende evaluatierapporten. In deze rapporten worden steeds dezelfde opmer- kingen over verzoekster geformuleerd, namelijk een defensieve, soms zelfs agressieve houding, moeite met het werken in teamverband (communicatie met collega‟s, cavalier seul spelen,…), het niet tijdig afwerken van opdrachten, moeite met het autonoom tot een goed einde brengen van deze opdrachten en het snel overrompeld zijn door de werkdruk. IX-9540-2/7 3.
  7. Op 22 augustus 2018 wordt verzoeksters stage afgesloten met een negatief eindverslag. 3.
  8. Verzoekster dient op 25 september 2018 een beroep in bij de regionale kamer van beroep tegen het voornoemde eindverslag. 3.
  9. Op 25 oktober 2018 verzendt verzoekster een nota met haar opmerkingen op het eindverslag. 3.
  10. De waarnemend directrice van Brussel Openbaar Ambt formu- leert op 7 november 2018 een voorstel van ontslag van verzoekster wegens on- geschiktheid voor een betrekking bij het ministerie, hetgeen wordt voorgelegd aan de staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevoegd voor Open- baar Ambt. 3.
  11. Verzoekster stelt op 19 november 2018 een beroep in bij de regionale kamer van beroep tegen dit voorstel van ontslag. 3.
  12. Op 4 februari 2019 wordt verzoekster in het kader van haar beroep gehoord door de regionale kamer van beroep. Diezelfde dag formuleert de regionale kamer van beroep een voorstel om verzoekster te ontslaan wegens beroepsongeschiktheid. 3.
  13. Op 19 februari 2019 ontslaat de staatssecretaris bevoegd voor Openbaar Ambt verzoekster wegens ongeschiktheid voor een functie bij het mi- nisterie. Dat is de bestreden beslissing. IX-9540-3/7 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  14. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een on- derzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
  15. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoekster
  16. Met betrekking tot de voorwaarde van de spoedeisendheid voert verzoekster aan dat de bestreden beslissing voor haar ernstige gevolgen heeft aangezien zij haar werk verliest. Zij bevindt zich van de ene dag op de andere zonder inkomen en haar financiële en familiale situatie is niet van die aard dat zij de opgelegde beslissing het hoofd kan bieden. Verzoekster verwijst nog naar arrest nr. 243.582 van 1 februari 2019 en zij besluit dat aangezien haar materiële situatie ernstig in het gedrang komt, de spoedeisendheid in casu moet worden aanvaard. IX-9540-4/7 Beoordeling
  17. Zoals sub 5 hiervóór in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”. Luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter onder- steuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in arti- kel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟. Voor een verzoekende partij bij de Raad van State die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep af te wach- ten, komt het dan ook erop aan om daarvan te overtuigen aan de hand van de feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit betekent dat het aan deze partij toevalt om in haar inleidend verzoekschrift specifieke gegevens bij te brengen, betrokken op de omstandigheden van haar zaak, die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar per- soonlijk veroorzaakt, niet kunnen worden gedragen gedurende de gewone door- looptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bij- gevolg niet kan worden afgewacht. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on- derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad hardmaken. De spoedei- sendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. IX-9540-5/7
  18. Als stagiair in overheidsdienst bevindt verzoekster zich per definitie in een precaire situatie, aangezien zij steeds het resultaat van haar stage dient af te wachten en zij rekening dient te houden met de mogelijkheid dat haar stage met een ongunstig resultaat wordt beëindigd en dat zij geen vaste benoeming verkrijgt, maar dat zij wordt ontslagen. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat het personeelslid dat te maken krijgt met een dergelijke beëindiging van haar tewerkstelling als stagiair, zich erop vermag te beroepen dat haar zaak “te spoedeisend is voor een behande- ling ervan in een beroep tot nietigverklaring”. Het ligt integendeel op de weg van verzoekster om te overtuigen van bijzondere omstandigheden.
  19. Verzoekster verwijst in dat verband enkel naar de financiële gevolgen van de bestreden beslissingen. Dat het aan verzoekster gegeven ontslag financiële gevolgen heeft, laat zich verstaan. Om de rechter evenwel ervan te overtuigen dat de impact van die financiële gevolgen redelijkerwijze niet gedragen kan worden tot een uitspraak volgt over het beroep, mag van verzoekster wel een minimale inspanning worden gevraagd om die impact toe te lichten en op haar individuele situatie te betrekken. Het verzoekschrift bevat evenwel geen enkele becijfering van ver- zoeksters inkomsten en uitgaven of een toelichting van haar gezinssituatie. Ver- zoekster beweert dat haar financiële en familiale situatie niet van die aard is dat zij de opgelegde beslissing het hoofd kan bieden, maar brengt daarvan geen bewijs voor. Integendeel, zij legt zelfs geen enkel stuk voor omtrent haar bestaansmid- delen dat de rechter in staat zou stellen om haar beweringen te toetsen.
  20. In dat verband moet ook worden vastgesteld dat verzoeksters verwijzing naar arrest nr. 243.582 van 1 februari 2019 niet dienstig is. In die zaak, die overigens geen betrekking heeft op de beëindiging van de tewerkstelling van IX-9540-6/7 een stagiair, licht verzoeker namelijk wel de financiële impact toe van de bestreden beslissing op zijn persoonlijke situatie.
  21. Besluit van wat voorafgaat is, dat verzoekster nalaat de nood- zakelijke specifieke gegevens aan te brengen die in concreto aantonen dat de zaak voor haar te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietig- verklaring.
  22. Aldus is niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumu- latief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-9540-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.563 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.554 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.