← België

Arrest 246570 - Overheidsopdrachten - 09/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.570 Rolnummer: A. 228546/XII-8758 Zaak: Arrest 246570 - Overheidsopdrachten - 09/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-09 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-25 22:24 Fiche Arrest nr 246.570 van 9 januari 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 246.570 van 9 januari 2020 in de zaak A. 228.546/XII-8758 In zake: de NV HEYRMAN-DE ROECK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Uschi Steurs en Dirk De Keuster kantoor houdend te 2980 Sint-Antonius - Zoersel Handelslei 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de BVBA A. AUDENAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Piet Rotsaert kantoor houdend te 8700 Tielt Beernegemstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 juli 2019, strekt tot de nietigverklaring van: “
  2. Besluit van de Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen, Directie Leefmilieu, Dienst Integraal Waterbeleid van 20 juni 2019 betreffende de goedkeuring van het verslag van nazicht van de offertes „Onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen van 2de categorie‟ en de gunning van de opdracht XII-8758- 1/4 „Onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen van 2e categorie 2019-2023‟ Perceel 1 (Bovenschelde) aan Audenaert A. BVBA; en
  3. Besluit van de Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen, Directie Leefmilieu, Dienst Integraal Waterbeleid van 20 juni 2019 betreffende de goedkeuring van het verslag van nazicht van de offertes „Onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen van 2de categorie‟ en de gunning van de opdracht „Onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen van 2e categorie 2019-2023‟ Perceel 2 (Dendermeersen) aan Audenaert A. BVBA.
  4. Besluit van de Deputatie van de Provincie Oost-Vlaanderen, Directie Leefmilieu, Dienst Integraal Waterbeleid van 20 juni 2019 betreffende de goedkeuring van het verslag van nazicht van de offertes „Onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen van 2de categorie‟ en de gunning van de opdracht „Onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen van 2e categorie 2019-2023‟ Perceel 3 (Land van Aalst) aan Quintelier NV.” II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 245.243 van 26 juli 2019 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het voormelde arrest is op 31 juli 2019 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 17 september 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge- hoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ördineerd op 12 januari
  6. XII-8758- 2/4 III. Toepassing van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari 1973 3.
  7. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken- nisgeving van het arrest. 3.
  8. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. 3.
  9. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toe- passing. BESLISSING
  10. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  11. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-8758- 3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8758- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.570 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.243 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.