← België

Arrest 246596 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 09/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.596 Rolnummer: A. 225813/XIV-37786 Zaak: Arrest 246596 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 09/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-15 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-25 22:38 Fiche Arrest nr 246.596 van 9 januari 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 246.596 van 9 januari 2020 in de zaak A. 225.813/XIV-37.786 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kathleen Dassen kantoor houdend te 2070 Burcht Pastoor Coplaan 241 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout kantoor houdend te 9041 Gent/Oostakker Orchideestraat 61A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 30 juli 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 205.786 van 22 juni 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking nr. 13.007 van 12 september 2018 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De memorie van antwoord werd op 18 oktober 2018 aan verzoeker ter kennis gebracht. XIV-37.786-1/4 De mogelijkheid om te worden gehoord werd op 4 december 2018 aan verzoeker en de verwerende partij ter kennis gebracht. De hoofdgriffier heeft aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht bedoeld in artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december
  3. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter Maertens, die loco advocaat Kathleen Dassen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Charlotte Mussen, die loco advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van voormeld artikel 21, tweede lid, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Op grond van artikel 15, § 1 van voornoemd koninklijk besluit, doet de kamer uitspraak onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een XIV-37.786-2/4 van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan verzoeker heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in artikel 14 van voormeld koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd.
  6. Verzoeker heeft ter terechtzitting geen argumenten aangevoerd die het niet indienen van een memorie van wederantwoord binnen de voorgeschreven termijn rechtvaardigen.
  7. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Begroting van de kosten - rechtsplegingsvergoeding
  8. De verwerende partij vraagt verzoeker te veroordelen tot de kosten van het geding, waaronder een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro. Vermits verzoeker als in het ongelijk gestelde partij tweedelijns juridische bijstand geniet en de verwerende partij geen kennelijk onredelijke situatie aantoont, dient dit bedrag overeenkomstig artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State te worden herleid tot 140 euro. XIV-37.786-3/4 BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  10. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.786-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.596 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.