← België

Arrest 246663 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 16/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.663 Rolnummer: A. 222133/VII-39976 Zaak: Arrest 246663 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 16/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-23 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-25 23:25 Fiche Arrest nr 246.663 van 16 januari 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.663 van 16 januari 2020 in de zaak A. 222.133/VII-39.976 In zake :

  1. Pierre EVERAERTS
  2. de BELGISCHE UNIE DER PODOLOGEN EN GESPECIALISEERDE VOETVERZORGERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ann Dierickx en Filip Van Der Mauten kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 4 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Agentschap Zorg en Gezondheid waarin aan eerste verzoekende partij meegedeeld wordt welke informatie en stukken meegedeeld moeten worden, wil eerste verzoekende partij in aanmerking komen voor een „voordeel op basis van verworven rechten‟, die aan de eerste verzoekende partij per brief van 11 april 2017 meegedeeld werd”. VII-39976-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 18 oktober
  5. Op 6 december 2019 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. VII-39976-2/3 De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen meegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen zouden vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  8. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  9. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-39976-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.663 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.