id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.704 Rolnummer: A. 222706/X-16968 Zaak: Arrest 246704 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-23 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 00:01 Fiche Arrest nr 246.704 van 17 januari 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 246.704 van 17 januari 2020 in de zaak A. 222.706/X-16.968 In zake : Joseph DEJONCKHEERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Descheemaeker kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de STAD TIELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Vanden Berghe en Tim Dierynck kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 15 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de provincieraad van de provincie West- Vlaanderen van 23 maart 2017 houdende de definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan „Afbakening kleinstedelijk gebied Tielt‟. X-16.968-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De stad Tielt heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 27 september
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. Verzoeker, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Isabelle Verhelle, die loco advocaat Michiel Descheemaeker verschijnt voor verzoeker, advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Frank Vanden Berghe, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-16.968-2/10 III. Feiten 3.
- Verzoeker is eigenaar van een woning, gelegen aan de Meulebeeksesteenweg 42 en tevens bewoner, eigenaar, pachter en exploitant van een landbouwbedrijf gelegen aan de Meulebeeksesteenweg 46 te Tielt, kadastraal bekend 3de afdeling, sectie I, nr. 200/k, met bijbehorende gronden, kadastraal bekend 3de afdeling, sectie I, nrs. 192/f, 179, 180, 175/d, 192/e, 170/c, 170/d, 169/b, 168/d, 194/b, 194/a, 165/b, 170/f, 163/b, 162, 249/b en 251/f. Overeenkomstig de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 17 december 1979 vastgesteld gewestplan Roeselare-Tielt zijn deze onroerende goederen in agrarisch gebied gelegen. 3.
- De provincie West-Vlaanderen neemt het initiatief om een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van het kleinstedelijk gebied Tielt (hierna: het PRUP) op te maken. Naast de afbakeningsperimeter omvat het plan vier afzonderlijke deelplannen: „Landschapspark‟, „Gemengd regionaal bedrijventerrein Tielt-Noord‟, „Stedelijk groen‟ en „Huffeseele‟. De onroerende goederen van verzoeker situeren zich in het deelplan „Stedelijk groen‟. 3.
- Op 11 januari 2016 vindt een plenaire vergadering over het voorontwerp van het provinciaal RUP plaats. 3.
- Op 16 februari 2016 keurt de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid (hierna: de dienst Mer) het plan-milieueffectrapport (hierna het plan-MER) goed. 3.
- Op 23 juni 2016 stelt de provincieraad van de provincie West- Vlaanderen het ontwerp-PRUP voorlopig vast. Met het plandeel “Stedelijk groen” ligt de bedoeling voor om langs de Marialoopbeek, die door het gebied stroomt, ruimte te maken voor bos- en landschapsontwikkeling, met X-16.968-3/10 bestemmingen als „zone voor bosgebied‟ (artikel 1), „zone voor gesloten valleigebied‟ (artikel 2), en „zone voor open valleigebied‟ (artikel 3). De oude spoorwegzate, die tevens het gebied doorkruist, wordt tot „zone voor landschappelijke fiets- en wandelas‟ (artikel 4) bestemd. 3.
- Gedurende het openbaar onderzoek dat over het ontwerp-PRUP wordt gehouden, worden 25 bezwaarschriften ingediend, waaronder ook door verzoeker. 3.
- De provinciale commissie voor ruimtelijke ordening van de provincie West-Vlaanderen (hierna: de Procoro) verstrekt op 1 december 2016 een advies over het ontwerp-PRUP. 3.
- Met een besluit van 23 maart 2017 stelt de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het PRUP definitief vast. Hierna volgt een weergave van het grafisch plan van het deelgebied „Stedelijk groen‟, met benaderende verduidelijkingen: Meulebeeksesteen weg 2de woning verzoeker Abeelstraat Landbouwbedrijf verzoeker X-16.968-4/10 De bestemmingsvoorschriften voor de „zone voor open valleigebied (artikel 3) luiden: “1 Bestemming 1.1 Hoofdbestemming De gronden op het bestemmingsplan gelegen binnen onderhavige zone zijn bestemd voor landbouw en de ontwikkeling, de bescherming, het behoud en het herstel van het valleigebied met bijkomende waterber- gingscapaciteit van de Marialoopbeek. Deze functies dienen verenigbaar te zijn met agrarische activiteiten. 1.2 Nevenbestemming Het recreatief gebruik is een nevengeschikte functie. […]” De inrichtingsvoorschriften inzake recreatieve paden voor deze zone luiden: “2.3 Inrichting recreatieve paden - De recreatieve paden dienen elk op uniforme wijze te worden aangelegd en onderhouden. De herkenbaarheid evenals een veilige inrichting staan hierbij voorop. - De breedte en de inrichting van de paden is vrij te bepalen mits de leefbaarheid van de aanpalende landbouwpercelen niet in gedrang komen en het ruimtelijk verantwoord is. Knuppelpaden zijn toegelaten. Bij het gebruik van verhardingen moet dit steeds in waterdoorlatende materialen gebeuren. - De paden zijn bestemd voor fietsers, wandelaars als ruiters en kunnen zowel gezamenlijk als afzonderlijk worden ingericht. Er moet minstens één aansluiting met de Sint-Amandstraat worden voorzien. - Gemotoriseerd verkeer is niet toegelaten behoudens voor het onderhoud van het valleigebied en in functie van agrarische doeleinden”. IV. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het enig middel 4.
- Verzoeker roept in een enig middel de schending in van “artikel 2.2.5 §1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in samenhang met het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en de materiële motiveringsplicht als beginselen van behoorlijk bestuur”. X-16.968-5/10 Hij bekritiseert daarin het PRUP op de volgende vier punten:
- Er is “op heden” geen inrichtingsplan voorhanden, “noch de voorwaarde van een inrichtingsplan als voorschrift in het PRUP”, ofschoon “nochtans expliciet aanbevolen in het plan-MER”.
- Niettegenstaande in het plan-MER wordt gesteld dat de bereikbaarheid voor de landbouw in de toekomst verzekerd moet zijn, en als basisdoelstelling van het PRUP wordt vooropgesteld dat de leefbaarheid van de grondgebonden landbouw moet gegarandeerd worden, zal verzoeker zich “een andere toegang tot zijn eigendom moeten verschaffen […] en geen landbouwwerktuigen kunnen benutten”.
- De „zone voor open valleigebied‟ stelt landbouwactiviteiten prioritair maar staat “per direct” recreatief gebruik als nevenbestemming toe, zonder dat overgangsbepalingen worden voorzien, en dit terwijl de Procoro stelt dat in functie van landbouw overgangsbepalingen zullen moeten opgenomen worden, en het volgens verzoeker niet duidelijk is waar de “assen” voor het recreatief medegebruik zullen aangelegd worden.
- Het plan-MER voorziet in maatregelen bij het verlies van landbouwgronden, maar in het PRUP zijn “geen milderende maatregelen te vinden”, evenmin als een “onteigeningsregeling”. 4.2.
- In zijn memorie van wederantwoord stelt verzoeker, wat zijn eerste kritiek betreft, dat de in het plan noodzakelijk geachte milderende maatregelen, waar mogelijk, op een gemotiveerde en rechtszekere wijze in het ruimtelijk uitvoeringsplan moeten verankerd worden, dat “precies” in open valleigebied niet in overgangsbepalingen wordt voorzien die de leefbaarheid van actieve landbouwbedrijven verzekert en dat de “semantische discussie van de tussenkomende partij aangaande het inrichtingsplan of de inrichtingsnota” “irrelevant” is. Volgens hem blijkt “uit diverse regelgeving” de bedoeling van de wetgever “om voorafgaandelijk of gelijktijdig met de aanname van een RUP de instrumenten (zoals een inrichtingsnota- of plan) te beoordelen”. Verzoeker verwijst in dit verband ook naar de “nieuwe regelgeving”, meer bepaald naar artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2017 „betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke X-16.968-6/10 uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage, ruimtelijke veiligheidsrapportage en andere effectbeoordelingen‟, luidens hetwelk het openbaar onderzoek over het ontwerpplan en “in voorkomend geval het ontwerp van de effectbeoordelingsrapporten en de instrumenten, vermeld in artikel 2.2.5, § 1, eerste lid, 14° [VCRO] […] uiterlijk de dag voorafgaand aan het openbaar onderzoek [wordt] aangekondigd”. Tevens verwijst verzoeker naar “het PRUP Gaver en Essers” waarbij de verwerende partij “gelijktijdig de definitieve vaststelling samen met de goedkeuring van de inrichtingsnota [heeft] verricht”. 4.2.
- Wat de tweede kritiek betreft, stelt verzoeker in zijn memorie van wederantwoord dat de verwerende partij de plaatselijke toestand van de Abeelstraat “niet [heeft] nagezien”. Die is volgens hem “geheel onpraktisch wegens het vele bochtenwerk en de minder goede staat van de weg waardoor deze enkel dienstig kan zijn voor tractoren”. Een omweg via de Abeelstraat om zijn landbouwgronden aan de Meulebeeksesteenweg te kunnen bereiken, is volgens verzoeker niet ernstig. Bijkomend wijst hij erop dat de bestreden beslissing geen rekening heeft gehouden met het feit dat zijn tweede woning niet langer toegankelijk zal zijn. 4.2.
- Verzoeker betoogt, wat zijn derde kritiek betreft, dat zelfs een schets van de voorziene paden in casu niet voorhanden is. Wat zijn vierde kritiek betreft, stelt verzoeker dat een tijdig vastgestelde inrichtingsnota aan het gebrek aan milderende maatregelen bij het verlies aan landbouwgronden had kunnen verhelpen. 4.
- Verzoeker voegt in zijn laatste memorie, wat zijn eerste kritiek betreft, nog toe dat volgens de rechtspraak van de Raad van State een planautoriteit een “in het plan-MER belangrijk geachte en ruimtelijke vertaalbare, milderende maatregel steeds op een rechtszekere wijze moet verankeren”. Wat de tweede kritiek betreft, stelt verzoeker dat de uitsluiting van het gemotoriseerd verkeer [waaronder zijn tractoren] op de eigen private toegangsweg tot zijn landbouwgronden in het valleigebied […] X-16.968-7/10 onmogelijkerwijze als waarborg tot bereikbaarheid bestempeld [kan] worden”. Hij wijst nogmaals op het feit dat zijn tweede woning ingevolge de bestreden beslissing niet langer toegankelijk zal zijn. Inzake zijn derde kritiek betoogt verzoeker dat een planautoriteit “een door haar erkend probleem niet zonder meer [mag] doorschuiven naar het projectniveau”. Beoordeling 5.
- Wat verzoekers eerste kritiek betreft, moet vooreerst worden opgemerkt dat uit het door hem aangehaalde artikel 2.2.5, § 1, 13°, VCRO, blijkt dat een ruimtelijk uitvoeringsplan alleen “in voorkomend geval” een inrichtingsnota bevat. Verder dient vastgesteld dat in het plan-MER wordt gesteld dat “nauw overleg” met de betrokken landbouwers bij de effectieve inrichting van het planelement nodig is. Verzoeker gaat voorts niet in op het advies van de Procoro, in antwoord op zijn bezwaar, “dat de inrichting moet gebeuren in nauw overleg met de betrokken landbouwers” en dat “de voorgestelde milderende maatregel […] dus pas [kan] worden opgenomen in het kader van een inrichtingsnota” die op het tijdstip van de verwezenlijking van de planbestemmingen moet worden opgesteld. Gezien het voormelde toont verzoeker in zijn verzoekschrift niet aan dat een inrichtingsnota bij de vaststelling van het bestreden plan voorhanden moest zijn. Het betoog in zijn memorie van wederantwoord dat uit “diverse regelgeving” de bedoeling van de wetgever zou blijken “om voorafgaandelijk of gelijktijdig met de aanname van een RUP de instrumenten (zoals een inrichtingsnota- of plan) te beoordelen”, en zijn verwijzing naar “nieuwe regelgeving” en naar de werkwijze van de plannende overheid bij “het PRUP Gaver en Essers” (zie randnummer 4.2.1), doet niet anders besluiten. X-16.968-8/10 5.
- Wat de tweede kritiek betreft, laat verzoeker in zijn verzoekschrift na om de tweede toegangsweg tot zijn bedrijf, via de Abeelstraat, afdoende concreet bij zijn kritiek te betrekken. De verdere uitweiding hierover in de memorie van wederantwoord evenals de kritiek op de onbereikbaarheid van zijn “tweede woning” daarin, is laattijdig. Het middel is in zoverre onontvankelijk. 5.
- Inzake zijn derde kritiek, toont verzoeker in zijn verzoekschrift niet afdoende aan hoe het advies van de Procoro om overgangsbepalingen “in functie van de landbouw” op te nemen, concreet de bestemming „zone voor open valleigebied‟ zou betreffen. Hij gaat er in zijn uiteenzetting volledig aan voorbij dat overeenkomstig artikel 3 van de stedenbouwkundige voorschriften in deze zone landbouw de “hoofdbestemming” blijft en dat “de ontwikkeling, de bescherming, het behoud en het herstel van het valleigebied met bijkomende waterbergingscapaciteit van de Marialoopbeek” daar slechts mogelijk is op voorwaarde dat die handelingen “verenigbaar [...] zijn met agrarische activiteiten”. Recreatief gebruik is in dit gebied een “nevenbestemming”, waarbij uitdrukkelijk is bepaald dat bij “de inrichting van de paden [...] de leefbaarheid van de aanpalende landbouwpercelen niet in gedrang [mag] komen” en een en ander “ruimtelijk verantwoord” moet zijn. Mede gezien het voormelde, maakt verzoeker in zijn verzoekschrift evenmin aannemelijk dat het bestreden PRUP, op straffe van het rechtszekerheidsbeginsel te schenden, reeds de recreatieve paden had moeten aangeven. Dit geldt te dezen nog meer, nu de concrete inrichting van deze recreatieve paden het voorwerp van overleg met het oog op de opmaak van een inrichtingsplan zou dienen uit te maken (zie randnummer 5.2). 5.
- Wat de vierde kritiek betreft, overtuigt verzoeker er ten slotte niet van dat uit het plan-MER blijkt dat een (milderende) maatregel met betrekking tot het verlies van landbouwgronden in het PRUP zelf had moeten opgenomen worden. Ook een “onteigeningsregeling” hoeft niet noodzakelijk in het PRUP te worden voorzien. X-16.968-9/10 Verzoeker toont aldus geen schending van de aangevoerde rechtsregels aan.
- Het middel is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.968-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.704 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div