← België

Arrest 246726 - Niet begeleide minderjarigen - 20/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.726 Rolnummer: A. 227866/XIV-38014 Zaak: Arrest 246726 - Niet begeleide minderjarigen - 20/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-28 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-26 00:05 Fiche Arrest nr 246.726 van 20 januari 2020 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 246.726 van 20 januari 2020 in de zaak A. 227.866/XIV-38.014 In zake : Na’imo MOHAMED MOHAMUD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Louise Zwart kantoor houdend te 1060 Brussel Roemeniëstraat 26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe en Rutger Robijns kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 10 april 2019, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van: - de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 8 augustus 2018 waarbij wordt vastgesteld dat verzoekster “voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december 2002 zodat er overgegaan wordt tot de aanwijzing van een voogd” en dat, in het geval dat artikel 24, § 1, 2°, van de voornoemde wet van toepassing is, de voogdij van rechtswege zal worden beëindigd op 31 januari 2019”; - de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 7 maart 2019 tot beëindiging van de voogdij van H. R. over verzoekster. XIV-38.014-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december
  3. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Elisabeth Van Der Haert, die loco advocaat Louise Zwart verschijnt voor verzoekster, en advocaat Rutger Robijns, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Teloorgaan van het voorwerp van het beroep
  5. De verwerende partij deelt met een brief van 25 juni 2019 mee dat de eerste bestreden beslissing, die in essentie strekt tot de vaststelling dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden om een voogd toegewezen te krijgen en dat de voogdij van rechtswege zou worden beëindigd op 31 januari 2019, is ingetrokken. Zij voegt bij die brief een kopie van een nieuwe beslissing van 21 juni XIV-38.014-2/3 2019 waarmee wordt vastgesteld dat verzoekster is geboren op 17 maart 2003 waarbij de voogdij van rechtswege worden beëindigd op 17 maart
  6. Daargelaten de vraag of de tweede bestreden akte, waarmee verzoekster er slechts aan wordt herinnerd dat de voogdij van rechtswege is beëindigd, een administratieve rechtshandeling vormt, is het beroep tot nietigverklaring derhalve zonder voorwerp geworden. Omwille van die intrekking, komt het gepast voor in te gaan op verzoeksters vraag om de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  8. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.014-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.726 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.