← België

Arrest 246734 - ION - Aanwerving en loopbaan - 20/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.734 Rolnummer: A. 220597/IX-8953 Zaak: Arrest 246734 - ION - Aanwerving en loopbaan - 20/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-27 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 00:08 Fiche Arrest nr 246.734 van 20 januari 2020 Openbaar ambt - ION - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 246.734 van 20 januari 2020 in de zaak A. 220.597/IX-8953 In zake: Ingeborg GOETHALS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:

  1. de UNIVERSITEIT GENT
  2. het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas De Donder en Karel De Schoenmaeker kantoor houdend te 1930 Zaventem Gateway Building Luchthaven Nationaal 1J bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Boudewijn BRANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas De Donder en Karel De Schoenmaeker kantoor houdend te 1930 Zaventem Gateway Building Luchthaven Nationaal 1J bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 26 oktober 2016, strekt tot de nietig- verklaring van: IX-8953-1/14 “1/ Het besluit van de Raad van Bestuur van het Universitair Ziekenhuis Gent van 29 augustus 2016 waarbij […] Boudewijn Brans met ingang van 1 september 2016 tot en met 31 december 2019 wordt aangesteld als dienst- hoofd van de dienst nucleaire geneeskunde van de klinisch ondersteunende sector. Uit hoofde van deze functie wordt Dr. Boudewijn Brans aangesteld als lid van de sectorraad klinisch ondersteunende sector. [...] 2/ Het besluit van de faculteitsraad van de faculteit geneeskunde en ge- zondheidswetenschappen van de Universiteit Gent dd. 6 juli 2016, waarbij be- sloten werd […] Boudewijn Brans voor te dragen tot aanstelling tot diensthoofd nucleaire geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis met ingang van 1 sep- tember 2016.” II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord inge- diend. Boudewijn Brans heeft een verzoekschrift tot tussenkomst in- gediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 3 januari
  5. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partijen en de tussenko- mende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 november
  6. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. IX-8953-2/14 Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaten Liesbet Vandendriessche en Jasmine Coppens, die loco ad- vocaten Karel De Schoenmaeker en Thomas De Donder verschijnen voor de verwerende partijen en de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. Verzoekster werd met ingang van 1 januari 2012 aangesteld tot medisch diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis Gent (hierna: het UZ Gent) voor een hernieuwbare periode van vier jaar. 3.
  9. Op 30 maart 2015 beslist de raad van bestuur van het UZ Gent om de hernieuwbare mandaten van diensthoofd, waaronder het mandaat van me- disch diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde, met ingang van 1 janua- ri 2016 opnieuw vacant te verklaren voor een periode van vier jaar. De medische stafleden worden uitgenodigd om zich kandidaat te stellen. 3.
  10. Verzoekster is de enige kandidaat voor het mandaat van medisch diensthoofd bij de dienst Nucleaire Geneeskunde. 3.
  11. De facultaire adviescommissie ziekenhuisaangelegenheden van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent IX-8953-3/14 oordeelt dat de kandidatuur van verzoekster “niet geschikt” is en beslist om haar kandidatuur niet voor te dragen aan de leden van de faculteitsraad. 3.
  12. Op 18 november 2015 geeft de faculteitsraad Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen “unaniem gunstig advies [...] aan het voorstel van de facultaire adviescommissie ziekenhuisaangelegenheden dat [Ingeborg Goethals] niet geschikt is voor het mandaat van medisch diensthoofd van de Dienst Nucleaire Geneeskunde” en beslist hij “bijgevolg geen kandidaat voor [te dragen] als medi- sche diensthoofd van deze dienst met ingang van 1 januari 2016 aan de Medische Raad en Raad van Bestuur van het UZ Gent”. Verzoekster vecht deze beslissing aan met een beroep tot nie- tigverklaring bij de Raad van State, gekend onder nr. A. 218.169/IX-
  13. 3.
  14. Op 24 november 2015 adviseert de medische raad van het UZ Gent op zijn beurt om verzoekster niet aan te stellen tot medisch diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde. 3.
  15. Op 7 december 2015 stelt het directiecomité van het UZ Gent vast dat er voor de dienst Nucleaire Geneeskunde geen voorstel is vanwege de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Het directiecomité advi- seert om de hoofdarts aan te stellen tot waarnemend diensthoofd en voegt eraan toe dat hij “de dagelijkse operationele leiding van de dienst [kan] delegeren aan een staflid”. 3.
  16. De raad van bestuur van het UZ Gent beslist op 14 decem- ber 2015 om hoofdarts R.P. met ingang van 1 januari 2016 aan te stellen tot waarnemend diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde. Ook deze beslissing maakt het voorwerp uit van verzoeksters beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 218.169/IX-
  17. IX-8953-4/14 3.
  18. Met een brief van 15 januari 2016 stelt hoofdarts R.P. aan de afgevaardigd bestuurder van het UZ Gent voor om “prof. dr. Brans Boudewijn, staflid aan te stellen als waarnemend diensthoofd [van de dienst Nucleaire Ge- neeskunde]” teneinde “de leiding van de dienst en de dienstverlening zo goed mogelijk te laten verlopen”. 3.
  19. De facultaire adviescommissie ziekenhuisaangelegenheden komt op 3 februari 2016 tot het besluit dat Boudewijn Brans geschikt is voor het mandaat van waarnemend diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde en draagt hem voor aan de leden van de faculteitsraad. 3.
  20. De faculteitsraad geeft op 17 februari 2016 “unaniem gunstig advies [...] aan het voorstel van de [...] hoofdarts om prof. dr. Boudewijn Brans voor te dragen als waarnemend diensthoofd Nucleaire geneeskunde”. Verzoekster vecht deze beslissing aan met een beroep tot nie- tigverklaring bij de Raad van State, gekend onder nr. A. 219.305/IX-
  21. 3.
  22. Op 8 maart 2016 adviseert de medische raad op zijn beurt gun- stig om Boudewijn Brans aan te stellen tot waarnemend medisch diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde. 3.
  23. Het directiecomité adviseert op 14 maart 2016 aan de raad van bestuur eveneens gunstig voor de aanstelling van Boudewijn Brans tot waarne- mend medisch diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde. 3.
  24. De raad van bestuur beslist op 21 maart 2016 om Boudewijn Brans aan te stellen tot waarnemend diensthoofd van de dienst Nucleaire Ge- neeskunde met ingang van 21 maart 2016 tot uiterlijk 20 maart
  25. Ook deze beslissing maakt het voorwerp uit van verzoeksters beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 219.305/IX-
  26. IX-8953-5/14 3.
  27. Inmiddels, op 29 februari 2016, heeft de raad van bestuur beslist het mandaat van medisch diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde op- nieuw vacant te verklaren voor de duur van het lopende mandaat van de aange- stelde diensthoofden, namelijk tot 31 december
  28. 3.
  29. Boudewijn Brans stelt zich op 23 maart 2016 daarvoor kandi- daat. Verzoekster doet hetzelfde op 4 april
  30. 3.
  31. De facultaire adviescommissie ziekenhuisaangelegenheden beoordeelt de kandidatuur van Boudewijn Brans als “het meest geschikt” en draagt ze voor aan de leden van de faculteitsraad. 3.
  32. De faculteitsraad geeft op 6 juli 2016 “unaniem gunstig advies […] aan het voorstel van de facultaire adviescommissie ziekenhuisaangelegen- heden Boudewijn Brans voor te dragen als medisch diensthoofd Nucleaire Ge- neeskunde”. Deze beslissing maakt het tweede voorwerp uit van het thans voorliggende beroep tot nietigverklaring. 3.
  33. Op 12 juli 2016 adviseert de medische raad op zijn beurt gunstig om Boudewijn Brans aan te stellen tot medisch diensthoofd van de dienst Nucle- aire Geneeskunde. 3.
  34. Op 29 augustus 2016 beslist de raad van bestuur om Boudewijn Brans aan te stellen tot medisch diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde. Uit hoofde van deze functie wordt hij tevens aangesteld als lid van de sectorraad Klinisch Ondersteunende Sector. Deze beslissing maakt het eerste voorwerp uit van het thans voorliggende beroep tot nietigverklaring. IX-8953-6/14 3.
  35. Op 30 maart 2018 verlaat Boudewijn Brans het UZ Gent. 3.
  36. Na gunstig advies van de medische raad en van de facultaire adviescommissie ziekenhuisaangelegenheden beslist het bestuurscomité van het UZ Gent op 28 mei 2018 om de dienst Nucleaire Geneeskunde op te heffen en de erkende dienst ‘nucleaire geneeskunde met PET scanner’ en de activiteiten ‘nu- cleaire geneeskunde’ te integreren in de reeds bestaande dienst Radiologie, onder de leiding van medisch diensthoofd E.A. Verzoekster vecht ook deze beslissing aan met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zaak A. 225.767/IX-9409). IV. Verzoek tot samenvoeging
  37. Verzoekster vraagt om de voorliggende zaak omwille van proceseconomische redenen te voegen bij of minstens samen te behandelen met de zaken A. 218.169/IX-8799, A. 219.305/IX-8869 en A. 225.767/IX-
  38. Het blijkt evenwel niet dat een behoorlijke rechtsbedeling een samenvoeging van de voormelde zaken vergt. Het kan volstaan dat de zaken op dezelfde terechtzitting zijn behandeld. V. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve exceptie
  39. De Raad van State werpt ambtshalve een exceptie van onont- vankelijkheid van het beroep op, gesteund op het ontbreken van het rechtens ver- eiste actueel belang bij het beroep in hoofde van verzoekster. Bij de ingereedheidbrenging van de zaak met het oog op de behandeling ervan op de openbare terechtzitting heeft de Raad van State de par- IX-8953-7/14 tijen schriftelijk daarvan in kennis gesteld, opdat zij in de mogelijkheid zouden zijn ter terechtzitting hun standpunt daarover te doen kennen. Aan verzoekster is die kennisgeving door de griffier van de Raad van State als volgt gebeurd: “In haar verslag over de zaak A. 225.767/IX-9409 stelt de audi- teur-verslaggeefster voor om het beroep tot nietigverklaring te verwerpen dat gericht is tegen de beslissing van het bestuurscomité van het Universitair Zie- kenhuis Gent van 28 mei 2018 om de dienst Nucleaire Geneeskunde van het ziekenhuis op te heffen en de erkende dienst ‘nucleaire geneeskunde met PET scanner’ en de activiteiten ‘nucleaire geneeskunde’ te integreren in de reeds bestaande dienst Radiologie onder de leiding van prof. dr. [E.A.]. In opdracht van de staatsraad-verslaggever deel ik u mee dat hij ter terecht- zitting ambtshalve de vraag zal stellen naar het actueel belang van de verzoe- kende partij bij haar beroepen tot nietigverklaring in de zaken A. 218.169/IX-8799, A. 219.305/IX-8869 en A. 220.597/IX-8953 – die alle aanstellingen tot diensthoofd van de voornoemde dienst Nucleaire Genees- kunde als voorwerp hebben – voor het geval dat de Raad van State, na beraad, het standpunt van de auditeur-verslaggeefster zou bijvallen dat het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 225.767/IX-9409 moet worden verworpen.” Standpunt van verzoekster
  40. Verzoekster voert ter terechtzitting aan dat zij in het licht van het arrest Vermeulen t./België van 17 juli 2018 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens haar belang bij het voorliggende beroep behoudt, ook na een even- tuele verwerping van haar beroep in de voornoemde zaak A. 225.767/IX-
  41. Zij stelt dat zij in de eerste plaats een moreel belang bij het beroep behoudt, omdat zij in de selectieprocedure “gediskwalificeerd” is en dat zij voorts door het missen van de beoogde aanstelling nog een financieel belang heeft. Ten slotte doet zij gelden dat indien de dienst Nucleaire Geneeskunde zou mogen worden geïntegreerd in de dienst Radiologie zij evengoed medisch diensthoofd zou kunnen zijn. IX-8953-8/14 Beoordeling
  42. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden ad- ministratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wet- tig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen. Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar be- roep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast. Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep, maar moet voorhanden zijn tot aan de sluiting van het debat.
  43. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals verzoekster, voor de Raad van State de rechtshandelingen aanvecht waarbij een andere kandi- daat wordt voorgedragen voor en aangesteld in de geambieerde functie, is om door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat zij opnieuw de kans krijgt om zelf in die functie te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk uit te oefenen. Om haar kansen op dit nagestreefde rechtsherstel gaaf te houden en voordeel uit de gevorderde nietigverklaring te kunnen halen, is het noodzakelijk dat de functie waarvoor verzoekster heeft gesolliciteerd, nog effectief kan worden toegewezen. Dat is niet meer het geval indien er ondertussen een of meerdere IX-8953-9/14 beslissingen zijn tussengekomen, die de functie definitief onbereikbaar maken voor verzoekster.
  44. In dit geval heeft het bestuurscomité van het UZ Gent op 28 mei 2018 beslist dat de dienst Nucleaire Geneeskunde wordt opgeheven en dat de erkende dienst ‘nucleaire geneeskunde met PET scanner’ en de activiteiten ‘nucleaire geneeskunde’ worden geïntegreerd in de reeds bestaande dienst Radi- ologie, die onder de leiding staat van medisch diensthoofd E.A. Verzoekster heeft ook die beslissing met een beroep tot nietig- verklaring bij de Raad van State aangevochten (zaak A. 225.767/IX-9409), maar bij arrest nr. 246.731 van heden wordt dat beroep verworpen. Dit betekent dat de beslissing van de tweede verwerende partij tot integratie van de dienst Nucleaire Geneeskunde in de reeds bestaande dienst Radiologie, onder de leiding van me- disch diensthoofd E.A., ten aanzien van verzoekster onaantastbaar is geworden en de beoogde aanstelling van verzoekster tot diensthoofd van de dienst Nucleaire Geneeskunde definitief in de weg staat. Dit geldt in het bijzonder nu verzoekster in het voorliggende beroep geen enkel middel aanvoert waarin zij doet gelden dat op de tweede verwerende partij een rechtsplicht rust om haar met terugwerking tot 1 september 2016 aan te stellen tot diensthoofd.
  45. Verzoeksters verwijzing, zonder meer, naar het arrest Vermeu- len t./België van 17 juli 2018 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens neemt niet weg dat een verzoekende partij voor de Raad van State, wanneer zij daarover door de Raad ambtshalve wordt ondervraagd, klaar en duidelijk, nauw- keurig en volledig dient aan te geven welk voordeel een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing haar nog kan opleveren. Het voornoemde arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens leert wel dat de Raad van State de impact van de duur van de pro- cedure voor de Raad mee in overweging moet nemen wanneer het verlies van het belang van een verzoekende partij mede hierin zijn oorzaak vindt. IX-8953-10/14 Voor zover verzoekster doet gelden dat zij nog een moreel be- lang heeft bij haar beroep omdat zij in de selectieprocedure is “gediskwalificeerd”, moet worden opgemerkt dat elke deelnemer aan een selectieprocedure het risico loopt en moet aanvaarden dat hij of zij niet de uiteindelijke begunstigde wordt van die procedure of zelfs niet geschikt wordt bevonden voor de geambieerde functie. Het loutere gegeven niet in aanmerking te zijn genomen, volstaat niet om in de gegeven omstandigheden een voldoende moreel belang bij het beroep te behouden. Verzoekster toont niet aan en het blijkt ook niet dat haar kandidaatstelling op een zodanig negatieve wijze is beoordeeld dat daaruit een schandvlek zou zijn voort- gekomen die haar alsnog een voldoende moreel belang bij haar beroep verleent. De duur van de procedure voor de Raad van State kan deze vaststelling niet beïn- vloeden, aangezien het voormelde belang reeds ab initio onvoldoende zou zijn geweest. Voor zover verzoekster voorts een “financieel belang” inroept wegens het mislopen van de geambieerde aanstelling, moet er nogmaals op worden gewezen dat verzoekster niet de schending van een rechtsplicht aanvoert die de tweede verwerende partij ertoe zou nopen haar met terugwerkende kracht een aanstelling te verlenen, zodat zij ook geen aanspraak kan maken op een financiële regularisatie. Ook op dit punt is het gemis aan belang niet toe te schrijven aan de duur van de procedure voor de Raad van State. Bovendien moet worden vastgesteld dat verzoekster tot op het ogenblik van de sluiting van het debat geen vordering bij de Raad van State heeft ingesteld tot het verkrijgen van een schadevergoeding tot herstel, zodat er ook al geen aanleiding is om haar belang bij een onderzoek van de aangevoerde middelen aan te nemen. Voor zover verzoekster ten slotte doet gelden dat indien de dienst Nucleaire Geneeskunde zou mogen worden geïntegreerd in de dienst Ra- diologie, zij dan evengoed medisch diensthoofd zou kunnen zijn, moet worden opgeworpen dat op de dienst Radiologie reeds een medisch diensthoofd is aange- IX-8953-11/14 steld, wiens aanstelling ten aanzien van verzoekster definitief is, wat evenmin een gevolg is van de duur van de procedure voor de Raad van State.
  46. De nietigverklaring van de bestreden beslissingen kan verzoek- ster bijgevolg niet meer het beoogde voordeel opleveren. Derhalve beschikt zij niet meer over het rechtens vereiste actueel belang bij haar beroep. Verzoekster zet niet uiteen en de Raad van State ziet evenmin spontaan, zoals gezegd, hoe de duur van de procedure voor de Raad ertoe zou nopen hierover anders te oordelen.
  47. De ambtshalve opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid van het beroep is gegrond. VI. Kosten
  48. De verwerende partijen vragen de toekenning van een rechts- plegingsvergoeding van 700 euro “per verwerende partij”.
  49. Luidens artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling Bestuursrechtspraak een rechtsple- gingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. In dit geval werden de beide verwerende partijen vertegen- woordigd en bijgestaan door dezelfde raadslieden en hebben zij gezamenlijk hun procedurestukken ingediend. In die omstandigheden is er volgens de Raad van State geen reden om het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat verzoekster aan de verwerende partijen verschuldigd is, vast te stellen op 1400 euro. Met toepassing IX-8953-12/14 van artikel 30/1, § 2, eerste lid, 2°, wordt de verschuldigde rechtsplegingsvergoe- ding vastgesteld op 700 euro.
  50. Het verzoek van de tussenkomende partij om haar een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, wordt niet ingewilligd. Luidens artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan immers de tussenkomende partij geen rechtsplegingsvergoeding genieten. BESLISSING
  51. De Raad van State verwerpt het beroep.
  52. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple- gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende par- tijen, elk voor de helft. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. IX-8953-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-8953-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.734 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.