id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.750 Rolnummer: A. 229843/XII-8852 Zaak: Arrest 246750 - Overheidsopdrachten - 21/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-21 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-26 00:16 Fiche Arrest nr 246.750 van 21 januari 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 246.750 van 21 januari 2020 in de zaak A. 229.843/XII-8852 In zake: de BV CROWDPROFESSIONALS gevestigd te 3068 AV ROTTERDAM Marten Meesweg 8 tegen: de NV TECHNOPOLIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de CVBA ROBRECHTS & THIENPONT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Vanderputte en Kristof Hermans kantoor houdend te 3600 Genk Europalaan 50 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 23 december 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 5 december 2019 van de nv Technopolis tot “gunning van de opdracht in het kader van besteknr. Technopolis nv D30+19013 Audit Crowd Management” aan de cvba Robrechts & Thienpont. XII-8852-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 7 januari 2020 heeft de cvba Robrechts & Thienpont gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 januari 2020, om 11.00 uur. Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rika Heijse, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Charles-Henri de La Vallée Poussin, die loco advocaat Luc Vanderputte verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Tussenkomst
- De cvba Robrechts & Thienpont blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg wordt haar verzoek tot tussenkomst ingewilligd. IV. Rechtspleging
- De verzoekende partij verschijnt niet of is niet vertegenwoordigd ter terechtzitting. Met toepassing van artikel 4, derde lid, van XII-8852-2/4 het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ (hierna: procedurereglement kort geding) wordt, wanneer de verzoekende partij noch verschijnt, noch vertegenwoordigd is, de vordering tot toekenning van de schorsing afgewezen. V. Kosten
- De verwerende partij vraagt ter terechtzitting haar een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen ten laste van de verzoekende partij. Deze vraag wordt verworpen om de volgende redenen. Luidens artikel 84/1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟, dat conform artikel 2 van het procedurereglement kort geding hier van toepassing is, dient het verzoek tot het verkrijgen van een rechtsplegingsvergoeding schriftelijk te gebeuren in een processtuk of een vereffeningsnota. De verzoekende partij heeft nagelaten dergelijk stuk of nota bij te brengen. Voorts lijkt de verwerende partij niet te kunnen worden aanzien als “de in het gelijk gestelde partij” zoals bedoeld in artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, aangezien zij de bestreden beslissing heeft ingetrokken met een beslissing van 7 januari
- Ten slotte kan met toepassing van artikel 30/1, § 2, vierde lid, van de voormelde wetten de door de tussenkomende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding niet worden toegekend. XII-8852-3/4 BESLISSING
- Het verzoek van de cvba Robrechts & Thienpont tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Pierre Barra XII-8852-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.750 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.