← België

Arrest 246781 - Tucht (openbaar ambt) - 21/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.781 Rolnummer: A. 218618/X-16548 Zaak: Arrest 246781 - Tucht (openbaar ambt) - 21/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-30 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 00:27 Fiche Arrest nr 246.781 van 21 januari 2020 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 246.781 van 21 januari 2020 in de zaak A. 218.618/X-16.548 In zake: XXX tegen:

  1. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering en de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Elsbeth Loncke kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 3 maart 2016 strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 11 januari 2016 (brief 12 januari 2016) van de Beroepscommissie voor tuchtzaken [...] waarbij het beroep van XXXX tegen het besluit van 29 september 2015 [...] van het College van burgemeester en schepenen van de XXXX houdende ontslag van ambtswege bij tuchtmaatregel, ongegrond wordt bevonden”. X-16.548-1/6 Tevens vordert XXXX een schadevergoeding tot herstel “ten belope van het gemiste loon vanaf de werkloosheidsdatum 14/01/2016 tot aan de wederindiensttredingsdatum aan het loon van toepassing op de ontslagdatum”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 235.519 van 15 juli 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 10 september
  5. Op 24 oktober 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 januari
  6. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. X-16.548-2/6 Verzoeker, advocaat Jarien Bloemen, die loco advocaten Koen Geelen en Elsbeth Loncke verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Charlotte Mestdagh, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling van het annulatieberoep
  8. In het 65 bladzijden tellende auditoraatsverslag wordt voorgesteld om het beroep “in ieder geval” als ongegrond te verwerpen. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Het gaat om een onweerlegbaar vermoeden, dat alleen ter zijde kan worden geschoven ingeval de verzoekende partij overmacht of onoverwinnelijke dwaling doet aannemen.
  9. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Op de terechtzitting voert hij ter verantwoording daarvan aan dat zijn raadsvrouw in gebreke is gebleven de voortzetting te vragen. Zij verklaarde X-16.548-3/6 weliswaar, aldus verzoeker, niets meer voor hem te kunnen doen, maar hij heeft haar niet gevraagd afstand van het beroep te doen. Integendeel zegt hij reden te zien voor het aanvoeren van een nieuw middel dat beweerdelijk van openbare orde is.
  10. Anders dan verzoeker blijkbaar meent, heeft zijn (intussen gewezen) raadsvrouw niet meegedeeld dat hij afstand van beroep wenste te doen. Het besproken vermoeden volgt krachtens de wet uit de afwezigheid van een tijdig verzoek tot voortzetting. Wat dat betreft, deelde de advocate aan de Raad van State mee het auditoraatsverslag met verzoeker uitvoerig besproken te hebben en gezamenlijk tot de conclusie te zijn gekomen “dat er verder niets te ondernemen was in zijn procedure, en dat er geen verdere kosten moesten gemaakt worden”. Zij zegt verzoeker naar aanleiding van de stopzetting van haar tussenkomst het volledige dossier te hebben overhandigd. Eerder dan dat verzoeker dat betwist en ontkracht, lijkt hij het te bevestigen. Hoe dan ook moet een eventuele fout die een advocaat als lasthebber binnen zijn mandaat zou begaan, rechtstreeks aan de lastgever worden toegerekend en kan ze voor die laatste geen overmacht uitmaken.
  11. Nu verzoeker geen overmacht, of onoverwinnelijke dwaling, aannemelijk maakt, is het wettelijk vermoeden van afstand van geding van toepassing. De omstandigheid dat verzoeker nog een nieuw – tiende – middel wil aanvoeren, kan daar niets aan veranderen. X-16.548-4/6 IV. Beoordeling van de vordering tot schadevergoeding tot herstel
  12. Vermits in het voorliggende arrest dat verzoekers annulatieberoep afsluit geen onwettigheid wordt vastgesteld, wordt eveneens zijn verzoek om schadevergoeding tot herstel afgewezen. Het brengt, gelet op artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement, mee dat het verschuldigde recht op basis van de indiening van dit verzoek niet langer verschuldigd is, en terugbetaald dient te worden. V. Anonimisering
  13. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt de verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
  14. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  15. De Raad van State verwerpt het verzoek tot schadevergoeding tot herstel.
  16. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen.
  17. Het rolrecht ten bedrage van 200 euro dat werd gekweten voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel wordt terugbetaald aan verzoeker. X-16.548-5/6
  18. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.548-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.781 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.519 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.