← België

Arrest 246859 - Overheidsopdrachten - 28/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.859 Rolnummer: A. 228106/XII-8737 Zaak: Arrest 246859 - Overheidsopdrachten - 28/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-06 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-26 01:02 Fiche Arrest nr 246.859 van 28 januari 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 246.859 van 28 januari 2020 in de zaak A. 228.106/XII-8737 In zake: de BVBA YES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cédric Molitor kantoor houdend te 1060 Brussel Zwitserlandstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de POLITIEZONE BRUSSEL-WEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frédéric Van De Gejuchte kantoor houdend te 1030 Brussel de Jamblinne de Meuxplein 41 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:

  1. de NV DA-CAR
  2. de NV DEPANNAGE R. LA FRANCE samen vormend een tv bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Wauters en Sophie Bleux kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 28 juni 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Politiecollege van de Politiezone Brussel-West 5340 van 20 maart 2019 tot gunning van de overheidsopdracht voor diensten met als voorwerp „het takelen en het bewaren van voertuigen op verzoek XII-8737- 1/4 van de gemeente- en politiediensten van de politiezone Brussel-West 5340 voor een periode van 4 jaar‟ (ref. DIRMMLOG2018-18) aan de tijdelijke vennootschap DETAWEST”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 244.759 van 11 juni 2019 is de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing bevolen. Auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari
  5. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthieu de Mûelenaere, die loco advocaat Cédric Molitor verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Isaac Decoster, die loco advocaat Frédéric Van De Gejuchte verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. XII-8737- 2/4 III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’
  7. De bestreden beslissing is bij beslissing van het Politiecollege van de Politiezone Brussel-West van 18 juni 2019 ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en „doelloos‟ is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. IV. Kosten 4.
  8. Bij besluit van het Politiecollege van de Politiezone Brussel-West van 18 juni 2019 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het dat de kosten van het rolrecht ten laste van verwerende partij worden gelegd. 4.
  9. In het verzoekschrift vraagt de verzoekende partij dat de verwerende partij zou worden veroordeeld tot betaling van een verhoogde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 840 euro. Gelet op het bepaalde in artikel 67, § 2, laatste lid, van het voormelde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 is er evenwel aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het basisbedrag, zijnde 700 euro. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van XII-8737- 3/4 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 300 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Bovin XII-8737- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.859 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.759 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.