id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.864 Rolnummer: A. 219650/IX-8885 Zaak: Arrest 246864 - Varia (onderwijs en cultuur) - 28/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-04 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 01:04 Fiche Arrest nr 246.864 van 28 januari 2020 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 246.864 van 28 januari 2020 in de zaak A. 219.650/IX-8885 In zake: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 25 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Len Augustyns kantoor houdend te 2018 Antwerpen Brusselstraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP die woonplaats kiest bij de juridische cel van de afdeling Advies en Ondersteuning onderwijsPersoneel gevestigd te 1210 Brussel Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 juli 2016, strekt tot de nietigverkla- ring van “de beslissing van 2 mei 2016 van [het] afdelingshoofd afdeling secun- dair onderwijs, scholen en leerlingen, voor de administrateur-generaal, namens de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming, waarbij de aanvraag tot programmatie van het structuuronderdeel Immobiliënbeheer onontvankelijk wordt verklaard”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-8885-1/6 Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Tim Peeters, die loco advocaat Len Augustyns ver- schijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 27 november 2015 dient verzoeker, als schoolbestuur van het atheneum Zwinstede te Knokke, een aanvraag in voor de programmatie vanaf schooljaar 2016-2017 van het structuuronderdeel ‘immobiliënbeheer’ in de derde graad TSO als secundair-na-secundair-opleiding (Se-n-Se). Op 2 mei 2016 laat het afdelingshoofd van de afdeling Secun- dair Onderwijs, Scholen en Leerlingen aan verzoeker het volgende weten: “U hebt de bovenstaande programmatieaanvraag voor het schooljaar 2016-2017 ingediend. Na onderzoek van uw dossier blijkt dat uw aan- vraag onontvankelijk is. Enkel de niet-programmeerbare structuuronder- delen van het eerste en tweede leerjaar van de derde graad of de 7e specia- IX-8885-2/6 lisatiejaren BSO, kunnen in aanmerking komen voor een beslissing van de Vlaamse Regering op basis van studiecontinuïteit. Aangezien het struc- tuuronderdeel dat u aanvraagt niet tot deze groep behoort, is uw aanvraag onontvankelijk. Voor meer details verwijs ik naar punt 3.2.2.
- van de omzendbrief SO
- Indien u nog vragen hebt, dan kunt u mij contacteren.” Dat is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van het eerste en het derde middel Uiteenzetting van de middelen
- In een eerste middel voert verzoeker de onbevoegdheid van de steller van de rechtshandeling aan, evenals een schending van de artikelen 177 en 179/1 van de Codex Secundair Onderwijs (VCSO). De bestreden beslissing werd genomen door het afdelingshoofd van de afdeling Secundair Onderwijs, Scholen en Leerlingen, “voor de ad- ministrateur-generaal” en “[n]amens de Vlaamse minister bevoegd voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming”. Verzoeker heeft geen kennis van een beslissing tot (sub)delegatie.
- In het derde middel voert verzoeker de schending aan van arti- kel 176 juncto artikel 179/1 VCSO en van “de motiveringsplicht”. Hij merkt in dat verband op dat zijn aanvraag werd behandeld “in het kader van studiecontinuïteit”, maar dat dit niet de inhoud van de aanvraag was. Hij wijst erop dat de doelstelling van zijn aanvraag een blijvende program- matie is – en geen tijdelijke, zoals het geval is bij een programmatie op basis van studiecontinuïteit. In haar beslissing moest de verwerende partij dan ook, con- form artikel 179/1 VCSO rekening houden met de adviezen van de Vlaamse On- derwijsraad, de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Ge- meenschap, de eventueel vigerende regelgeving met betrekking tot frequentie, IX-8885-3/6 inplanting of andere organisatievoorwaarden van het betrokken structuuronder- deel, het beantwoorden van de programmatie aan het kwantitatief en kwalitatief aantoonbaar niet-behoeftedekkend onderwijsaanbod binnen de betrokken onder- wijszone en met respect voor de keuzevrijheid van ouders en leerlingen, de aan- wezigheid van een convenant of de inhoudelijke aansluiting en de objectief vast- gestelde nood op de arbeidsmarkt of de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of de scholengemeenschap. Omtrent dit alles motiveert de bestreden beslissing niets, zo besluit verzoeker. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt op beredeneerde wijze besloten tot de gegrondheid van de beide middelen. Het auditoraat merkt op: - dat de verwerende partij bij de beoordeling van de aanvraag alleszins ten on- rechte is uitgegaan van de regelgeving die pas op 1 september 2016 in werking zou treden, zijnde “toekomstig recht, dat op het ogenblik [van] de bestreden be- slissing nog niet eens door de decreetgever was aangenomen”; - dat integendeel de verwerende partij bij de beoordeling van de aanvraag ertoe gehouden was om het op dat ogenblik geldende recht toe te passen; - dat de aanvraag van verzoeker niet kon worden ingepast in artikel 177 VCSO, zoals de verwerende partij betoogt, noch in de artikelen 178 en 179 VCSO maar dat de verwerende partij, volgens het eerste lid van artikel 179/1 VCSO, de aan- vraag moest beoordelen aan de hand van de laatstgenoemde bepaling, zoals toen- dertijd van toepassing; - dat artikel 179/1 VCSO uitdrukkelijk voorziet in de mogelijkheid om de pro- grammatie van een Se-n-Se-opleiding aan te vragen en dat de Vlaamse regering naar luid van deze bepaling “[n]a advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap” een beslissing moest nemen over de programmatie, daarbij reke- ning houdend met “de eventueel vigerende regelgeving met betrekking tot fre- IX-8885-4/6 quentie, inplanting of andere organisatievoorwaarden van het structuuronderdeel in kwestie”, “het beantwoorden van de programmatie aan het kwantitatief en kwalitatief aantoonbaar niet-behoeftedekkend onderwijsaanbod binnen de be- trokken onderwijszone en met respect voor de keuzevrijheid van ouders en leer- lingen” en “a) de aanwezigheid van een convenant, of; b) de inhoudelijke aanslui- ting en de objectief vastgestelde nood op de arbeidsmarkt, of; c) de studie- continuïteit van leerlingen binnen de school of de scholengemeenschap”; dat ech- ter de bestreden beslissing van dat alles niet de minste blijk geeft; - dat, ten slotte, in het dossier geen delegatie voorligt aan een ambtenaar van het agentschap voor Onderwijsdiensten om te oordelen over aanvragen tot program- matie.
- De verwerende partij heeft als reactie op dit auditoraatsverslag een laatste memorie neergelegd waarin zij enkel om de voortzetting van de pro- cedure vraagt en verwijst naar haar memorie van antwoord. Zij legt nog steeds geen delegatiebesluit neer, noch weerspreekt zij de vaststellingen van het audito- raat.
- Na eigen onderzoek van de regelgeving en van de stukken van het dossier, ziet ook de Raad van State geen reden om het anders te zien dan uit- eengezet in het auditoraatsverslag. Om de hiervóór sub 6 aangegeven redenen, die de Raad bijvalt, zijn de besproken middelen gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing waarbij het afdelingshoofd van de afdeling Secundair Onderwijs, Scholen en Leerlingen op 2 mei 2016 de aanvraag van het Gemeenschapsonderwijs tot programmatie van het struc- tuuronderdeel Immobiliënbeheer aan het atheneum Zwinstede te Knokke onontvankelijk verklaart. IX-8885-5/6
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings- vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-8885-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.864 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div