← België

Arrest 246880 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 28/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.880 Rolnummer: A. 228229/X-17514 Zaak: Arrest 246880 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 28/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-06 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-26 01:09 Fiche Arrest nr 246.880 van 28 januari 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 246.880 van 28 januari 2020 in de zaak A. 228.229/X-17.514 In zake: de NV AXIMA REFRIGERATION gevestigd te 2060 Antwerpen Slachthuislaan 23 tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Annelies Verlinden en Thomas Sterckx kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV ULP-I bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix, Nele Ansoms en Christophe Smeyers kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 25 februari 2019 houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk Ruimtelijke Uitvoeringsplan Slachthuissite – Noordschippersdok-Lobroekdok”. X-17.514-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De NV ULP-I heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 3 september
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 11 september
  4. Op respectievelijk 28, 26 en 29 november 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde X-17.514-2/4 artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  7. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Kosten
  8. De kosten van de tussenkomst blijven ten laste van de tussenkomende partij. Artikel 30/1, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State sluit haar uitdrukkelijk uit van het krijgen van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-17.514-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.514-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.880 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.