← België

Arrest 246894 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.894 Rolnummer: A. 228387/VII-40575 Zaak: Arrest 246894 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-10 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-26 01:31 Fiche Arrest nr 246.894 van 30 januari 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Overschrijving en verwijzing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 246.894 van 30 januari 2020 in de zaak A. 228.387/VII-40.575 In zake : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151, bus 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : Francis DESCAMPS -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 14 juni 2019, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1819-0965 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 7 mei 2019 in de zaak 1718-RvVb-0287-SA. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 4 juli
  3. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. VII-40.575-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 januari
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Met een besluit van 9 februari 2017 verleent de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen (hierna: deputatie) een stedenbouwkundige vergunning aan de aanvragers “voor het bouwen van een meergezinswoning en garages na afbraak van de bestaande toestand”.
  7. Op vordering van Francis Descamps beveelt de RvVb bij arrest nr. RvVb/S/1718/0119 van 3 oktober 2017 de schorsing van de tenuitvoerlegging van voormelde vergunningsbeslissing van 9 februari
  8. Met een besluit van 26 oktober 2017 trekt de deputatie de geschorste vergunningsbeslissing van 9 februari 2017 in en verleent zij aan de aanvragers opnieuw een stedenbouwkundige vergunning “voor het bouwen van een meergezinswoning en garages na afbraak van de bestaande toestand”. VII-40.575-2/7
  9. De RvVb heropent bij arrest nr. RvVb-A-1819-0542 van 29 januari 2019 het debat over de vordering van Francis Descamps tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van 26 oktober
  10. De RvVb beslist dat de deputatie de vergunningsbeslissing van 9 februari 2017 “rechtsgeldig [kon] intrekken”. De RvVb stelt vervolgens ambtshalve de vraag of - de deputatie, “nadat zij haar beslissing van 9 februari 2017 had ingetrokken, op 26 oktober 2017 ook nog de bevoegdheid had om een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep van [Francis Descamps], dan wel of de vergunningsbeslissing van 26 oktober 2017 genomen is buiten de beslissingstermijn zoals voorzien in artikel 4.7.23, § 2 VCRO zoals van toepassing op de aanvraag” en of - “het overschrijden van de vermelde termijn de bevoegdheid van de [deputatie] heeft uitgeput, waardoor zij in het kader van het ingesteld administratief beroep, na de intrekking van de beslissing van 9 februari 2017, geen nieuwe uitdrukkelijke vergunningsbeslissing meer kon nemen, en zij overeenkomstig artikel 4.7.23, § 3, eerste lid VCRO aan [Francis Descamps], als de indiener van het beroep, een kennisgeving van de stilzwijgende beslissing diende te bezorgen”.
  11. Het bestreden arrest vernietigt op vordering van Francis Descamps de vergunningsbeslissing van 26 oktober
  12. IV. Onderzoek van het middel Standpunt van de deputatie
  13. De deputatie voert de schending aan van artikel 149 van de Grondwet en artikel 4.7.23, §§ 2 en 3, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) in de toepasselijke historische versie. VII-40.575-3/7 Zij betoogt dat het bestreden arrest tegenstrijdig gemotiveerd is en “een verkeerde lezing heeft gegeven aan art. 4.7.23, § 2-3 VCRO”. Zij stelt dat men “niet aan de ene kant [kan] overwegen dat een intrekkingsbeslissing terugwerkende kracht heeft en anderzijds overwegen dat een intrekking geen invloed heeft op de lopende beslissingstermijn” en dat wat geldt voor een vernietiging door de Raad van State ook geldt voor de intrekking. “De juridische fictie van de terugwerkende kracht impliceert precies dat er wel degelijk een invloed is op de lopende beroeps- en beslissingstermijn. […] De tegenstrijdige motivering komt overeen met een gemis aan motivering, minstens een onduidelijke motivering [...]”. Zij argumenteert dat het bestreden arrest artikel 4.7.23, §§ 2-3, VCRO schendt “door voor recht te stellen dat de in deze bepaling opgelegde vervaltermijn niet kan worden benut bij de verplichte herbeoordeling na de intrekking”. De grondslag van de intrekking hangt onlosmakelijk samen met de mogelijkheid om de beslissing in kwestie te laten vernietigen. Ook een intrekking heeft als gevolg dat er teruggegaan wordt in het besluitvormingsproces tot net voor het moment dat de ingetrokken beslissing genomen werd. De voltooiing van het besluitvormingsproces moet dan ook evenzeer analoog gebeuren aan dat van de vernietiging. Het is precies artikel 4.7.23, §§ 2-3, VCRO dat aan de deputatie de rechtsplicht oplegt om een beslissing te nemen over het administratief beroep. Precies de retroactieve werking van de intrekking maakt dat men niet kan beweren dat de beroeps- of beslissingstermijnen zomaar doorlopen. De essentie van de terugwerkende kracht is precies dat de chronologie doorbroken wordt. Het bestreden arrest overweegt ten onrechte dat na de intrekking geen beslissing meer zou kunnen worden genomen omwille van het feit dat de vervaltermijn zou zijn verstreken. Het bestreden arrest heeft tot gevolg dat een remediëring van een eventuele onwettige beslissing door de verlopen vervaltermijn door de intrekking zelf niet meer mogelijk is. Het nut van de intrekking is nihil. Het is eigenaardig dat een orgaan van het actief bestuur op een moment dat hij niet meer over een bevoegdheid zou beschikken om een beslissing te nemen toch nog in staat zou zijn VII-40.575-4/7 om een beslissing uit het rechtsverkeer te halen, maar wegens gebrek aan bevoegdheid geen vervangende beslissing meer zou kunnen nemen. Anders dan de RvVb in het bestreden arrest overweegt, volgt niet uit de vernietiging de rechtsplicht tot heroverwegen, maar wel uit artikel 4.7.23, §§ 2-3, VCRO. Door de intrekking of de vernietiging wordt de deputatie teruggeplaatst op het moment net voor de te nemen beslissing en wordt zij door artikel 4.7.23, §§ 2-3, VCRO verplicht een beslissing te nemen. Beoordeling
  14. Een bestuur kan onder bepaalde voorwaarden een beslissing intrekken. De intrekking heeft tot gevolg dat de ingetrokken beslissing geacht wordt nooit genomen geweest te zijn.
  15. Door de intrekking van de binnen de termijn in het aangehaalde artikel 4.7.23, § 2, VCRO genomen vergunningsbeslissing wordt de deputatie fictief teruggeplaatst in de situatie van vóór de ingetrokken vergunningsbeslissing.
  16. Het bestreden arrest besluit dat de vergunningsbeslissing van 26 oktober 2017 “[v]oor zover met de beslissing […] een nieuwe stedenbouwkundige vergunning wordt verleend, […] aangetast [is] door een bevoegdheidsoverschrijding” op grond van volgende overwegingen: - Francis Descamps heeft op 10 november 2016 administratief beroep ingesteld en de deputatie verleent tijdig op 9 februari 2017 een stedenbouwkundige vergunning aan de aanvragers, - met de beslissing van 26 oktober 2017 heeft de deputatie op rechtsgeldige wijze haar vergunningsbeslissing van 9 februari 2017 ingetrokken en deze laatste vergunningsbeslissing is met terugwerkende kracht uit het rechtsverkeer verdwenen, - de beslissing van 26 oktober 2017 tot intrekking van de vergunningsbeslissing van 9 februari 2017 werd genomen nadat de beslissingstermijn bepaald in artikel 4.7.23, § 2, VCRO die een vervaltermijn is, verstreken was, doet geen VII-40.575-5/7 nieuwe beslissingstermijn ingaan voor de deputatie en heeft evenmin tot gevolg dat het resterend deel van de initiële beroepstermijn op het ogenblik van de intrekking op 26 oktober 2017 terug verder zou lopen, - de overschrijding van de beslissingstermijn heeft tot gevolg dat de deputatie geen uitdrukkelijke vergunningsbeslissing meer kon nemen en heeft van rechtswege tot gevolg dat het administratief beroep van Francis Descamps geacht wordt stilzwijgend te zijn afgewezen hetgeen de deputatie aan laatstgenoemde had moeten meedelen.
  17. Door aldus te beslissen is het bestreden arrest tegenstrijdig gemotiveerd en schendt het arrest artikel 149 van de Grondwet.
  18. Het middel is gegrond. BESLISSING
  19. De Raad van State vernietigt arrest nr. RvVb-A-1819-0965 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 7 mei 2019 in de zaak 1718-RvVb-0287-SA.
  20. Dit arrest dient te worden overgeschreven in de registers van bovenvermelde Raad en melding ervan moet worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
  21. De zaak wordt verwezen naar de anders samengestelde Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  22. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. VII-40.575-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.575-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.894 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.