id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.954 Rolnummer: A. 227314/XIV-37935 Zaak: Arrest 246954 - Varia (economische zaken) - 05/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-17 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-26 01:47 Fiche Arrest nr 246.954 van 5 februari 2020 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 246.954 van 5 februari 2020 in de zaak A. 227.314/XIV-37.935 In zake : Ahmad EL HAGE wonend te 2950 Kapellen Hoogboomsteenweg 176 bus 4 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Lize Vandersteegen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 tegen : het VLAAMSE GEWEST woonplaats kiezend te 1030 Brussel Koning Albert II-laan 35 bus 20 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Devloo kantoor houdend te 8500 Kortrijk Koning Albertstraat 24 bus 1 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De “akte van wraking conform artikel 828 e.v. Gerechtelijk Wetboek”, neergelegd ter terechtzitting van de Raad voor Economisch onderzoek inzake Vreemdelingen (hierna: de REOV) op 25 januari 2019 en door de griffie van deze laatste naar de Raad van State gestuurd met een ter post aangetekende brief van 29 januari 2019, strekt tot de wraking van Kristiaan Barbaix en Jamila El Masbahi als leden van de REOV in een procedure tegen verzoeker. XIV-37.935-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 243.990 van 20 maart 2019 is het debat heropend en is de zaak vastgesteld op de terechtzitting van 4 september
- De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 september
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lize Vandersteegen, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Rik Devloo, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feiten zijn uiteengezet in het tussenarrest nr. 243.990 van 20 maart
- Er wordt naar verwezen. IV. Bevoegdheid en rechtsmacht Vooraf
- In het voornoemde tussenarrest van 20 maart 2019 heeft de Raad van State vastgesteld dat verzoekers akte tot wraking, die door de griffie van de REOV tegelijk aan de Raad van State en aan de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg was bezorgd, met een beschikking van de rechtbank van eerste aanleg van XIV-37.935-2/4 Brussel van 26 februari 2019, “ontvankelijk doch ongegrond” werd verklaard. De Raad van State heeft met dat tussenarrest het debat heropend om de partijen toe te laten informatie bij te brengen of de voornoemde beschikking van 26 februari 2019 al dan niet definitief is geworden. Standpunten van de partijen
- Ter terechtzitting deelt verzoeker mee dat geen cassatieberoep werd ingediend tegen de voornoemde beschikking van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 26 februari
- De verwerende partij bevestigt dit en laat gelden dat de Raad van State niet nogmaals uitspraak kan doen over dezelfde zaak omdat de beschikking van de burgerlijke rechter definitief is geworden. Beoordeling
- Zoals de Raad van State reeds in het tussenarrest van 20 maart 2019 heeft overwogen, vormt de meergenoemde beschikking van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 26 februari 2019 een uitspraak van een andere rechter over dezelfde vordering, dit wil zeggen met het zelfde voorwerp, dezelfde oorzaak en dezelfde partijen in dezelfde hoedanigheid. Dezelfde akte van wraking bleek immers door de griffie van de REOV zowel naar de burgerlijke rechter als naar de Raad van State te zijn gestuurd. Tegen die beschikking van de burgerlijke rechter, waartegen geen hoger beroep noch verzet openstaat, blijkt geen cassatieberoep te zijn ingesteld. Zij is derhalve definitief geworden. Vermits de voornoemde beschikking van 26 februari 2019 kracht van gewijsde heeft en er reeds uitspraak mee is gedaan over dezelfde vordering als de bij de Raad van State ingestelde vordering, vermag de Raad van State zich niet XIV-37.935-3/4 meer over die vordering uit te spreken. Deze vaststelling volstaat voor de verwerping van de vordering. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.935-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.954 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.990 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.