id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.958 Rolnummer: A. 228303/VII-40560 Zaak: Arrest 246958 - Energie - 06/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-14 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 01:52 Fiche Arrest nr 246.958 van 6 februari 2020 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.958 van 6 februari 2020 in de zaak A. 228.303/VII-40.560 In zake: Kristine DELACOURT wonende te 3010 Kessel-Lo Wilselsesteenweg 282 waar woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Damien Verhoeven en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van twee beslissingen van het Vlaams Energieagentschap van 1 april 2019 waarbij aan verzoekster administratieve geldboetes worden opgelegd wegens “het niet voldoen aan de EPB-eisen: Dossier 24062-G-RO2012/0223: verbouwen van een ééngezinswoning, Wilselsesteenweg 282, 3010 Leuven”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis werd gebracht op 4 september
- Op respectievelijk 3 december 2019 en 19 november 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan VII-40.560-1/4 verzoekster en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 januari
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die in persoon verschijnt, en advocaat Victor David, die loco advocaat Damien Verhoeven verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, VII-40.560-2/4 tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Ter terechtzitting verklaart verzoekster dat zij geen memorie van wederantwoord heeft ingediend omdat zij niets had toe te voegen aan haar uiteenzetting in het verzoekschrift. Wanneer de memorie van antwoord aan verzoekster werd bezorgd, werd zij in het begeleidend schrijven van de griffie gewezen op de bedoelde procedurevoorschriften en werd zij dus verwittigd van de zware gevolgen die verbonden zijn aan het niet-indienen van een memorie van wederantwoord. Verzoekster voert geen reden van overmacht aan die een rechtvaardiging vormt voor het niet-indienen van een memorie van wederantwoord. Als verzoekster van oordeel was dat zij geen bijkomende argumenten wenste te ontwikkelen, had zij een memorie van wederantwoord kunnen indienen die beperkt was tot het volharden in de vordering.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. VII-40.560-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.560-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.958 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.