← België

Arrest 246961 - Ziekenhuizen - 06/02/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.961 Rolnummer: A. 229285/XIV-39091 Zaak: Arrest 246961 - Ziekenhuizen - 06/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-18 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-26 01:53 Fiche Arrest nr 246.961 van 6 februari 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenhuizen Beslissing : Verwerping heropening debatten Voortzetting gewone procedure Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 246.961 van 6 februari 2020 in de zaak A. 229.285/VII-40.657 In zake: 1. de VZW ALGEMEEN ZIEKENHUIS DELTA 2. de VZW SINT-ANDRIESZIEKENHUIS TIELT 3. de ASSOCIATIE AZ DELTA ROESELARE, SINT-ANDRIESZIEKENHUIS TIELT EN SINT-JOZEFSKLINIEK IZEGEM VOOR DE UITBATING VAN EEN NMR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Raf Van Goethem kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen: 1. de VZW O.L.V. VAN LOURDES ZIEKENHUIS WAREGEM 2. de VZW SINT-VINCENTIUSZIEKENHUIS DEINZE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Leen De Vuyst en Alexandre Peytchev kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- VII-40.657-1/14 I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 4 oktober 2019, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van: “- De beslissing van de auditeur-generaal tot de weigering van een planningsvergunning tot oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld in het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt, in associatie met het Algemeen Ziekenhuis Delta te Roeselare en de Sint-Jozefskliniek te Izegem d.d. 5 augustus 2019 - De beslissing van de auditeur-generaal van tot toekenning van een planningsvergunning tot oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld aan het Onze Lieve Vrouw van Lourdes Ziekenhuis Waregem te Waregem in associatie met Sint Vincentiusziekenhuis te Deinze d.d. 5 augustus 2019”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 januari 2020. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Philip Vanstapel, die loco advocaat Raf Van Goethem verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Bart Staelens, die verschijnt VII-40.657-2/14 voor de verwerende partij en advocaat Alexandre Peytchev, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Juridisch Kader 3.1. Op grond van artikel 5, § 1, I, c, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen blijft de federale wetgever inzake gezondheidsbeleid bevoegd voor de basisregelen betreffende de programmatie inzake het beleid betreffende de zorgverstrekkingen in en buiten de verplegingsinrichtingen. Artikel 54 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen (hierna: gecoördineerde wet van 10 juli 2008) luidt: “Toestellen en uitrustingen die met toepassing van artikel 52 door de Koning als zware medische apparatuur zijn aangemerkt, mogen noch worden opgesteld, noch uitgebaat zonder voorafgaande toestemming van de overheid als bedoeld in de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet. Die toestemming is vereist, zelfs wanneer de initiatiefnemer geen beroep doet op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 63 en zelfs wanneer de investering plaatsvindt buiten een ziekenhuis of een medisch-sociale instelling”. Artikel 55, eerste en tweede lid, van dezelfde wet luidt: “De Koning kan, per toestel vermeld in de in artikel 52 bedoelde lijst van zware medische apparatuur, nadere regelen bepalen inzake het maximum aantal dat in gebruik mag worden genomen en uitgebaat. VII-40.657-3/14 Hij kan, onverminderd het eerste lid, de in artikel 54 bedoelde toelating, alsmede de ingebruikneming en uitbating, onderwerpen aan de door Hem bepaalde programmatiecriteria of maximumaantal”. Artikel 58 van dezelfde wet luidt: “De Koning kan, de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen gehoord, de in de artikelen 52 tot 56 en 63 voorziene regelen inzake de zware medisch apparatuur geheel of gedeeltelijk, en met de aanpassingen die nodig mochten blijken, uitbreiden tot medische diensten en medisch-technische diensten, ongeacht of deze al dan niet in ziekenhuisverband zijn opgericht. De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, de normen waaraan de diensten moeten beantwoorden om als medische dienst en medisch-technische dienst te worden erkend”. Artikel 60 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008, zoals dit gold voorafgaand aan de wijziging bij wet van 11 augustus 2017 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, luidde: “De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, per soort van dienst bedoeld in artikel 58, andere dan deze bedoeld in artikel 59, nadere regelen bepalen inzake het maximum aantal diensten dat uitgebaat mag worden of programmatiecriteria vaststellen. De in het eerste lid bedoelde programmatiecriteria zijn deze bedoeld in de artikelen 36 en 37”. Op grond van het koninklijk besluit van 25 april 2014 tot vaststelling van het maximum aantal toestellen voor magnetische resonantie tomografie dat uitgebaat mag worden (hierna: koninklijk besluit van 25 april 2014) is dat maximaal aantal toestellen voor het Vlaamse Gewest vastgesteld op 65 toestellen. Op grond van het koninklijk besluit van 25 oktober 2006 houdende vaststelling van het maximum aantal diensten waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld dat uitgebaat mag worden, is het aantal diensten voor het Vlaamse Gewest, sedert de wijziging bij koninklijk besluit van 25 april 2014, vastgesteld op 55. Dit betekent dat er vanaf 1 januari 2015 in Vlaanderen nog 7 bijkomende diensten konden worden erkend voor de exploitatie van een NMR-toestel. VII-40.657-4/14 3.2. Krachtens artikel 4 van het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio‟s en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen is de Vlaamse regering bevoegd voor het bepalen van bijkomende programmatiecriteria met betrekking tot programmatie. Bij besluit van de Vlaamse regering van 9 maart 2018 tot bepaling van aanvullende programmatienormen voor bijkomende diensten waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld wordt bepaald: “Art. 2. In dit artikel wordt verstaan onder: 1° NMR-ratio: het aantal toestellen per 100.000 inwoners in een provincie; 2° NMR-index: de NMR-ratio van een provincie, gedeeld door het gemiddelde aantal toestellen per 100.000 inwoners voor Vlaanderen. De diensten worden geografisch verspreid over de provincies door het aantal diensten per provincie toe te wijzen op basis van de officiële bevolkingscijfers op 1 januari 2017. Daarbij wordt rekening gehouden met de toestellen die per provincie zijn erkend, de NMR-ratio en de NMR-index. Er wordt opeenvolgend een bijkomende dienst toegewezen aan de provincie met de laagste NMR-index. Na elke toewijzing van een toestel worden de NMR-index en NMR-ratio herberekend. Als aan een bepaalde provincie geen bijkomende dienst kan worden toegewezen, wordt haar NMR-index buiten beschouwing gelaten en worden de diensten geografisch verspreid over de overige provincies door opeenvolgend een bijkomende dienst toe te wijzen aan de provincie met de laagste NMR-index. Art. 3. Een dienst wordt toegewezen binnen een provincie volgens de activiteit en de capaciteit van het ziekenhuis, op basis van het aantal verantwoorde en erkende bedden. Bij die toewijzing worden de volgende criteria toegepast: 1° als er binnen dezelfde provincie verschillende ziekenhuizen zijn die een rechtsgeldige aanvraag indienen, wordt rekening gehouden met de gevalideerde gegevens over de activiteit en capaciteit van het ziekenhuis, namelijk:

  1. a)het aantal verantwoorde bedden C/D/E/G/M/NIC, zoals berekend op 1 juli 2017 in het budget van financiële middelen;
  2. b)het aantal erkende bedden Sp, A/a, K/k op 1 juli 2017;
  3. c)het aantal verantwoorde bedden in chirurgische dagziekenhuisopname, zoals berekend op 1 juli 2017 in het budget van financiële middelen; 2° voor aanvragen vanuit een associatie worden alleen de activiteit en capaciteit geteld van het ziekenhuis of de ziekenhuizen waar nog geen magnetische resonantie tomograaf is opgesteld; 3° er wordt voorrang gegeven aan de ziekenhuizen en associaties met het hoogste aantal samengetelde bedden”. VII-40.657-5/14 3.3. Voorliggend geschil heeft betrekking op de toewijzing van de 7 bijkomende medische diensten voor de uitbating van een NMR-toestel in Vlaanderen op basis van de programmatiecriteria opgenomen in het voormelde besluit van de Vlaamse regering. IV. Feiten 4.1. Nadat de zeven planningsvergunningen voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, die in de loop van 2015 werden toegekend bij beslissingen van de minister of van/namens de administrateur-generaal, door de Raad van State werden vernietigd bij arrest nr. 238.707 van 29 juni 2017, waaronder een planningsvergunning verleend aan de associatie tussen het Algemeen Ziekenhuis Delta te Roeselare, de Sint-Jozefskliniek te Izegem en het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt, doet de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bij brief van 7 mei 2018 een nieuwe oproep tot het indienen van aanvragen tot oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een NMR wordt opgesteld. 4.2. Voor de provincie West-Vlaanderen worden in de loop van de maand juni 2018 vijf nieuwe aanvragen ingediend, waaronder een aanvraag door de verzoekende partijen en de Sint Jozefskliniek te Izegem, namelijk door de associatie AZ Delta - Sint Jozefskliniek Izegem - Sint Andriesziekenhuis Tielt voor de exploitatie van een NMR in het Sint Andriesziekenhuis te Tielt. 4.3. Bij besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid van 30 oktober 2018 wordt een eerder verleende erkenning, met ingang vanaf 1 juli 2018, van de fusie tussen het ziekenhuis Sint-Rembert te Torhout en het Algemeen Ziekenhuis Delta te Roeselare ingetrokken en wordt de fusie retroactief erkend met ingang vanaf 20 april 2018. Het Sint-Rembertziekenhuis Torhout had inmiddels in associatie met Algemeen Ziekenhuis Veurne eveneens een aanvraag ingediend voor de toekenning van een VII-40.657-6/14 planningsvergunning voor de exploitatie van een NMR-toestel in het AZ Veurne in de nieuwe planningsronde. 4.4. Met een brief van 27 februari 2019 deelt de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid aan de verzoekende partijen het voornemen mee tot weigering van een planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld in het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt, in associatie met het Algemeen Ziekenhuis Delta te Roeselare en de Sint-Jozefskliniek te Izegem. Omtrent dit voornemen tot weigering wordt onder meer overwogen: “1. De programmatie […] 2. Toewijzingsprincipes Zoals hierboven vermeld, kunnen nieuwe diensten enkel erkend worden in ziekenhuizen waar op datum van 01.01.2015 nog geen magnetische resonantie tomograaf is opgesteld. Teneinde deze doelstelling maximaal te garanderen werden overeenkomstig de brief van de minister van 7 mei 2018 de volgende principes in acht genomen: - de toewijzing van een dienst NMR gebeurt op niveau ziekenhuis (erkenningsnummer); - aan ziekenhuizen die binnen hun erkenningsnummer een NMR hebben opgesteld kan geen bijkomende NMR worden toegekend; - in het kader van het stimuleren van netwerken en samenwerkingsverbanden tussen de ziekenhuizen kan de bijkomende NMR toegekend worden aan een associatie; - enkel associaties tussen algemene ziekenhuizen worden in aanmerking genomen voor het toewijzen van een NMR-toestel; - ziekenhuizen waar geen NMR opgesteld staat op een campus van het eigen erkenningsnummer en die enkel een NMR ter beschikking hebben op een campus van een ander lid van de associatie, komen wel nog in aanmerking voor een toekenning van een NRM toestel; - een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, kan slechts het voorwerp uitmaken van één associatie. Een ziekenhuis kan ook slechts deel uitmaken van één associatie m.b.t. de gemeenschappelijke exploitatie van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld; - indien een erkende associatie m.b.t. de gemeenschappelijke exploitatie van een dienst waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld, niet rechtsgeldig is opgezegd, moet de aanvraag voor een VII-40.657-7/14 NMR op de campus van het partnerziekenhuis, waar nog geen NMR staat opgesteld, vanuit die bestaande associatie worden ingediend; - de NMR toestellen dienen vast te worden opgesteld, mobiele NMR toestellen worden niet weerhouden. Vier aanvragen beantwoorden niet aan al deze principes en worden derhalve niet verder weerhouden voor het toekennen van een planningsvergunning. - […] - Door de fusie van A.Z. Sint Rembert Torhout met A.Z. Delta op 20 april 2018, en het opheffen van het erkenningsnummer E 378, maakt het ziekenhuis A.Z. Delta deel uit van twee associaties m.b.t. de gemeenschappelijke exploitatie van een NMR-dienst, met name enerzijds de associatie tussen de ziekenhuizen van Veurne en Torhout en anderzijds tussen de ziekenhuizen A.Z. Delta, Sint-Jozefskliniek Izegem en Sint-Andriesziekenhuis Tielt”. 4.5. Op 28 maart 2019 dienen de verzoekende partijen, middels een brief van hun raadslieden, een bezwaarschrift in tegen het voornemen tot weigering van een planningsvergunning. De verzoekende partijen worden op 14 mei 2019 gehoord door de Adviescommissie Voorzieningen WVG. 4.6. Op 5 juni 2019 deelt de Adviescommissie Voorzieningen WVG haar advies met betrekking tot de dossiers voor de planningsvergunningen NMR mee aan de verwerende partij. Daarin overweegt de adviescommissie onder meer: “De adviescommissie dient vast te stellen dat de administratie van het Agentschap Zorg & Gezondheid de vooropgestelde wettelijke criteria op correcte en voor iedereen gelijke wijze heeft toegepast. Ze dient zich dan ook akkoord te verklaren met de argumentatie en de daaruit voortvloeiende voornemens van toekenning/weigering van planningsvergunningen die het Agentschap Zorg & Gezondheid op 27 februari 2019 aan de aanvragers heeft betekend”. 4.7. Met een brief van 5 augustus 2019 deelt het afdelingshoofd Preventie van het Agentschap Zorg & Gezondheid, bij afwezigheid van de administrateur-generaal, aan de verzoekende partijen mee dat de weigering van planningsvergunning voor de oprichting van een dienst medische beeldvorming waarin een magnetische resonantie tomograaf wordt opgesteld in het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt, uitgebaat in associatie met het Algemeen Ziekenhuis Delta te Roeselare en de Sint-Jozefskliniek te Izegem, wordt bevestigd. VII-40.657-8/14 Dit is de eerste bestreden beslissing. 4.8. Met een brief van 5 augustus 2019 deelt het afdelingshoofd Vlaamse Sociale bescherming van het Agentschap Zorg & Gezondheid, bij afwezigheid van de administrateur-generaal, aan het Onze-Lieve-Vrouw van Lourdesziekenhuis te Waregem en het Sint-Vincentiusziekenhuis te Deinze mee dat hen een planningsvergunning wordt toegekend. Dit is de tweede bestreden beslissing. V. Tussenkomst 5. Met een op 5 november 2019 ingediend verzoekschrift vragen de vzw O.L.V. Van Lourdes Ziekenhuis Waregem en de vzw Sint-Vincentiusziekenhuis Deinze om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-40.657-9/14 VII. Spoedeisendheid Standpunt van de verzoekende partijen 7. De verzoekende partijen zetten daaromtrent uiteen: “• Door de bestreden beslissingen van verwerende partij dreigen verzoekende partijen, en voornamelijk tweede verzoekende partij, in de nabije toekomst achter te blijven met een NMR-dienst die niet meer gexploiteerd mag worden. In de eerste bestreden beslissing staat immers te lezen dat: „In afwachting van de beslissing van minister De Block, kunnen we op dit ogenblik ons akkoord verlenen voor de verdere exploitatie van het NMR-toestel tot op het ogenblik dat de dienst medische beeldvorming met magnetische resonantie tomograaf - in uitvoering van de nieuwe vergunningen - in exploitatie wordt genomen en erkend wordt, hetzij in het AZ Oudenaarde te Oudenaarde, hetzij in het Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes Ziekenhuis Waregem te Waregem [‟] Concreet betekent dit voor verzoekende partijen dat zij de NMR-dienst die zij bij tweede verzoekende partij uitbaten in de nabije toekomst niet meer zullen mogen exploiteren. De verwachting is dat de NMR-diensten van het AZ Oudenaarde en van het Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes Ziekenhuis Waregem begin volgend jaar zullen kunnen worden geëxploiteerd. Uiteraard kunnen verzoekende partijen dit niet met zekerheid stellen, maar wanneer verzoekende partijen kijken naar hun eigen situatie en de hun toegekende planningsvergunning van 24 juli 2015 en effectieve exploitatie vanaf 1 juni 2016, zullen de NMR-diensten in het AZ Oudenaarde en het OLV van Lourdes Waregem in het voorjaar van 2020 operationeel zijn. Het spreekt voor zich dat onderhavige zaak voor verzoekende partijen dan ook hoogdringend is. Verzoekende partijen ontvingen immers via een beslissing van 24 juli 2015 een planningsvergunning toegekend […] om een NMR-toestel te kunnen uitbaten in het Sint-Andriesziekenhuis van Tielt (tweede verzoekende partij). Het NMR-toestel is sinds 1 juni 2016 in gebruik bij tweede verzoekende partij. Naar aanleiding van de nieuwe toewijzingsronde waarbij de 7 vernietigde planningsvergunningen opnieuw werden toebedeeld, vallen verzoekende partijen nu uit de boot. Verzoekende partijen dreigen nu dan ook in de nabije toekomst met een volledig uitgeruste NMR-dienst te zitten die zij niet meer kunnen exploiteren. Al de investeringen die verzoekende partijen deden na het ontvangen van de planningsvergunning in 2015, zouden dan geheel voor niets te geweest. Zoals hierboven weergegeven, beschikten verzoekende partijen over alle nodige vergunningen!! en zijn zij na het ontvangen ervan volledig te goeder trouw overgegaan tot het plaatsen van een NMR-toestel. Verzoekende partijen gingen er uiteraard van uit dat zij de komende jaren zouden kunnen VII-40.657-10/14 beschikken over een NMR-toestel. De zware investeringen die zij gedaan hebben, zijn hier het beste bewijs van. Geen enkel ziekenhuis zou investeren in een NMR-toestel en een bijhorende dienst als zij weet dat het toestel na nog geen vier jaar exploitatie niet meer mag gebruikt worden. Bovendien hebben verzoekende partijen zelf geen fout aan de vernietiging van de in 2015 verleende planningsvergunning. Het is immers maar naar aanleiding van de twee vernietigingsarresten van 29 juni 2017 van de Raad van State dat de planningsvergunning van verzoekende partijen werd vernietigd. Dit is bijna twee jaar na de definitieve toekenning van de planningsvergunning. Belangrijk is ook dat de vernietiging werd uitgesproken als gevolg van een fout in hoofde van de Vlaamse Gemeenschap. Verzoekende partijen hebben geen enkele bijdrage geleverd aan die fout! Aan al deze ernstige nadelen voor verzoekende partijen moet dan ook zo spoedig mogelijk een einde worden gesteld. In dit opzicht is de situatie voor verzoekende partijen dermate spoedeisend en dus onverenigbaar met een behandeling ervan in een gewone vernietigingsprocedure. Indien verzoekende partijen de gewone termijn van een vernietigingsprocedure moet afwachten, dan zouden zij zich in een toestand bevinden met onherroepelijke schade[lijke] gevolgen (zoals hierboven uiteengezet). • Gelet op het voorgaande dient vastgesteld te worden dat verzoekende partijen op onherroepelijke wijze schade zal lijden indien de bestreden beslissingen niet wordt geschorst. Het mag ook duidelijk zijn dat deze schade geen schade is die louter te herstellen is door een financiële schadevergoeding of compensatie. Uit alle documenten waarnaar verwezen wordt in dit verzoekschrift en meer in het bijzonder uit het door de overheid zelf in de weigeringsbeslissing uitgedrukte gedoogbeleid blijkt dat een NMR-toestel in het ziekenhuis essentieel is voor de kwaliteit van de zorg. Zonder dit toestel kan de kwaliteit van de zorg met andere woorden niet in dezelfde mate gegarandeerd worden. Voor verzoekende partijen is er dan ook sprake van de nodige spoedeisendheid om de schorsing van de bestreden beslissingen te bevelen”. Beoordeling 8. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟. VII-40.657-11/14 Een verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing beoogt te verkrijgen, is er aldus toe gehouden in haar verzoekschrift een op de omstandigheden van haar zaak betrokken uiteenzetting op te nemen omtrent de voorwaarde van de spoedeisendheid waarin zij aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uitlegt in welke mate zij schadelijke gevolgen zou ondergaan ten gevolge van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing die ertoe nopen dat het resultaat van het beroep tot nietigverklaring niet kan worden afgewacht. De voormelde gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. Er kan niet worden volstaan met te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieperiode te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieberoep niet kan worden afgewacht. 9. Uit de uiteenzetting van de verzoekende partijen blijkt niet welke onherroepelijke schadelijke gevolgen zij lijden ten gevolge van de bestreden beslissingen. Zij houden zelf voor dat het schadelijke gevolg dat zij menen te ondergaan, namelijk “achter te blijven met een NMR-dienst die niet meer geëxploiteerd mag worden” een gevolg is van het niet beschikken over een geldige planningsvergunning. Dat zij niet langer beschikken over een geldige planningsvergunning terwijl zij wel reeds een NMR-dienst exploiteren, is echter het gevolg van arrest nr. 238.707 van 29 juni 2017 van de Raad van State waarbij de planningsvergunning van de verzoekende partijen werd vernietigd. In die zin heeft de bestreden beslissing de rechtstoestand van de verzoekende partijen niet gewijzigd aangezien zij voorafgaand aan de bestreden beslissing niet beschikten over een geldige planningsvergunning voor de uitbating van een NMR in associatie met AZ Delta Roeselare - Sint-Andriesziekenhuis Tielt - Sint-Jozefkliniek Izegem en na de bestreden beslissing evenmin. De schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing moet een nuttig effect hebben en VII-40.657-12/14 moet de verzoekende partij behoeden voor de gevreesde schade. Wanneer de schorsing van de bestreden beslissing het aangevoerde nadeel niet (meer) kan verhinderen of ongedaan maken, heeft de vordering tot schorsing geen spoedeisend karakter. Er valt niet in te zien hoe een schorsing van de bestreden beslissingen tot onmiddellijk gevolg heeft dat de verzoekende partijen wel op wettige wijze hun NMR-dienst verder kunnen exploiteren in het bezit van een planningsvergunning. In de mate de verzoekende partijen de schorsing van de tenuitvoerlegging van de eerste bestreden beslissing nastreven, moet immers worden vastgesteld dat een gebeurlijke schorsing van de tenuitvoerlegging van de weigering tot het verlenen van een planningsvergunning niet inhoudt dat de verzoekende partijen bijgevolg terug over een planningsvergunning zullen beschikken. Dit volgt evenmin uit de schorsing van de tweede bestreden beslissing. In de mate de verzoekende partijen de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van de tweede bestreden beslissing, is deze vordering er bovendien eigenlijk op gericht te voorkomen dat de NMR-diensten in andere ziekenhuizen zouden worden geëxploiteerd omdat vanaf dat moment de onwettige exploitatie van de NMR-dienst door de verzoekende partijen niet meer zou worden gedoogd door de Vlaamse overheid. Zij streven aldus het verder gedogen van de onwettige exploitatie van de NMR-dienst binnen de associatie na in afwachting van het verkrijgen van een nieuwe planningsvergunning. Het nastreven van een dergelijk onwettig belang is echter niet dienend ter onderbouwing van het spoedeisend karakter van hun vordering. Er wordt dan ook geen spoedeisendheid aangetoond. Aangezien niet is voldaan aan één van de voorwaarden om over te gaan tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen, dient het schorsingsberoep te worden afgewezen, zonder dat het nodig is, in de huidige stand van de rechtspleging, de door de verwerende en tussenkomende partijen opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te beoordelen. VII-40.657-13/14 BESLISSING 1. Het verzoek van de vzw O.L.V. Van Lourdes Ziekenhuis Waregem en de vzw Sint-Vincentiusziekenhuis Deinze tot tussenkomst wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. 3. De Raad van State heropent het debat in het beroep tot nietigverklaring. 4. De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.657-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.961 Gerelateerde publicatie(
  4. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.128 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.