← België

Arrest 247048 - Natuurbehoud - Vergunningen - 13/02/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.048 Rolnummer: A. 229603/VII-40691 Zaak: Arrest 247048 - Natuurbehoud - Vergunningen - 13/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-18 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-26 02:34 Fiche Arrest nr 247.048 van 13 februari 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.048 van 13 februari 2020 in de zaak A. 229.603/VII-40.691 In zake:

  1. de VZW STRAATEGO
  2. CLIENTEARTH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carole Billiet en Audrey Baeyens kantoor houdend te 1050 Brussel Flageyplein 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Thomas Quintens kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 22 november 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “artikel 1 van het ministerieel besluit van 5 september 2019 tot verlenging van het ministerieel besluit tot vaststelling van een soortenbeschermingsprogramma voor het Antwerpse havengebied, […] in zoverre het artikel 4 van het ministerieel besluit van 23 mei 2014 tot vaststelling van een soortenprogramma voor het Antwerpse havengebied retroactief doet herleven en derhalve retroactief een rechtsbasis geeft voor afwijkingen op het Soortenbesluit van 15 mei 2009”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.691-1/7 Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 januari
  5. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Audrey Baeyens, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Thomas Quintens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Bij besluit van 23 mei 2014 stelt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur op grond van het Soortenbesluit van 15 mei 2009 een soortenbeschermingsprogramma vast voor het Antwerpse havengebied. Het programma is geldig voor een periode van vijf jaar. 3.
  8. Met een nota van 23 augustus 2019 legt het Agentschap voor Natuur en Bos aan de Vlaamse minister een ontwerp van besluit voor dat ertoe strekt het ministerieel besluit van 23 mei 2014 te verlengen tot 20 februari
  9. In die nota wordt onder meer het volgende gesteld: VII-40.691-2/7 “[…] Feitelijke situering […] Achtergrond Op 23 mei 2014 werd het soortenbeschermingsprogramma voor de Antwerpse haven (SBP) goedgekeurd. Dit SBP heeft een looptijd tot 1 juni
  10. Het Havenbedrijf Antwerpen heeft in haar brief van 6 december 2018 aan het Agentschap voor Natuur en Bos het engagement bevestigd om een vervolg op dit SBP op te maken. Om maximaal te anticiperen op een aantal andere initiatieven die tevens een invloed hebben op de natuurontwikkeling in en rondom de haven, wenst het havenbedrijf Antwerpen iets meer tijd te nemen om af te stemmen. De publicatie van het ministerieel besluit tot goedkeuring van het nieuwe SBP2 in het Belgisch Staatsblad zal niet kunnen voor de datum van 1 juni
  11. In dat geval dreigt er een leemte te vallen wanneer het goedkeuringsbesluit voor het SBP2 niet naadloos aansluit op het einde van het SBP
  12. Op zich vormt deze leemte geen belemmering voor de verdere uitvoering van de acties die voorzien waren in het SBP1 en hernomen of aangevuld worden in het SBP
  13. Maar in die tussenliggende periode verdwijnt echter wél de mogelijkheid om afwijkingen op de verbodsbepalingen in het Vlaamse soortenbesluit te motiveren vanuit dit SBP Antwerpse haven. Het tijdelijk verlies aan deze afwijkingsmogelijkheid dreigt daarmee projecten van concessionarissen of eigenaren van terreinen in het havengebied ernstig te bemoeilijken. Het Havenbedrijf Antwerpen stelt daarom voor om het huidige SBP1 Antwerpse Haven ongewijzigd te verlengen voor een beperkte termijn van 6 maanden, (evenwel ook rekening houdende met de periode van 5 jaar vanaf de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad op 20 augustus 2014) met het oog op het verder afstemmen en finaliseren van het nieuwe SBP
  14. […] Juridische basis De mogelijkheid van een verlenging van een soortenbeschermingsprogramma is uitdrukkelijk voorzien in artikel 27, § 3, eerste lid van het Soortenbeschermingsbesluit”. 3.
  15. Op 5 september 2019 neemt de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het thans bestreden besluit. Met uitwerking vanaf 1 juni 2019 wordt de geldigheid van het ministerieel besluit van 23 mei 2014 verlengd „tot en met 20 februari 2020‟. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  16. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. VII-40.691-3/7
  17. Er bestaat geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over de excepties zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn. Hierna zal blijken dat dit niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
  18. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partijen
  19. De verzoekende partijen motiveren de spoedeisendheid van hun vordering als volgt: “[…] In casu hebben verzoekende partijen reeds een bezwaarschrift ingediend tegen de omgevingsvergunningsaanvraag van Ineos aan de Scheldelaan 480 te 2040 Antwerpen, Noordelijk deel en Scheldelaan 460 te 2040 Antwerpen gekend onder de noemer „Project One te Lillo‟. Kadastraal zijn deze percelen gekend als afdeling 18 sectie A nrs. 61M, 61W, 61T, 61V, 61Y, 61Z, 150C, 150B, 162S, 162R, 162G, afdeling 19 47B, 77C, 77F, 77G en 77H. De vergunning heeft tot doel: de „Ontbossing en voorbereidende werken voor bouw en exploitatie van een ethaankraker en PDH-unit‟. […] In de op 7 november 2019 verleende omgevingsvergunning staat dat het Agentschap Natuur en Bos een afradend ongunstig advies uitbracht over de omgevingsvergunningsaanvraag. Ze stelde in haar advies dat het verlenen van de gevraagde afwijkingen van het verbod tot wijzigen van vegetaties en vernielen/verplaatsen van soorten (bv. behaarde bosmier, bijenorchis, bruin blauwtje, duizendguldenkruid, oeverzwaluw, graspieper enz.) momenteel niet aan de orde was, gelet op de negatieve gevolgen van het project (ecotoop- en biotoopverlies). […] Desalniettemin werd de vergunning verleend. Het bestreden besluit bevat afwijkingsbepalingen op de verbodsbepalingen uit het Soortenbesluit VII-40.691-4/7 en kan derhalve niet op onwettige wijze blijven voort bestaan. Verzoekende partijen vrezen de tenuitvoerlegging van de omgevingsvergunning. Verzoekende partijen hebben belang bij een schorsing in afwachting van een vernietigingsprocedure. […] Gelet op de grootschaligheid van het voorgenomen project en de effectieve realisatie van het project in 2020 (wellicht begin 2020, onmiddellijk nadat het administratief beroep is uitgeput), verzoeken de verzoekende partijen om een schorsing nu een gebeurlijke latere vernietiging van de rechtsgrond voor afwijkingen aan het Soortenbesluit zal leiden tot een onomkeerbare feitelijke toestand (verlies van waardevolle vegetaties en soorten) die het rechtsherstel na een later vernietigingsarrest ernstig hypothekeert, zo niet onmogelijk maakt”. Beoordeling
  20. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt.
  21. Het soortenbeschermingsprogramma voor het Antwerpse havengebied heeft betrekking op 51 havenspecifieke beschermde soorten en VII-40.691-5/7 39 „meeliftende‟ niet-havenspecifieke beschermde soorten en bevat maatregelen voor “ruimtes en locaties die gevrijwaard blijven van economische valorisatie of waarvan de economische valorisatie verzoenbaar is met de ecologische doelstelling ervan”. De aangevoerde spoedeisendheid is gebaseerd op de uitvoering van één welbepaald project in het havengebied, namelijk het “Project One” te Lillo. Voor dat project werd blijkbaar een omgevingsvergunning aangevraagd die op 7 november 2019 door de deputatie van de provincieraad van Antwerpen werd verleend. In hun uiteenzetting stellen de verzoekende partijen uitdrukkelijk te vrezen voor “de tenuitvoerlegging van de omgevingsvergunning”. Het voorwerp van de door de deputatie verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op een aantal stedenbouwkundige handelingen voor “het bouwrijp maken van een terrein ter voorbereiding van de bouw en exploitatie van een chemisch bedrijf”. Met die omgevingsvergunning worden echter geen afwijkingen op de verbodsbepalingen van het Soortenbesluit van 15 mei 2009 toegestaan. In dit verband wordt in de motivering van de omgevingsvergunning aangegeven dat het Agentschap voor Natuur en Bos heeft opgemerkt dat “ingeval de vergunning verlenende overheid gemotiveerd overgaat tot het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning - de beoogde afwijkingen kunnen worden aangevraagd/verkregen via een individuele vraag tot afwijking/ontheffing”. Er kan dan ook niet worden ingezien welk nuttig effect de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden verlenging van het soortenbeschermingsprogramma voor het Antwerpse havengebied zou kunnen hebben. De omstandigheid dat het bijzondere beoordelingskader van afwijkingsaanvragen die ingediend worden op grond een lopend soortenbeschermingsprogramma desgevallend afwijkt van het beoordelingskader dat gehanteerd wordt bij aanvragen die rechtstreeks geënt zijn op de afwijkingsmogelijkheden die het Soortenbesluit van 15 mei 2009 biedt, doet daar geen enkele afbreuk aan. Deze vaststellingen volstaan op zich om te besluiten dat de spoedeisendheid van de zaak niet wordt aangetoond. VII-40.691-6/7
  22. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.691-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.048 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.234 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.