id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.064 Rolnummer: A. 228243/X-17516 Zaak: Arrest 247064 - Tucht (openbaar ambt) - 14/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-25 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 02:40 Fiche Arrest nr 247.064 van 14 februari 2020 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 247.064 van 14 februari 2020 in de zaak A. 228.243/X-17.516 In zake: Stephan DEBLAERE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door :
- de Vlaamse regering
- de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de STAD WERVIK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Astrid Versmissen kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie voor tuchtzaken van 8 mei 2019 om de beslissing van 5 mei 2015 waarbij de gemeenteraad van de stad Wervik aan Stephan Deblaere de tuchtsanctie van het ambtshalve ontslag oplegt, niet te vernietigen. X-17.516- 1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 245.597 van 1 oktober 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 4 oktober 2019 aan de verwerende partij en de tussenkomende partij ter kennis gebracht. Op respectievelijk 14 en 12 november 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 januari
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Pierrot T‟Kindt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: Raad van State-wet). X-17.516- 2/4 III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de Raad van State-wet en artikel 11/2, § 1, van het algemeen procedurereglement kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Naar blijkt, heeft de verwerende partij de uitnodiging, zo al niet aansporing, in het schorsingsarrest om de geschorste beslissing te heroverwegen en ze eventueel in te trekken, ter harte genomen. De geschorste beslissing is door de beroepscommissie voor tuchtzaken op 25 oktober 2019 ingetrokken.
- In de gegeven omstandigheden ziet de Raad van State geen reden om, gebruik makend van de bevoegdheidstoewijzing in artikel 17, § 6, van de Raad van State-wet en in artikel 11/2 van het algemeen procedurereglement, de bestreden beslissing nog nietig te verklaren via een versnelde rechtspleging. Overigens ziet ook verzoeker, ter terechtzitting, geen reden daartoe.
- In de plaats wordt vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring ten gevolge van de intrekking “doelloos” is geworden. Verzoekster is daarbij als de in het gelijk gestelde partij te beschouwen, met dien verstande dat haar, vanwege artikel 67, § 2, laatste lid, van het algemeen procedurereglement, geen verhoging van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is.
- Door de intrekking van de bestreden beslissing heeft de opgelegde schorsing opgehouden uitwerking te hebben. Een opheffing van de schorsing overeenkomstig artikel 17, § 10, van de Raad van State-wet is hierdoor niet meer nodig. X-17.516- 3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.516- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.064 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.597 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div