← België

Arrest 247077 - Varia (justitie) - 18/02/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.077 Rolnummer: A. 228063/XIV-38050 Zaak: Arrest 247077 - Varia (justitie) - 18/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-27 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-26 02:50 Fiche Arrest nr 247.077 van 18 februari 2020 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 247.077 van 18 februari 2020 in de zaak A. 228.063/XIV-38.050 In zake: Yasmin HABIB MOHAMED bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elisabeth Van Der Haert kantoor houdend te 1040 Etterbeek Louis Schmidtlaan 56 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe en Rutger Robijns kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 11 maart 2019 waarbij wordt vastgesteld dat verzoekster “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’, van de programmawet van 24 december 2002”, waardoor de voogdij over verzoekster van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de bestreden beslissing. XIV-38.050-1/14 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december
  3. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Elisabeth Van Der Haert, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Rutger Robijns, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster is België binnengekomen en zij dient op 11 februari 2019 een asielaanvraag in. Zij verklaart alsdan van Somalische nationaliteit te zijn XIV-38.050-2/14 en geboren te zijn op 7 november
  6. Verzoekster wordt onder de hoede geplaatst van de dienst Voogdij doch de dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. In het Universitair Ziekenhuis Sint-Rafaël te Leuven ondergaat verzoekster op 5 maart 2019 een medisch onderzoek om na te gaan of zij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoekster ouder is dan 18 jaar. Op 11 maart 2019 beslist de dienst Voogdij dat verzoekster “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december
  7. Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van Juffrouw Yasmin HABIB MOHAMAD door de dienst Voogdij van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel
  8. Verzoekster werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 3 en 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: de voogdijwet), van artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 ‘tot uitvoering van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002’ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2003), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991), van de zorgvuldigheidsplicht en de redelijkheidsplicht en van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de verplichting de beslissingen afdoende te XIV-38.050-3/14 motiveren, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de verplichting rekening te houden met alle elementen van het dossier”. Zij licht dit als volgt toe: “
  9. Artikel 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (I) (art. 479) – Titel XIII - Hoofdstuk VI : Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen bepaalt dat: ‘§
  10. Wanneer de dienst Voogdij of de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering twijfel koesteren omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, laat de dienst Voogdij onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of deze persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Het medisch onderzoek geschiedt onder toezicht van de dienst Voogdij. De kosten van dat medisch onderzoek zijn ten laste van de overheid die het heeft gevraagd. Ingeval de dienst Voogdij uit eigen beweging een onderzoek laat verrichten, zijn de kosten ten laste van die dienst. §
  11. Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene minder dan 18 jaar oud is, wordt gehandeld overeenkomstig artikel
  12. Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene meer dan 18 jaar oud is, vervalt de hoede door de dienst Voogdij van rechtswege. De dienst Voogdij stelt daarvan onmiddellijk de betrokkene in kennis, alsook de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering, en iedere andere betrokken overheid. §
  13. Ingeval van twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek, wordt met de jongste leeftijd rekening gehouden’ […]. Gezien ook in het geval van verzoekster een twijfel werd geuit betreffende haar minderjarigheid, werd een medisch onderzoek uitgevoerd om na te gaan of zij al dan niet jonger is dan 18 jaar. De resultaten van de radiologische onderzoeken zijn de volgenden : - De handpolsradiografie wijst in de richting van een persoon met een biologisch matuur skelet, wat neer komt op een leeftijd van minstens 16 jaar (stuk 5 - p. 5), - De orthopantomogram wijst in de richting van een persoon die 21,4 jaar oud is, met een 95% predictie-interval tussen 18,0-23,0 jaar, - De clavicularadiografie wijst in de richting van een persoon rond 20 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar. Op basis van deze resultaten, werd geconcludeerd dat Mevrouw Habib Mohamed een leeftijd heeft bereikt van 20,7 met een standaardvariatie van 2 jaar (stuk 5) en dat zij bijgevolg meerderjarig is. Mevrouw Habib Mohamed is echter van mening dat deze conclusie de uitslagen niet weerspiegelt van de drie onderzoeken die uitgevoerd werden : eerst een vooral wijst de handpolsradiografie op een leeftijd van minimum 16 jaar. De laagste leeftijd is bijgevolg kleiner dan 18 jaar. Verder wijst het gemiddelde van de drie resultaten ((16 + 21,4 + 20 jaar) / 3) in de richting van een persoon die de leeftijd heeft bereikt van 19,1 jaar met een standaardvariatie van 2 jaar. Het in acht nemen van de standaardvariatie, als betrouwbaarheidsinterval, is essentieel. XIV-38.050-4/14 Mevrouw Habib Mohamed is dus, op basis van de resultaten van de radiologische onderzoeken, mogelijk 17,1 jaar, en bijgevolg minderjarig. Artikel 7, §3 bepaalt echter dat, ingeval van twijfel, met de jongste leeftijd rekening gehouden moet worden, in casu, 16 jaar voor wat betreft de handpolsradiografie en 17,1 jaar indien men een gemiddelde berekend van de resultaten. Een twijfel is echter inherent aan de onderzoeken die uitgevoerd werden op Mevrouw Habib Mohamed, gezien, o.a., de persoonlijke elementen eigen aan elk individu, waardoor de resultaten variabel zijn en nooit 100% zeker kunnen zijn (zie ook infra). Sowieso moet bijgevolg rekening gehouden worden met de jongste leeftijd. Ook het medisch verslag stelt (stuk 5) : ‘Hierbij is het belangrijk te vermelden dat bij twijfel of tegenstrijdige resultaten steeds het voordeel van de twijfel wordt toegekend in het belang van de onderzochte persoon die verklaart minderjarig te zijn. Dit impliceert dat op dat moment de voorkeur wordt gegeven aan de laagste resulterende en relevante leeftijdsschatting dewelke op basis van één van de drie werd bereikt’. In het onderhavige geval, moest de verwerende partij rekening houden met het resultaat dat wijst op de jongste leeftijd en Mevrouw Habib Mohamed bijgevolg minderjarig verklaren. Verwerende partij schendt bijgevolg artikelen 3 en 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (I) (art. 479) - Titel XIII - Hoofdstuk VI: Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en de verplichting rekening te houden met alle elementen van het dossier daar geen rekening gehouden werd met de resultaten die wijzen op het feit dat Mevrouw Habib Mohamed minderjarig kan zijn, hoewel er duidelijk een twijfel is omtrent de schatting van haar leeftijd.
  14. Verder is verzoekster van oordeel dat de motivatie van de bestreden beslissing gebrekkig, stereotypisch en onjuist is en het hoofd niet biedt aan een serieuze analyse van de zaak en, in het algemeen, van de problematiek van de identificatie van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Ten eerste, vermeldt de bestreden beslissing de resultaten niet van de verschillende medische onderzoeken die uitgevoerd werden. De bestreden beslissing is inderdaad enkel gebaseerd op de conclusie van het medisch rapport (‘Analyse van deze gegevens geeft mijn inziens aan dat Habib Mohamed Yasmin op datum van 05-03-2019 een leeftijd heeft van 20,7 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar’) zonder dat er rekening gehouden werd met het feit dat uit bepaalde tests blijkt dat de verzoekster feitelijk minderjarig kan zijn en dat er in dit opzicht dus een twijfel bestaat. Zo blijkt inderdaad uit de handpolsradiografie dat Mevrouw Habib Mohamed 16 jaar kan zijn en dat, wanneer een gemiddelde berekend wordt op basis van de resultaten van de drie onderzoeken, Mevrouw Habib Mohamed mogelijk 17,1 jaar kan zijn. Ten tweede, miskent de motivatie van de bestreden beslissing artikel 7, §3 van de Programmawet van 24 december 2002 (I) (art. 479) - Titel XIII - Hoofdstuk VI: Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen gezien, uit de motivatie, niet blijkt dat de verwerende partij rekening XIV-38.050-5/14 gehouden heeft met de jongste leeftijd. Verzoekster is bijgevolg van mening dat zij, op basis van de motivatie van de bestreden beslissing, in de onmogelijkheid is om de redenen te begrijpen van de conclusie die bepaalt dat zij 20,7 jaar oud is met een standaarddeviatie van 2 jaar en dat zij in de onmogelijkheid is te begrijpen waarom - hoewel artikel 7, §3 van de bovenvermelde wet bepaalt dat met de jongste leeftijd rekening gehouden moet worden - geen rekening gehouden werd met het resultaat van de handpolsradiografie waaruit blijkt dat zij mogelijk 16 jaar oud is. Ten derde, wordt niet aangegeven waarom de conclusies van het medisch rapport mutatis mutandis overgenomen werden, hoewel deze conclusie foutief is (zie supra) en dat dit rapport de verklaringen van verzoekster niet bevestigt. Verzoekster is bijgevolg van mening dat de motivatie van de bestreden beslissing haar niet in staat stelt de beslissing te begrijpen en dat de verwerende partij dus haar uitdrukkelijke motiveringsplicht schendt dat voortvloeit uit artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, alsook het beginsel van behoorlijk bestuur om de beslissingen afdoende te motiveren.
  15. Ook Uw Raad is van mening dat, in dergelijke zaken waar geen rekening gehouden wordt met de resultaten van een test, die mogelijk wijzen op een minderjarigheid, de verwerende partij haar beslissing niet afdoende motiveert. Zo hee[f]t Uw Raad, in een heel gelijkaardige zaak, recent geacht dat: ‘Eu égard aux résultats de ces trois tests, au fait que la partie adverse ne démontre pas que l'auteur du rapport ait écarté le résultat de la radiographique de la main et du poignet, à la circonstance qu’au regard du résultat de la radiographique de la main et du poignet, il ne peut être exclu, en tenant compte de l’écart-type de 1,5 an, que le requérant ait moins de dix-huit ans et à l’absence d’explication dans le rapport médical quant à sa conclusion générale, la motivation de l’acte attaqué, qui se fonde sur le rapport médical, ne permet pas de comprendre pourquoi la partie adverse a conclu que l’âge du requérant pouvait être estimé à 22,5 ans avec un écart-type de 1,7 ans’ (Raad van State, arrest nr. 242567 van 9 oktober 2018). In een andere gelijkaardige zaak, heeft Uw Raad recent geoordeeld dat: ‘Eu égard aux résultats des trois tests et à la circonstance que, sur la base du résultat de la radiographie de la main et du poignet, il ne peut être exclu en tenant compte de l’écart-type de 1,5 an que le requérant ait moins de dix-huit ans et à l’absence d’explication sur ce point dans la conclusion finale du rapport médical, la motivation de l’acte attaqué, qui se fonde sur ce rapport, ne permet pas de comprendre pourquoi la partie adverse a conclu que l’âge du requérant pouvait être estimé à 22,6 ans avec un écart-type de deux ans et demi. L’écartement du résultat du test de la radiographie de la main et du poignet devait reposer sur une motivation d’autant plus explicite qu’il donne un âge possible compatible avec le passeport produit par le requérant’ (Raad van State, arrest nr. 244051 van 28 maart 2019). Uw Raad heeft ook geoordeeld dat: ‘Eu égard aux résultats de ces trois tests, au fait que la partie adverse ne XIV-38.050-6/14 démontre pas que l’auteur du rapport ait écarté le résultat de la radiographique de la main et du poignet, à la circonstance qu’au regard du résultat de cette radiographique de la main et du poignet, il ne peut être exclu, en tenant compte de l’écart-type de 1,5 an, que le requérant ait moins de 18 ans et à l’absence d'explication dans le rapport médical quant à sa conclusion générale, la motivation de l’acte attaqué, qui se fonde sur le rapport médical, ne permet pas de comprendre pourquoi la partie adverse a conclu que l’âge du requérant pouvait être estimé à 20,3 ans avec un écart-type de deux ans. Enfin, dans l’arrêt n° 236.951 du 29 décembre 2016 invoqué par la partie adverse, le Conseil d’État a en effet considéré que seule la conclusion générale du rapport médical était pertinente pour la détermination de l’âge et non le résultat de chaque test. Toutefois, il importe que la conclusion générale soit compréhensible au regard des résultats des trois tests qui mènent à sa formulation et que la partie adverse justifie donc suffisamment cette conclusion générale. Tel n’est pas le cas lorsque, comme en l’espèce, le requérant pourrait avoir moins de 18 ans, selon l’un des tests, et qu’il n’est pas expliqué dans la conclusion générale pourquoi, au regard des trois tests dont l’un n’exclut pas la minorité du requérant, il est conclu au fait que le requérant a plus de 18 ans’ (Raad van State, arrest nr. 243219 van 13 december 2018). Deze drie rechtspraken zijn hier uiterst pertinent omdat ook in het onderhavige geval in de beslissing niet aangeduid wordt waarom de resultaten van de handpolsradiografie niet in rekening genomen werden (16 jaar). De verwerende partij motiveert niet afdoende betreffende de uitsluiting van deze resultaten, hoewel het resultaat van deze test wijst op een persoon van minder dan 18 jaar en een twijfel betreffende de minderjarigheid van verzoekster dus niet uitgesloten kan worden. Deze rechtspraken kunnen dus mutatis mutandis toegepast worden op deze zaak.
  16. De verwerende partij heeft geen rekening gehouden met de resultaten van de handpolsradiografie, waaruit blijkt dat Mevrouw Habib Mohamed mogelijk 16 jaar oud is. Dienst Voogdij stelt echter duidelijk dat het medisch onderzoek een drievoudige radiografie van het gebit, de clavicula en de handpols omvat, om de discrepanties te minimaliseren die onvermijdelijk voortvloeien uit dit soort tests. België koos inderdaad ‘voor een combinatie van deze drie tests omdat er kritiek is op de geldigheid en de betrouwbaarheid van alle drie tests. De gemiddelde leeftijd die uit deze drie tests naar voor komt, is een benadering en altijd een schaal met een aangegeven foutenmarge’. In het rapport ‘La détermination de l’âge en Europe’ van december 2013 stelt de EASO wat volgt : ‘Il est largement reconnu qu’il n’existe pas, actuellement, de méthode permettant de déterminer l’âge exact d'une personne. Il est important de noter qu’aucune méthode unique ne peut nous donner précisément l’âge d’une personne et qu’il y a donc lieu de prendre cet aspect en considération dans le processus d’évaluation des éléments pertinents’. XIV-38.050-7/14 (Vrije vertaling : Het is algemeen erkend dat er nog geen methode is voor het bepalen van de exacte leeftijd van een persoon. Het is belangrijk op te merken dat er geen enkele methode ons de exacte leeftijd van een persoon kan geven en het is daarom noodzakelijk hiermee rekening te houden bij de evaluatie van pertinente elementen). Verder zijn ook de experten het eens over het feit dat één medische test onvoldoende is om de leeftijd van een persoon te schatten : Zo leest men in een document van Charlotte Van Zeebroeck voor de Service droit des jeunes ‘En Allemagne, dans le courant de l’année 2000, un groupe d’étude interdisciplinaire pour la détermination de l’âge sous l’angle judiciaire (‘Study Group on Forensic Age Diagnostics de l’ ‘Institute of Legal Medicine, Charité – Universitätsmedizin à Berlin) a développé des recommandations pour garantir des expertises de qualité. Selon ces recommandations, une évaluation doit toujours se baser sur une combinaison des trois méthodes d’examen suivantes : - examen corporel en tenant compte des données anthropométriques (grandeur et poids, type d’anatomie), des signes de puberté ainsi que d’éventuels troubles du développement ayant une incidence sur la détermination de l’âge; - examen radiographique de la main gauche; - examen dentaire avec évaluation de la croissance dentaire et radiographie de la dentition; - en outre, une radiographie de la clavicule est recommandée afin d’établir si une personne a atteint l’âge de 21 ans […]. (Vrije vertaling : In Duitsland, in de loop van de jaren 2000, heeft een interdisciplinaire studiegroep voor de bepaling van de leeftijd onder gerechtelijk standpunt (‘Study Group on Forensic Age Diagnostics van de ‘Institute of Legal Medicine, Charité – Universitätsmedizin’ in Berlijn) aanbevelingen ontwikkeld voor het waarborgen van kwalitatieve expertises. Volgens deze aanbevelingen moet een evaluatie altijd gebaseerd zijn op een combinatie van drie onderzoeksmethoden uit de volgende: - Lichamelijk onderzoek gelet op de antropometrische gegevens (lengte en gewicht, type anatomie), tekens van puberteit en mogelijke ontwikkelingsstoornissen dat de bepaling van de leeftijd beïnvloeden; - Radiografisch onderzoek van de linkerhand; - Dentale onderzoek met de beoordeling van de groei en tandheelkundige röntgenfoto van de tanden; - Bovendien, een röntgenfoto van het sleutelbeen wordt aanbevolen om te bepalen of een persoon de leeftijd van 21 heeft bereik). In een artikel van Andreas Soemeling, Pedro Manuel Garamendi, Jose Luis Piueto and Maria Irene Landa, Forensic Age Estimation in Unaccompanied Minors and Young Living Adults leest men ook : ‘It also recommends that these methods are used in combination for the purpose of increasing accuracy in age assessment and to facilitate the identification of age-relevant developmental disorders’ […]. (Vrije vertaling : Bovendien raadt het ook aan dat deze werkwijzen in combinatie zouden worden gebruikt met het oog op het verbeteren van de nauwkeurigheid in de leeftijdsbeoordeling en het vergemakkelijken van de XIV-38.050-8/14 identificatie van leeftijd-relevante ontwikkelingsstoornissen). ‘AGFAD Guidelines on Age Estimation in Living Subjects recommend that when performing a FAE different methods must applied in the same subject. These recommendations mean that in the same subject different FAE results will be available (AGFAD, 2001). Previous series (Garamendi et al., 2005) proved that the accuracy of FAE improves when different age estimation methods are simultaneously applied’ […]. (Vrije vertaling : AGFAD Guidelines on Age Estimation in Living Subjects adviseren bij het uitvoeren van een FAE (Forensic Age Estimation) dat verschillende methoden worden toegepast op hetzelfde onderwerp. Deze aanbevelingen betekenen dat voor hetzelfde onderwerp verschillende FAE resultaten beschikbaar (AGFAD, 2001) zullen zijn. Uit vorige series (Garamendi et al., 2005) bleek dat de nauwkeurigheid van FAE verbetert wordt wanneer verschillende leeftijdramingsmethoden gelijktijdig worden toegepast). De Hoge Raad voor Volksgezondheid in Frankrijk heeft op 23.01.2014 een advies gegeven betreffende de beoordeling van de meerderjarigheids- beoordeling van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling : ‘il n’y a pas de nouvelles données scientifiques permettant de déterminer avec précision et fiabilité l’âge d’un individu. Dans le cadre d’une requête judiciaire, si une demande médicale intervient en dernier ressort, une combinaison de méthodes s’impose aux médecins, dans le cadre d’une unité hospitalière de médecine légale’ […]. (Vrije vertaling : Er zijn geen nieuwe wetenschappelijke gegevens die het mogelijk maken nauwkeurig en betrouwbaar de leeftijd van een individu te bepalen. Als onderdeel van een gerechtelijke verzoek, als een medische aanvraag uiteindelijk ingrijpt, is een combinatie van technieken nodig voor artsen, in het kader van een forensisch ziekenhuisafdeling). Verwerende partij moest bijgevolg rekening houden met de resultaten van de drie onderzoeken die uitgevoerd werden, wat zij niet gedaan heeft, gezien, bij de berekening van de gemiddelde leeftijd, geen rekening gehouden werd met het resultaat van de handpolsradiografie. Verder moet rekening gehouden worden met het feit dat de medische onderzoeken die uitgevoerd werden op verzoekster, met name een orthopantomogram, een clavicularadiografie en een handpolsradiografie zowel wetenschappelijk als politiek gezien twijfelachtig en dubieus zijn wanneer deze onderzoeken gebruikt worden om een leeftijd te schatten. Zo heeft de Académie nationale des médecins van Frankrijk op 16.01.07 een rapport aangenomen waarin duidelijk staat dat : ‘L’Académie - confirme que la lecture de l’âge osseux par la méthode de Greulich et Pyle universellement utilisée, permet d’apprécier avec une bonne approximation l’âge de développement d’un adolescent en dessous de 16 ans. Cette méthode ne permet pas de distinction nette entre 16 et 18 ans’. (Vrije vertaling : De Academie - bevestigt dat de analyse van de botleeftijd volgens de methode van Greulich en Pyle die universeel wordt gebruikt, toelaat om met een goede benadering de ontwikkelingsleeftijd van een tiener onder de 16 jaar te schatten. Deze methode laat geen duidelijk onderscheid tussen 16 en 18 jaar toe) XIV-38.050-9/14 In een artikel van 14.11.14, dat in het Frans nieuwsblad Liberation werd gepubliceerd, leest men: ‘André Deseur, vice-président du Conseil de l’ordre français des médecins, a affirmé qu’ ‘il y a une absence totale de fiabilité de ces techniques’ et qui souhaite en finir avec ces tests où ‘les médecins se retrouvent à prendre une position qui ne devrait pas être déterminante [...] Patrick Chariot, chef du service de médecine légale de l’hôpital de Bondy (Seine-Saint-Denis), bataille lui aussi, en vain, depuis des années pour faire entendre raison à la justice : ‘Non, il n'existe pas de technique médicale pour déterminer de manière fiable l’âge d'une personne.’ (Vrije vertaling : André Deseur, vice-president van de Raad van de Franse Orde van Geneesheren, zei dat ‘er een totaal gebrek aan betrouwbaarheid is van deze technieken’ en wil een einde zetten aan deze tests waar ‘artsen een positie moeten nemen die niet doorslaggevend zou moeten zijn’ […] Patrick Chariot, hoofd van de forensische geneeskunde van het ziekenhuis Bondy (Seine-Saint-Denis), strijd ook sinds jaren, zonder succes, om de justitie tot rede te brengen : ‘Nee, er is geen medische techniek om op betrouwbare wijze de leeftijd van een persoon te bepalen’). Ook de Belgische Orde der Artsen stelt dat de interpretatie van een röntgenfoto ‘geen onfeilbare methode om de leeftijd van een persoon te bepalen’ is. Een twijfel betreffende de resultaten van de onderzoeken die uitgevoerd werden, kan bijgevolg nooit uitgesloten worden, en ook niet in onderhavige zaak. De tegenpartij heeft met deze twijfel echter geen rekening gehouden en schendt bijgevolg artikelen 3 en 7 van de Programmawet van 24 december 2002 (I) (art. 479) - Titel XIII - Hoofdstuk VI: Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de verplichting rekening te houden met alle elementen van het dossier.” Beoordeling
  17. Verzoekster is van mening dat geen rekening is gehouden met de in artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”, vermits uit de handpolsradiografie een leeftijd van “minimum 16 jaar” zou blijken. Uit het verslag van het medisch onderzoek blijkt dat de arts zich steunt op een drieledig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoekster al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een XIV-38.050-10/14 afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie en niet, zoals verzoekster voorhoudt, de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen is de eindconclusie dat verzoekster “op datum van 05-03-2019 een leeftijd heeft van 20,7 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar”. Dat er verschillen bestaan tussen de resultaten van de deelonderzoeken, doet geen afbreuk aan het feit dat daaruit een leeftijd van ouder dan 18 jaar kan worden afgeleid. Bovendien wordt in het medisch verslag met betrekking tot de handpolsradiografie toegelicht dat, wanneer de skeletale groei is beëindigd, het individu biologisch gezien matuur is, hetgeen voor meisjes overeenstemt met een leeftijd van minstens 16 jaar. Hierbij wordt aangegeven dat men via een radiografie van het handpolsgewricht niet meer kan bepalen hoeveel ouder deze individuen zijn, zodat “in het geval van een volledig beëindigde skeletale groei […] ter hoogte van het handpolsgewricht, […] het resultaat van de handpolsradiografie niet meer [zal] meetellen voor de eigenlijke leeftijdsschatting, net omdat men niet juist kan vaststellen sinds hoeveel dagen, maanden of jaren deze groei volledig beëindigd is” en dat “de resultaten van de andere twee radiologische onderzoeken […] dan determinerend [zijn]. Bij de eigenlijke leeftijdsschatting van verzoekster wordt aldus vermeld dat het gaat om een biologisch matuur skelet, hetgeen neerkomt op “een leeftijd van minstens 16 jaar”. Om de hierboven aangegeven reden wordt in de conclusie van het leeftijdsonderzoek dus enkel vermeld dat “het onderzoek van de handpols-radiografie wijst in de richting van een persoon met matuur skelet”, zonder nadere vermelding van de leeftijd. Verzoeksters kritiek berust wat dit betreft op een verkeerde lezing van het verslag van het leeftijdsonderzoek.
  18. Verzoekster voert op grond van het gemiddelde van de resultaten van de drie leeftijdstests aan dat haar leeftijd “19,1 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar” zou bedragen. XIV-38.050-11/14 Zoals hierboven is uiteengezet, gaat verzoekster uit van de verkeerde veronderstelling dat haar leeftijd op grond van de handpolsradiografie op 16 jaar zou zijn geschat. De conclusie van de handpolsradiografie voor het leeftijdsonderzoek is enkel dat verzoekster een biologisch matuur skelet heeft.
  19. Wat het medisch onderzoek betreft, is de bestreden beslissing formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoekster meer dan 18 jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Overigens blijkt dat verzoekster kennis heeft van het verslag van het medisch onderzoek, vermits zij het bij het verzoekschrift tot nietigverklaring heeft gevoegd en er in detail op ingaat. Anders dan verzoekster voorhoudt, wordt, zoals supra is uiteengezet, in het verslag van het medisch onderzoek duidelijk aangegeven waarom de leeftijd van “minstens 16 jaar” op basis van de handpolsradiografie verder niet kan worden gebruikt voor het leeftijdsonderzoek. Verzoekster toont dan ook geen schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli
  20. De verwijzing naar enkele arresten van de Raad van State vermag geen afbreuk te doen aan het voorgaande vermits elke leeftijdsbeslissing individueel is en op een individueel medisch onderzoek is gesteund. Het weze herhaald dat te dezen in het verslag van het leeftijdsonderzoek duidelijk wordt toegelicht waarom de op basis van de handpolsradiografie vermelde leeftijd van “minstens 16 jaar” niet in aanmerking kan worden genomen voor de conclusie van het leeftijdsonderzoek. XIV-38.050-12/14
  21. Verzoekster weidt nog uit over de (on)betrouwbaarheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling en steunt zich op enkele standpunten dienaangaande in publicaties uit verschillende landen. Zij beperkt zich daarin tot algemene kritiek doch zij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Verzoekster ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek.
  22. Verzoekster zet niet uiteen op welke wijze artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 zou zijn geschonden met het bestreden arrest.
  23. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond. XIV-38.050-13/14 V. Over de vordering tot schorsing
  24. Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is bijgevolg geen grond meer om de vordering tot schorsing te onderzoeken. BESLISSING
  25. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
  26. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
  27. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, waarnemend voorzitter, staatsraad bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.050-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.077 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.