id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.083 Rolnummer: A. 224429/VII-40187 Zaak: Arrest 247083 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 20/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-28 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 03:01 Fiche Arrest nr 247.083 van 20 februari 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.083 van 20 februari 2020 in de zaak A. 224.429/VII-40.187 In zake: Karin WYNANTS wonende te 1083 Ganshoren Prins Boudewijnstraat 49 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Evrard de Lophem, Maxime Chomé en Joke Guns kantoor houdend te 1050 Brussel Flageyplein 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
- Daphne BAJKOWSKI
- Ben Gabriel KALIFA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Manoël De Keukelaere kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 181, bus 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van: - de beslissing van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van 4 december 2017 waarin verzoekster wordt aangemaand tot het opstellen van een verkennend bodemonderzoek binnen de 90 dagen; - de beslissing van het Brussels Instituut voor Milieubeheer van 26 januari 2018 waarin de aanvraag tot vrijstelling van verzoekster werd geweigerd en waarin zij VII-40.187-1/4 wordt aangemaand tot het opstellen van een verkennend bodemonderzoek binnen de 90 dagen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Daphne Bajkowski en Ben Gabriel Kalifa hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 6 juni
- De tussenkomende partijen hebben een toelichtende memorie ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 8 november
- Op 14 januari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-40.187-2/4 III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro elk voor de helft. VII-40.187-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.187-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.083 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div