id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.085 Rolnummer: A. 222856/VII-40056 Zaak: Arrest 247085 - Milieuvergunningen - 20/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-28 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-26 03:01 Fiche Arrest nr 247.085 van 20 februari 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 247.085 van 20 februari 2020 in de zaak A. 222.856/VII-40.056 In zake : Joseph PEETERS wonende te 3400 Landen Brugstraat 17 waar woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 augustus 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 1 juni 2017 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 1 december 2016, houdende het verlenen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Landen van de milieuvergunning voor het exploiteren van een gemeenschapscentrum, gelegen aan de Hannuitsesteenweg 80 te Landen, gedeeltelijk gegrond worden verklaard. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.056-1/6 Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 februari
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die in persoon verschijnt, en advocaat Dany Socquet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 6 juni 2016 dient het Autonoom Gemeentebedrijf Landen een milieuvergunningsaanvraag in voor het exploiteren van een gemeenschapscentrum aan de Hannuitsesteenweg 80 te Landen. Het gemeenschapscentrum zal worden ingericht in een voormalige militaire loods en omvat volgens de aanvraag een bibliotheek, een cultuurzaal, een jeugdhuis en een fuifzaal. VII-40.056-2/6 3.
- Bij besluit van 1 december 2016 verleent de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant de gevraagde milieuvergunning onder voorwaarden. 3.
- Tegen deze beslissing wordt onder meer door verzoeker bestuurlijk beroep ingesteld bij de bevoegde Vlaamse minister. 3.
- In het kader van de beroepsprocedure verleent de afdeling Milieuvergunningen een ongunstig advies, Ruimte Vlaanderen een gunstig advies en de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie een voorwaardelijk gunstig advies. 3.
- Met een besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 1 juni 2017 worden de ingestelde bestuurlijke beroepen gedeeltelijk gegrond verklaard. Aan de beroepen milieuvergunning wordt namelijk een aantal bijzondere exploitatievoorwaarden toegevoegd. Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Op 27 juni 2017 trekt de gemeenteraad van de stad Landen het gemeenteraadsbesluit van 31 mei 2016 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Herziening RUP Sint-Norbertus’ in. IV. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen
- In een tweede middel voert verzoeker de schending aan van de artikelen 2.2.2, § 1, 4° en 7°, en 4.3.1, § 1, 1°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, de artikelen 0 (algemene bepalingen) en 2 (bijzondere bepalingen) van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Herziening RUP Sint-Norbertus’ van 31 mei 2016, artikel 29, 2°, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de VII-40.056-3/6 milieuvergunning, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de materiëlemotiveringsplicht, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. In de toelichting bij het middel wijst verzoeker er onder meer op dat de gemeenteraad van de stad Landen op 27 juni 2017 het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Herziening RUP Sint-Norbertus’ heeft ingetrokken en de bestreden milieuvergunning ontegensprekelijk steunt op dit ruimtelijk uitvoeringsplan, zodat de bestreden vergunningsbeslissing “zonder verder wettigheidsonderzoek” moet worden vernietigd.
- De verwerende partij werpt in de eerste plaats op dat het middel onontvankelijk is omdat verzoeker zich beperkt tot het opsommen van een aantal wettelijke bepalingen en rechtsbeginselen zonder aan de aangehaalde bepalingen en beginselen een specifieke wettigheidskritiek te koppelen. Ten gronde antwoordt zij “voor zover als nodig” dat door de intrekking van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Herziening RUP Sint-Norbertus’ het oorspronkelijke ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Sint-Norbertus’ terug in werking is getreden dat het projectgebied bestemt tot zone voor openbaar nut en een gemeenschapscentrum zonder enige twijfel inpasbaar is in deze bestemmingsvoorschriften.
- In zijn memorie van wederantwoord herhaalt verzoeker dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Herziening RUP Sint-Norbertus’ werd ingetrokken nadat de bestreden milieuvergunning was verleend. Voorts voegt hij toe dat met het oorspronkelijke ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Sint-Norbertus’ de opmaak van een inrichtingsstudie als stedenbouwkundig voorschrift werd opgelegd, mede met het oog op het beoordelen van milieuvergunningsaanvragen.
- Verzoeker merkt in zijn laatste memorie nog op dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen bij arrest van 19 juni 2018 heeft vastgesteld dat de VII-40.056-4/6 corresponderende stedenbouwkundige vergunning steunt op een ruimtelijk uitvoeringsplan dat “door de juridische fictie dat de ingetrokken beslissing nooit bestaan heeft” en bijgevolg de verleende vergunning “geen wettelijk vereiste grondslag had en aldus diende vernietigd te worden”. Voorts stelt hij dat de stelling dat de vergunde inrichting bestaanbaar zou zijn met het ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Sint-Norbertus’ “kant noch wal raakt” omdat de verwerende partij nooit heeft onderzocht of de aangevraagde inrichting effectief bestaanbaar is met die oorspronkelijke bestemming. Beoordeling
- In het bestreden besluit wordt gesteld dat “voor de locatie een gemeentelijk RUP ‘Sint-Norbertus (gedeeltelijke) herziening’ van kracht is”, dat de inrichting volgens dit RUP gelegen is een gemengde zone voor wonen en openbaar nut, diensten- en sociale functies, cultuur en sport en dat ze “verenigbaar is met de stedenbouwkundige voorschriften en de goede ruimtelijke ordening”. De bestreden vergunningsbeslissing steunt bijgevolg op het voormelde gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de gemeenteraad van de stad Landen op 27 juni 2017 het gemeenteraadsbesluit van 31 mei 2016 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Herziening RUP Sint-Norbertus’ heeft ingetrokken. Deze intrekkingsbeslissing heeft tot gevolg dat het bestreden besluit geacht moet worden zonder afdoende rechtsgrond tot stand te zijn gekomen. Voor het overige komt het niet aan de Raad van State toe om, in de plaats van de vergunningverlenende overheid, te beoordelen of de aangevraagde inrichting al dan niet ingepast kan worden in de bestemmingsvoorschriften van het oorspronkelijke gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Sint-Norbertus’.
- Het middel is gegrond. VII-40.056-5/6 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 1 juni 2017 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 1 december 2016, houdende het verlenen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Landen van de milieuvergunning voor het exploiteren van een gemeenschapscentrum, gelegen aan de Hannuitsesteenweg 80 te Landen, gedeeltelijk gegrond worden verklaard.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.056-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.085 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div