← België

Arrest 247104 - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen - 20/02/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.104 Rolnummer: A. 223969/IX-9196 Zaak: Arrest 247104 - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen - 20/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-25 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-26 03:01 Fiche Arrest nr 247.104 van 20 februari 2020 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt (provinciën, gemeenten, enz.) - Reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 247.104 van 20 februari 2020 in de zaak A. 223.969/IX-9196 In zake: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:

  1. Fatima LAAROUSSI
  2. Griet DE SMET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 11 december 2017, strekt tot de nietigverklaring van “het Ministerieel besluit van 5 oktober 2017 waarbij het besluit van [het] Vast Bureau (Personeel) [van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Gent] van 29 mei 2017 (2017_VBP_00512) inzake IX-9196-1/4 de éénmalige vaste aanstelling in statutair verband op grond van aantal jaren dienst – aanstelling, wordt vernietigd”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Fatima Laaroussi en Griet De Smet hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikkingen van 15 februari
  5. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 januari
  6. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Patrick Devers, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. IX-9196-2/4 III. Verzoek tot afstand
  8. Met een brief van 13 november 2019 deelt de verzoekende partij aan de Raad van State mee dat zij afstand doet van haar beroep.
  9. De beide tussenkomende partijen, van hun kant, wensen dat de zaak wordt voortgezet en dat er uitspraak wordt gedaan over de grond van de zaak, waarbij het bestreden besluit volgens hen moet worden vernietigd. Zij verwijzen daartoe naar de argumentatie van de verzoekende partij, in het inleidend verzoekschrift en de memorie van wederantwoord, “waarbij [zij] zich had[den] aangesloten”.
  10. Een tussenkomende partij die de verzoekende partij ondersteunt, maar opteert voor een vrijwillige tussenkomst in plaats van voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring – zoals in casu het geval is voor beide tussenkomende partijen – kiest vrijwillig een type van procedure dat bepaalde voordelen biedt, waarbij zij niet onwetend kan zijn van de situatie van afhankelijkheid ten opzichte van de hoofdprocedure, met inbegrip van de risico’s die inherent zijn aan dat statuut. Zoals een tussenkomende partij de gevolgen moet ondergaan van de ontstentenis van een tijdige memorie van wederantwoord of een toelichtende memorie van de verzoekende partij, zo kan zij zich ook niet met succes verzetten tegen een eventuele afstand van die partij of vragen dat, niettegenstaande een dergelijke afstand, de procedure die de verzoekende partij inleidde toch voortgang vindt.
  11. De tussenkomende partijen die de verzoekende partij ondersteunen en niet de weg van het beroep tot nietigverklaring hebben gekozen, moeten de gevolgen ondergaan van de afstand van het geding die de verzoekende partij doet. IX-9196-3/4 BESLISSING
  12. De Raad van State verleent akte van de afstand van het geding.
  13. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9196-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.104 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.