id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.117 Rolnummer: A. 230237/X-17671 Zaak: Arrest 247117 - Sluitingen van vestigingen - 21/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-21 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 03:02 Fiche Arrest nr 247.117 van 21 februari 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 247.117 van 21 februari 2020 in de zaak A. 230.237/X-17.671 In zake: de BV KOMMILFOO HASSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Chris Schijns kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD HASSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 februari 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de stad Hasselt van 7 februari 2020 tot sluiting van de horecazaak Kommilfoo, Hemelrijk 9 te Hasselt, gedurende een periode van zes weken. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-17.671-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 februari 2020, om 14.00 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Liesbeth Peeters, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster baat sinds 27 augustus 2019 de horecazaak Kommilfoo, Hemelrijk 9 te Hasselt, uit. Bij besluit van de burgemeester van 18 oktober 2019 wordt de inrichting met toepassing van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet gesloten gedurende een periode van dertig dagen “teneinde de overlastproblematiek te doen stoppen en de openbare orde voor de omwonenden en omliggende handelszaken te vrijwaren”. Met de bestreden beslissing van 7 februari 2020 beveelt de burgemeester met toepassing van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet de sluiting van de zaak gedurende een periode van zes weken. Geargumenteerd wordt dat er na de sluiting van dertig dagen “opnieuw een reeks van meldingen en interventies” volgde, dat de politie reeds op 26 november 2019 een schriftelijke X-17.671-2/8 waarschuwing gaf en afspraken maakte met de zaakvoerder, maar dat de uitbating ondanks de gemaakte afspraken en de eerder opgelegde maatregel voor overlast blijft zorgen voor de omwonenden en de omliggende handelszaken. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Voorwaarde van een ernstig middel Uiteenzetting van verzoekster
- Verzoekster voert in een enig middel de schending aan van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟, van de materiëlemotiveringsplicht, en van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel. Verzoekster betwist in de eerste plaats dat haar zaak geen praatcafé zou zijn en dat zij “de vermeende hinder” niet remedieert: - de verwerende partij heeft nooit enige geluidsmeting uitgevoerd en kan dan ook niet oordelen over “nachtlawaai” of “luide muziek”; - blijkens de meetgegevens van verzoeksters eigen geluidsmeter ging het aantal decibels nooit boven 86,8 en bedroeg het gemiddeld 63dB; - de temperatuur is er niet naar om lang buiten lawaai te maken, nu het terras van verzoekster niet verwarmd is; X-17.671-3/8 - de verwerende partij beroept zich op eenzijdige klachten van buurtbewoners zonder daadwerkelijke controle; - het is de verwerende partij zelf die een oplossing belet “waarbij een sas wordt gecreëerd om elke geluidsoverlast in te dijken”; - tijdens de hoorzitting is met filmpjes en uitdraaien van de witte kassa aangetoond dat er op het moment van de vermeende feiten geen overlast kon zijn bij gebrek aan volk of omzet. Verzoekster concludeert hieruit dat zij slechts één afspraak niet is nagekomen: een concreet actieplan is laattijdig bezorgd aan de overlastmanager. Dat het onderzoek van de verwerende partij “erg onzorgvuldig” is gebeurd, blijkt volgens haar ook nog hieruit: - nergens wordt gestaafd dat er drugs in het etablissement aanwezig zijn; - één vechtpartij volstaat niet om van een verstoring van de openbare rust te kunnen gewagen; - het is niet ondenkbaar dat “minstens een deel van de vermeende overlast” afkomstig is van etablissementen die naast verzoeksters inrichting liggen, zoals Bardot. Beoordeling
- Een sluiting met toepassing van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet moet berusten op afdoende en deugdelijke motieven. Te dezen wordt de opgelegde sluiting gemotiveerd door de ordeverstoring, voornamelijk ten gevolge van nachtlawaai, die de uitbating van verzoeksters inrichting teweegbrengt. Meer in het bijzonder zoekt de beslissing voor haar feitelijke grondslag steun in een bestuurlijk verslag van de politie van 3 februari
- X-17.671-4/8 Blijkens dat verslag wordt al onmiddellijk na de sluiting van dertig dagen, op 23 november 2019, opnieuw nachtelijke geluidsoverlast vastgesteld. Een interventieploeg van de politie constateert dat de muziek en de bassen duidelijk hoorbaar zijn vanaf de straat. Er wordt een “GAS proces-verbaal” opgesteld. Vanwege de nieuwe klachten houdt de politie op 26 november 2019 een vergadering met de uitbater van verzoekster. Daarin maant zij hem aan al het nodige te doen om de overlast binnen en buiten het café te doen ophouden. Vervolgens wordt in het verslag melding gemaakt van dertien interventies tot aan de nacht van 31 januari 2020 op 1 februari
- In die nacht laat, aldus het verslag, de uitbater “alle remmen los” en zorgt de inrichting voor een zo “enorme overlast” dat het noodzakelijk blijkt de zaak onmiddellijk bestuurlijk te sluiten: zeer luide muziek wordt vastgesteld, er wordt een “GAS-PV” opgesteld, de luide muziek “veroorzaakt ontegensprekelijk overlast voor de omwonenden”, een tiental klanten staat buiten, de uitbater is niet voor rede vatbaar, hij legt de aanzeggingen naast zich neer, er komt geen eind aan de overlast totdat de zaak wordt gesloten.
- Overeenkomstig de plaatselijke politieverordening moeten cafés en andere publiek toegankelijke plaatsen alle nodige voorzorgsmaatregelen nemen opdat de omwonenden geen geluidsoverlast van de uitbating ondervinden, en mag het bewijs van geluidsoverlast met alle mogelijke middelen geleverd worden. De afwezigheid van geluidsmetingen lijkt dan ook niet noodzakelijk een beletsel om van overlast door luide muziek te kunnen gewagen. Te dezen blijkt het motief van de overlast, inzonderheid door luide muziek – minstens méé – te berusten op vaststellingen door de politie zelf tijdens interventies. In de huidige stand van de procedure kan verzoeksters grief dat de beslissing gemotiveerd wordt door “eenzijdige klachten van buurtbewoners zonder daadwerkelijke controle” volstrekt niet worden gevolgd.
- Vooralsnog tevergeefs brengt verzoekster tegen die vaststellingen de meetgegevens van haar geluidsmeter in, het feit dat haar terras X-17.671-5/8 niet verwarmd is, en de omstandigheid dat er op momenten van beweerde overlast (op 26 december 2019) weinig volk en omzet was. Wat de “Uitdraai decibelmeter” die verzoekster bijbrengt precies doet kennen, is op het eerste gezicht onduidelijk. Niet zonder pertinentie vraagt de verwerende partij zich onder meer af “waar de recorded values precies voor staan (daggemiddeldes?)”. Dat het terras niet verwarmd is, garandeert niet dat er geen klanten op plaatsnemen, noch dat zij geen (geluids)overlast veroorzaken. Eén zaak is het aantal klanten en hun verbruik, een andere is het geluidsniveau. Het eerste zegt niet per se iets over het tweede.
- De geluidsoverlast wordt op het eerste gezicht niet onbestaande, noch vergoelijkt, doordat verzoekster in een sas zou willen voorzien. Bovendien blijkt een sas binnen niet mogelijk en lijkt de verwerende partij niet onwettig van oordeel dat een sas buiten, op het openbaar domein, niet toelaatbaar is.
- Nog daargelaten dat er in de bestreden beslissing sprake is van meer dan één vechtpartij, wordt hoofdzakelijk vanwege de geluidsoverlast besloten tot een “aanslepende ernstige en aanhoudende ordeverstoring”. Het is naar het voorlopig oordeel van de Raad van State voorts niet aannemelijk dat de enige melding, op 26 januari 2020, dat er drugs in de inrichting aanwezig zouden zijn, mee tot de wezenlijke grondslag van de bestreden beslissing moet worden gerekend.
- Dat mogelijk de (geluids)overlast die aan verzoekster wordt toegeschreven afkomstig is van andere inrichtingen in de buurt, staaft verzoekster met het feit dat er op 16 november 2019 en op 26 januari 2020 een activiteit was in de nabijgelegen Bardot. X-17.671-6/8 Wat 16 november 2019 betreft, heeft een politieploeg “ter plaatse” vastgesteld dat de muziek in café Kommilfoo te luid stond en heeft de uitbater zich zelfs telefonsich geëxcuseerd bij de overlastmanager. Het feestje dat Bardot op 26 januari 2020 zou hebben georganiseerd en waarvan de overlast ten onrechte in de schoenen van verzoekster zou zijn geschoven, had, zoals de verwerende partij geloofwaardig argumenteert, ogenschijnlijk op 24 januari 2020 plaats.
- Concluderend, wordt in de huidige stand van de zaak niet bijgevallen dat de verwerende partij onzorgvuldig te werk is gegaan en dat de bestreden beslissing niet berust op toereikende, deugdelijke motieven. Het enige middel is niet ernstig. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- De Raad van State verwijst verzoekster in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op het rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. X-17.671-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.671-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.117 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div