id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.137 Rolnummer: A. 230121/XII-8866 Zaak: Arrest 247137 - Overheidsopdrachten - 25/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-25 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-29 00:16 Fiche Arrest nr 247.137 van 25 februari 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 247.137 van 25 februari 2020 in de zaak A. 230.121/XII-8866 In zake: de NV MEDIALED bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
(3)boekjaren twee maal een negatief eigen vermogen of twee maal verlies vóór belasting wordt vastgesteld bij één of meerdere van de verplicht betrokken partijen‖. Deze invulling in het selectieverslag was niet gekend bij de kandidaten op het ogenblik van het indienen van hun aanvraag tot deelneming. Ook hier werden volgens de verzoekende partij het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel geschonden. Bovendien heeft het college van burgemeester en schepenen minstens een voorwaarde toegevoegd die niet in de selectieleidraad, vastgesteld door de gemeenteraad, werd vermeld. Ten slotte maakt ook de formulering van het criterium ―referenties‖ in de selectieleidraad en de toepassing ervan door de aanbestedende overheid, volgens de verzoekende partij, een schending uit van het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel. Het selectiecriterium van de ―referenties‖ werd op een dermate vage wijze omschreven in de selectieleidraad dat het de aanbestedende overheid heeft toegelaten de door de kandidaten gevoegde referenties te aanvaarden voor de beide percelen waaruit deze overheidsopdracht bestaat, terwijl de twee percelen een wezenlijk verschillend voorwerp hebben, aangezien het gaat, enerzijds, om het plaatsen, onderhouden en exploiteren van digitale informatiedragers en, anderzijds, over het plaatsen en onderhouden van 22 bushokjes. XII-8866-19/27 Beoordeling
- Wat het eerste middelonderdeel betreft, lijkt, wat het criterium ―personeel‖ betreft, bezwaarlijk te mogen worden aangenomen dat dit criterium te vaag zou zijn geformuleerd en te dezen dan ook niet zou zijn voldaan aan de vereiste van oplegging van een minimaal niveau aangezien uitdrukkelijk in de selectieleidraad wordt bepaald dat de voorstelling van de medewerkers ―minstens de volgende onderdelen‖ dient te bevatten: ―Opgave van de naam en het CV van de projectverantwoordelijke/teamleider (met plaatsvervanger) die de Opdracht zullen bewaken en uitvoeren‖ en ―Opgave van de naam en het CV van de eventuele adviseurs of technici, die kunnen worden ingezet voor deze Opdracht, met vermelding van de functie, specialisatie en relevante ervaring‖. Ook wat het selectiecriterium ―capaciteit‖ betreft, lijkt de selectieleidraad op het eerste gezicht wel te bepalen op welke vlakken van de kandidaat verwacht wordt dat hij zijn capaciteit aantoont ―om de Informatiedragers te plaatsen, te onderhouden en herstellen‖, ―om de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren‖ en ―om de rechtstreekse toegang te waarborgen die het opmaken en zenden door de Gemeente van Publieke Boodschappen zonder tussenkomst van de Opdrachtnemer mogelijk maakt‖. 17.
- Wat het tweede middelonderdeel betreft, meer bepaald de kritiek dat inzake de criteria ―capaciteit‖ en ―personeel‖ er in de selectiebeslissing strengere voorwaarden zijn opgenomen dan in de selectieleidraad, valt op dat de verzoekende partij geen kritiek uit op het eerste motief van haar niet-selectie in de selectiebeslissing, namelijk het gebrek aan opgave van de medewerkers en de minimaal vereiste onderdelen die de voorstelling ervan diende te bevatten. Dit zijn elementen die er precies toe doen om de technische bekwaamheid van het personeel aan te tonen. Voorts lijkt de motivering in de selectiebeslissing, namelijk de verwijzing naar ―softwareontwikkeling of -ondersteuning‖, wel degelijk rechtstreeks verband te houden met het criterium ―capaciteit‖ in de selectieleidraad waarbij wordt bepaald dat de gemeente rechtstreeks en zonder tussenkomst van de XII-8866-20/27 opdrachtnemers via de digitale informatiedragers publieke boodschappen kan uitzenden. Het element in de motivering van de selectiebeslissing over ―Smart City voorzieningen‖ lijkt dan weer een uitdrukkelijke referentie aan het voorwerp van de opdracht – zie hiervoor randnummer 3.3 – en zoals onder randnummer 13 opgemerkt dient het criterium van de technische draagkracht als selectiecriterium te worden begrepen samen genomen met het voorwerp van de opdracht. 17.
- Aangaande de beweerde vaagheid van het selectiecriterium ―9.1.
- voldoende liquiditeit, rendabiliteit en solvabiliteit om de Opdracht te kunnen uitvoeren‖, meer bepaald inzake de door de kandidaten bij te brengen financiële ratio‘s, lijkt de in de selectiebeslissing vermelde motivering dat de ratio‘s niet mogen wijzen ―op een risico op discontinuïteit van de verplicht betrokken partijen‖ geenszins een voorwaarde toe te voegen aan het selectiecriterium. In de selectieleidraad wordt uitdrukkelijk bij dit criterium vermeld dat elk van de kandidaten zich in een normale financiële toestand moet bevinden waardoor zij in staat zijn deze opdracht tot een goed einde te kunnen brengen. Het college lijkt dan ook geen andere invulling te geven dan wat in de selectieleidraad is opgenomen. Overigens is het belang van de verzoekende partij bij deze kritiek twijfelachtig aangezien een beweerde striktere invulling van dit criterium haar niet lijkt te benadelen. 17.
- Ten slotte, wat de kritiek betreft inzake het criterium ―referenties‖ dat hiervoor is weergegeven onder randnummer 3.4, lijkt de verzoekende partij niet te kunnen worden gevolgd in haar argumentatie dat de formulering van het betrokken selectiecriterium strijdig zou zijn met het transparantie- en het gelijkheidsbeginsel omdat de twee percelen een wezenlijk verschillend voorwerp hebben ―aangezien het enerzijds gaat om het plaatsen, onderhouden en exploiteren van digitale informatiedragers en anderzijds over het plaatsen en onderhouden van 22 bushokjes‖. Op het eerste gezicht lijkt uit de omschrijving van deze percelen – zie hiervoor randnummer 3.3 – te mogen worden afgeleid dat in de beide XII-8866-21/27 percelen moet worden gebruikgemaakt van digitale informatiedragers. Er blijkt dan ook niet waarom een omschrijving van een selectiecriterium dat verband houdt met dergelijke digitale informatiedragers en dat vooraf op gelijke wijze kenbaar was voor alle kandidaten strijdig zou zijn met de aangevoerde beginselen. Wat de kritiek op de toepassing van dit criterium betreft, komt de beoordeling daarvan aan bod bij het tweede onderdeel van het vierde middel.
- Het middel is niet ernstig. D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 4, eerste lid, 5°, en artikel 5, 6°, van de rechtsbeschermingswet, de formele- motiveringsplicht vervat in de motiveringswet en het materieelmotiverings- beginsel. Zij betoogt: ―Doordat, eerste onderdeel de aanbestedende overheid de kandidatuur van verzoekende partij heeft geweerd op grond van niet pertinente motieven; Doordat, tweede onderdeel, de aanvaarding van de aanvragen tot deelneming van Clear Channel en JC Decaux voor het selectiecriterium ‗referenties‘ niet werd gemotiveerd; Terwijl elke selectiebeslissing moet steunen op motieven die worden uitgedrukt in de beslissing zelf en hun grondslag vinden in het administratief dossier; Terwijl deze motieven feitelijk correct, pertinent en draagkrachtig moeten zijn; Zodat de in het middel aangehaalde bepalingen geschonden werden.‖ In het eerste middelonderdeel bekritiseert de verzoekende partij de motieven op grond waarvan tot haar niet-selectie werd besloten. Op de eerste plaats is het motief dat geen documenten worden toegevoegd met betrekking tot het beroep op de draagkracht van andere entiteiten volgens haar niet pertinent nu zij geen beroep doet op de draagkracht van derden. XII-8866-22/27 Daarnaast reiken volgens de verzoekende partij de bestek- vereisten niet verder dan het beheer van de thans door haar geëxploiteerde informatiedragers. Immers blijft het onderhoud, het beheer en de herstelling dezelfde of deze nu betrekking hebben op 16 schermen dan wel op 25-30 schermen waarvan er minstens twee interactief zijn. Bovendien blijkt inmiddels uit de gunningsleidraad dat de opdracht waarvan de verzoekende partij heeft kennis genomen na de selectie: - geen betrekking zal hebben op 25-30 schermen maar wel op 22 schermen; - deze schermen geen oppervlakte meer zullen hebben van 2 meter maar wel van ongeveer 1,5 m2 (75 inch); - geen twee interactieve beeldschermen meer zal inhouden; - wat de meetapparatuur betreft, de eis herleid wordt tot het voorzien in ruimte in de behuizing van de schermen om deze apparatuur te installeren. Deze apparatuur zal worden aangekocht en beheerd door een derde. Voorts, zo vervolgt de verzoekende partij, weet de aanbestedende overheid dat zij bij de huidige opdracht uitgevoerd door de verzoekende partij niet over de mogelijkheid beschikt om boodschappen rechtstreeks en zonder tussenkomst van de verzoekende partij uit te zenden en dat dit het gevolg is van een organisatorische keuze van de verzoekende partij en niet van een technische onmogelijkheid. Dat de verzoekende partij hiertoe technisch wel in staat is, werd volgens haar ook reeds bevestigd in het kader van de voorafgaande marktconsultatie. Ten slotte wordt volgens de verzoekende partij in geen enkel van de kwalitatieve selectiecriteria een vereiste opgenomen om aan te tonen dat de nodige technische ondersteuning beschikbaar is om sensoren of meetapparatuur te laten plaatsen door de aanbestedende overheid in het kader van haar ―Smart Cityproject‖, zodat een eventueel gebrek aan informatie geen grond tot wering kan uitmaken. In elk geval impliceert het beheer van de schermen uiteraard ook dat er bepaalde functionaliteiten kunnen toegevoegd worden aan deze schermen. Het gaat er maar om deze apparatuur te plaatsen, mogelijkheid die zij eveneens al bevestigd zou hebben tijdens de voorafgaande marktconsultatie. XII-8866-23/27 In het tweede middelonderdeel bekritiseert de verzoekende partij de motieven op grond waarvan de twee kwestieuze kandidaten werden geselecteerd. Zij verwijst daarbij ook naar het tweede onderdeel van het derde middel. In het selectieverslag wordt volgens haar nergens gemotiveerd waarom de referenties werden aanvaard voor de beide percelen ondanks het feit dat deze percelen een verschillend voorwerp hebben. In het licht van dit verschillend voorwerp rustte minstens de plicht op de aanbestedende overheid om te motiveren waarom deze referenties nuttig waren voor de uitvoering van de beide percelen. Beoordeling 20.
- Wat het eerste middelonderdeel betreft, mag in herinnering worden gebracht dat uit de motivering in het selectieverslag in essentie blijkt dat de verzoekende partij niet geselecteerd werd omdat zij heeft nagelaten een beschrijving te geven van haar technische capaciteit en ondersteunend personeel en dat aldus niet kon worden beoordeeld of zij wel in staat zal zijn om tegemoet te komen aan de eisen van het bestek die verder reiken dan het beheer van de thans door haar geëxploiteerde informatiedragers. 20.
- In de mate dat de verzoekende partij in het kader van het eerste onderdeel een schending van de formelemotiveringsplicht aanvoert, lijkt het op het eerste gezicht voor de verzoekende partij op grond van het selectieverslag mogelijk te zijn geweest om voldoende inzicht te krijgen in de redenen van haar niet-selectie. Dit blijkt overigens ook uit haar verzoekschrift zelf. 20.
- Het komt in de eerste plaats toe aan de aanbestedende overheid om de voorgelegde informatie en documenten inzake de technische bekwaamheid te beoordelen op hun overeenstemming met het gevraagde in de selectieleidraad, waarbij zij ter zake lijkt te beschikken over een zekere beoordelingsruimte. Wel dient de aanbestedende overheid bij die beoordeling de regels die zijzelf heeft vastgelegd in de opdrachtdocumenten te respecteren, alsook de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel. 20.
- Ten opzichte van wat de verzoekende partij in haar aanvraag tot deelneming met betrekking tot de criteria ―capaciteit‖ en ―personeel‖ heeft XII-8866-24/27 vermeld – weergegeven onder randnummer 13 – valt op – zoals ook reeds opgemerkt onder randnummer 17.1 – dat de verzoekende partij geen kritiek geeft op het eerste motief in de selectiebeslissing om haar niet te selecteren. Voorts lijkt de vaststelling in die beslissing dat de verzoekende partij geen beroep doet op de draagkracht van derden wel pertinent. Aldus blijkt dat zij om te voldoen aan de voormelde criteria zich uitsluitend lijkt te beroepen op haar eigen capaciteit en personeel. Evenzeer kan de verzoekende partij niet worden gevolgd, zoals reeds geoordeeld is onder randnummer 13, in haar opvatting dat ―de bestekvereisten niet verder [reiken] dan het beheer van de thans door verzoekende partij geëxploiteerde informatiedragers‖. Een loutere verwijzing naar haar uitvoering van de lopende opdracht volstaat dan ook niet. Wat de argumentatie op grond van de gunningsleidraad betreft, mag deze worden verworpen omdat de verwerende partij ertoe gehouden was haar beslissing te nemen overeenkomstig de bepalingen van de selectieleidraad. In de mate dat de verzoekende partij verwijst naar de marktbevraging, lijkt zij eraan voorbij te gaan dat zij hier vooral zelf is tekort geschoten aan haar plicht tot een zorgvuldige indiening van haar kandidatuur. De verzoekende partij heeft overigens bij deze marktbevraging haar capaciteit evenmin gestaafd. Evenzo dient de kritiek van de verzoekende partij aangaande de bewijslevering van de technische ondersteuning nodig om sensoren of meetapparatuur te laten plaatsen, onderhouden en beheren in het kader van de ―Smart City voorzieningen‖ van de gemeente Knokke-Heist te worden verworpen. In de omschrijving van het voorwerp van de opdracht wordt zeer nadrukkelijk naar deze ―Smart City voorzieningen‖ verwezen en, zoals reeds meermaals overwogen, dienen de selectiecriteria samen met dit voorwerp te worden begrepen. 20.
- De conclusie voor dit middelonderdeel is dan ook dat de verzoekende partij niet aantoont dat de motivering ondeugdelijk is. XII-8866-25/27
- Wat het tweede middelonderdeel betreft, valt naast wat reeds werd overwogen bij de beoordeling van het tweede onderdeel van het derde middel, het volgende op te merken om tot de verwerping ervan te besluiten. Wat de aangevoerde schending van de formelemotiveringsplicht betreft, wordt in het selectieverslag bij de kandidaten nv JC Decaux en bvba Clear Channel ―Ok‖ vermeld samen met de door deze kandidaten bijgebrachte referenties. Deze uitdrukkelijke motivering lijkt hier afdoende. Voorts blijkt op het eerste gezicht nergens uit de gestelde selectie-eis over de referenties dat voor beide percelen afzonderlijke referenties dienden te worden bijgebracht en dus evenmin dat de selectiebeslissing dienovereenkomstig diende te worden gemotiveerd. Minstens toont de verzoekende partij niet afdoende aan dat de voorgelegde referenties in het licht van de gestelde eis geen betrekking zouden kunnen hebben op beide percelen; zoals blijkt uit de omschrijving van de percelen van de opdracht, omvat ook perceel 2 informatiedragers.
- Het middel is niet ernstig. VI. Besluit en kosten
- Geen van de middelen is ernstig gebleken. De vordering dient te worden verworpen. Op de vraag van de verwerende partijen om de verzoekende partij te veroordelen tot een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro voor elk van hen, wordt niet ingegaan. De beide verwerende partijen worden bijgestaan door dezelfde raadslieden en beiden hebben een identiek belang laten blijken. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering. XII-8866-26/27
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Pierre Barra XII-8866-27/27 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.137 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div