id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.151 Rolnummer: A. 229282/VII-40658 Zaak: Arrest 247151 - Varia (vreemdelingen) - 27/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-03 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-26 03:04 Fiche Arrest nr 247.151 van 27 februari 2020 Vreemdelingen - Varia (vreemdelingen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 247.151 van 27 februari 2020 in de zaak A. 229.282/VII-40.658 In zake: 1. Katrien SCHOLS wonende te 3440 Zoutleeuw (Dormaal) Zoutleeuwse Steenweg 9 2. Alain WAMBEKE 3. Dave TWEEPENNINCKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Deceuninck kantoor houdend te 9120 Beveren-Waas Kloosterstraat 87, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE OPVANG VAN ASIELZOEKERS (FEDASIL) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Detheux kantoor houdend te 1060 Brussel Amazonestraat 37 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 31 oktober 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing “gepubliceerd op 28 augustus 2019 op de webstek van FEDASIL [...] waarbij wordt bepaald dat er tegen eind oktober 2019 een nieuw open opvangcentrum voor 130 verzoekers om internationale bescherming zal worden ingericht te Zoutleeuw, deelgemeente Dormaal, in het voormalig woonzorgcentrum Huize-Philemon & Baucis, gelegen aan de Zoutleeuwse Steenweg 11, 3440 Zoutleeuw”. VII-40.658-1/10 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 245.947 van 28 oktober 2019 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 februari 2020. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Deceuninck, die verschijnt voor tweede en derde verzoeker en advocaat Shaheda Ishaque, die loco advocaat Alain Detheux verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 28 augustus 2018 wordt via de website van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (hierna: FEDASIL) het volgende bericht verspreid: “Tijdelijk opvangcentrum in Zoutleeuw VII-40.658-2/10 Fedasil opent ten vroegste eind oktober een nieuw opvangcentrum voor verzoekers om internationale bescherming in Zoutleeuw. Doordat er meer personen in de opvang verblijven, dient Fedasil snel zijn opvangcapaciteit te verhogen. Fedasil opent daarom in de komende weken een tijdelijk opvangcentrum voor verzoekers om internationale bescherming in Zoutleeuw in het voormalig rusthuis Philemon en Baucis. De opening van dit centrum zal in overleg gebeuren met de betrokken stadsdiensten. Eerder heeft Fedasil al tijdelijke opvangcentra geopend in Lommel (28/12), Zaventem (30/1), Moeskroen (22/2), Deurne (20/6) en Couvin (11/7). 130 plaatsen, 28 werknemers De opening van het centrum wordt toevertrouwd aan een ervaren team van Fedasil-medewerkers uit Sint-Truiden en er worden ook 28 nieuwe werknemers aangeworven. De vacatures vindt u binnenkort hier terug en op de site van de VDAB. Het opvangcentrum kan plaats bieden aan maximum 130 personen. De opening is voorzien voor ten vroegste eind oktober, na enkele werken aan het centrum. Open opvangcentrum Het tijdelijke opvangcentrum in Zoutleeuw zal, zoals alle centra van Fedasil, een open opvangcentrum zijn waar verzoekers om internationale bescherming onderdak, voeding, medische en sociale begeleiding krijgen tijdens de behandeling van hun verzoek om internationale bescherming”. De beslissing van FEDASIL om in Zoutleeuw een tijdelijk opvangcentrum voor asielzoekers te openen wordt door de verzoekende partijen bestreden. IV. Afwijzing van de vordering in hoofde van eerste verzoekster 4. Luidens artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State (hierna: procedurereglement kort geding) moet de vordering tot toekenning van de schorsing worden afgewezen wanneer “de eiser noch verschijnt noch vertegenwoordigd is”. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van de verzoekende partijen dat hij niet langer optreedt voor eerste verzoekster. Evenmin was zij ter terechtzitting aanwezig. VII-40.658-3/10 V. Ontvankelijkheid van de vordering 5. De verwerende partij betwist het belang van de (overige) verzoekers. 6. Er bestaat geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn. Hierna zal blijken dat dit niet het geval is. VI. Schorsingsvoorwaarden 7. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekers 8. In het verzoekschrift geven de verzoekers de volgende uiteenzetting omtrent de spoedeisendheid van de zaak: “[…] Vooreerst is er de duurtijd/doorlooptijd van een procedure tot nietigverklaring. Rekening houdende met de gebruikelijke doorlooptijd van een procedure nietigverklaring bij de Raad van State (wanneer er geen schorsingsarrest
- is)is het onmogelijk om in casu te verhinderen dat het gebouw voor een termijn van minstens 18 maanden (of het grootste deel van die periode, afhankelijk van de duur der inrichtingswerken) als asielcentrum wordt aangewend in de voor alle betrokkenen onmenselijke omstandigheden die hier beschreven worden. De minimumduur van de huur blijkt uit het VII-40.658-4/10 huurcontract dat FEDASIL voorlegde in de procedure schorsing UDN op 17/10/2019[…]: zie art. 2. De komst van de asielzoekers werd aangekondigd tegen eind oktober 2019[…]. De verbouwings- en inrichtingswerken zijn bezig, maar hebben blijkbaar vertraging. Hoe dan ook dient de komst van de asielzoekers verwacht tegen het einde van november 2019. Als de bestreden beslissing niet geschorst wordt in afwachting van de nietigverklaring, zal er aldus voor een lange periode vanaf eind november 2019, gedurende minstens 18 maanden, een onleefbare situatie ontstaan voor verzoekers, op de wijze zoals ook reeds geschetst bij het belang. Een dergelijke langdurige onleefbare situatie gedurende een dergelijke lange periode dient voorkomen door de schorsing van de bestreden beslissing. […] Volgens de webstek www.bevolkingscijfers.be telt de gemeente Zoutleeuw 8.498 inwoners, waarvan slechts 246 niet de Belgische nationaliteit hebben. Dat is nauwelijks 2,89%[…]. Dormaal is een deelgemeente van Zoutleeuw en telt slechts een 800-tal inwoners, blijkens de voorgebrachte persartikels[…]. De bestreden beslissing bestaat er dus in om bij die 800 inwoners 130 Nederlandsonkundige asielzoekers uit volledig andere culturen met andere waarden en normen te voegen en die 130 personen allemaal samen te huisvesten in één klein gebouw met (voorheen 39 en thans nog amper) 37 kamers, vlak naast de woning van eerste verzoekster en in de onmiddellijke nabijheid van de woningen van de andere verzoekers. […] Hetzelfde geldt voor de tweede en de derde verzoekers, die eveneens in Dormaal wonen. Zij wonen letterlijk op of om de hoek van het asielcentrum en ook zij zien hun huisvesting en leefmilieu in dit kleine dorp onherroepelijk tenietgaan op grond van alle hierboven en hierna aangehaalde en alhier als herhaald en herschreven te beschouwen elementen, als de bestreden beslissing niet geschorst wordt in afwachting van nietigverklaring. […] Tweede verzoeker Alain WAMBEKE is eigenaar van de woning met tuin (park) die hij met zijn partner betrekt aan de Grote Steenweg 57, 3440 Zoutleeuw (Dormaal). Hij is gepensioneerde en vreest ten zeerste voor dezelfde schadelijke gevolgen als de eerste verzoekster qua veiligheid, privacy en aantasting van de leefomgeving van zijn gezin en hemzelf. De kans op inklimming in zijn tuin, en op incidenten aan en tot in zijn woning is even groot als bij eerste verzoekster, rekening houdende met het groot aantal incidenten met asielcentra in het algemeen en met de overbevolking die zich hier stelt in het bijzonder.. De achterpoort van zijn tuin geeft uit op de ingang van het asielcentrum (zie foto‟s)[…]. Lars WAMBEKE, de 12-jarige zoon van tweede verzoeker gaat bovendien met de fiets naar school en dient daarvoor het vroegere WZC PHILEMON & BAUCIS te passeren, waar het asielcentrum komt. Tweede verzoeker zal hem dat niet meer toelaten, omwille van de onveiligheid (ook qua verkeer). […] Derde verzoeker Dave TWEEPENNINCKX is met zijn samenwonende partner eigenaar van de woning die het koppel betrekt aan de Grote Steenweg 64, 3440 Zoutleeuw (Dormaal). Hij is vader van twee kinderen, 2 1/2 en 8 jaar oud. De Zoutleeuwse Steenweg waar men het asielcentrum wil vestigen, is de straat die naar Zoutleeuw loopt en langs waar de kinderen met VII-40.658-5/10 hun fiets naar school rijden. Gelet op de gevaren die een asielcentrum met zich meebrengt (criminaliteit, maar ook verhoogde verkeersonveiligheid met een concentratie van zoveel personen die ter plaatse zullen wonen) zal ook derde verzoeker zijn 8-jarige dochter Philine niet (meer kunnen) toestaan om met de fiets naar school te rijden. Veel ouders uit de omgeving gaven al te kennen dat zij dit niet meer zullen riskeren en dat zij de kinderen met de auto naar school zullen brengen. Op de koop toe bevindt zich aan het huis van derde verzoeker de bushalte en een pleintje. Op dat pleintje is een nachtwinkel gevestigd (zie foto van het pleintje met de borden: „voedingswinkel/nachtwinkel‟[…]). Oorspronkelijk was gesteld dat het asielcentrum van 24 uur tot 06 uur zou dicht blijven, maar op de daaropvolgende infovergadering van FEDASIL kwam medio september jl. aan het licht dat het asielcentrum heel de nacht openblijft. Derde verzoeker vreest dat de asielzoekers ‟s nachts zullen rondhangen naast zijn deur op het pleintje aan de nachtwinkel en dat zulks ook weer voor nachtlawaai en onveiligheid zal zorgen. Er is in Dormaal geen enkele vorm van ontspanning voor de asielzoekers. Derde verzoeker uit de gegronde vrees (op basis van het groot aantal incidenten in het algemeen met asielcentra, en op grond van de overbevolking die zich hier in het asielcentrum zal stellen in het bijzonder) dat van de 130 man aldus bestendig tientallen personen rond de bushalte en het pleintje met de nachtwinkel aan zijn huis zullen rondhangen, en er (zoals gebruikelijk met jonge mannen bij bushaltes en pleintjes) daaruit vandalisme en gewelddaden zullen voortvloeien die de veiligheid en de privacy van zijn gezin en zijn eigendom zullen aantasten. Dat klemt des te meer, omdat het asielcentrum de hele nacht zal openblijven, in tegenstelling tot de eerste berichten. Asielzoekers zullen daardoor ‟s nachts rond de nachtwinkel - pleintje - bushalte blijven rondhangen en de nachtrust verstoren. […] Voor de volledigheid geven verzoekers hierbij ook nog eens op een kaart de afstand weer van hun woonst tot aan de ingang van het voorgenomen asielcentrum. […] Verzoeker WAMBEKE woont om de hoek, op 210 m, of 3 minuten stappen[…]. De achterpoort van zijn tuin ligt echter op een 50-tal meter van het asielcentrum zoals blijkt uit de foto‟s. Die tuin is afgemaakt door een muur van 1,20 meter hoog, wat niet toelaat inklimming te beletten, laat staan privacy te behouden. Verzoeker TWEEPENNINCKX woont eveneens om de hoek, op 230 meter of eveneens 3 minuten stappen in de geschetste omstandigheden (naast het pleintje met de nachtwinkel; bushalte voor de deur)[…]. […] Bij dit alles mag niet vergeten worden dat er in Dormaal geen directe wijkpost is van de politie. De eerstvolgende politiepost is 15 km. verder. In haar eigen informatiebrochure aan de gerneentebesturen[…] stelt FEDASIL dat er vooraf een afsprakenkader dient te worden gecreëerd: „Er dient een afsprakenkader te worden ondertekend tussen de korpschef van de lokale politie en de verantwoordelijke van elke opvangstructuur op het grondgebied van de gemeente. Het bepaalt de voorwaarden voor de uitoefening van de functie van de politie om de opvang sereen en veilig te laten verlopen voor de asielzoekers en alle buurtbewoners. (...) VII-40.658-6/10 Verantwoordelijk voor de uitvoering zijn enerzijds, de centrumdirecteur en, anderzijds, de korpschef van de politiezone van het grondgebied waarop de opvangstructuur zich situeert. Bovendien worden één of meerdere contactpersonen aangeduid door elke partij om toe te zien op de goede uitvoering van het afsprakenkader. Als contactpersonen behandelen ze ook de vragen en verspreiden ze informatie binnen en buiten hun eigen organisatie. (...) Het afsprakenkader legt de modaliteiten uit voor de uitwisseling van informatie tussen de politie en de opvangstructuur (meer bepaald over de identiteit van de bewoners en bezoekers), de toegang en de interventie van de politie in de gebouwen van de opvangstructuur, het dragen van identiteitsdocumenten door de bewoners van de opvangstructuur of het organiseren van regelmatig overleg tussen de politie en de opvangstructuur.‟ In casu is er echter blijkens navraag bij de politie geen afsprakenkader gecreëerd en voor zover zou blijken dat dit kader alsnog zou gecreëerd worden, zal het niet kunnen volstaan om de veiligheid te waarborgen, rekening houdende met de beperkte mankracht waarover de politiezone beschikt en het gebrek aan een plaatselijke wijkpost. […] Bij dit alles dient ook nogmaals gewezen op de talrijke incidenten in asielcentra in het algemeen, zeker wanneer de centra overvol zijn zoals hier. Verzoekers verwijzen nogmaals naar het feitenrelaas hierboven, dat hier eveneens als herhaald en herschreven dient beschouwd en in het bijzonder naar de algemene beleidsnota asiel en migratie d.d. 26/10/2018[…]: „Een sereen en veilig klimaat creëren in en rond de opvangstructuren is en blijft tot slot een absolute prioriteit. Voor gans 2017 noteerde FEDASIL 625 incidenten in de centra. Voor 2018 komt het aantal op 457 t/m augustus 2018‟ en naar de overige stukken in bijlage waarnaar zij ook in hun feitenrelaas verwezen”. Beoordeling 9. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het procedurereglement kort geding. VII-40.658-7/10 Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een -voortdurende- tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. 10. De uiteenzetting van de verzoekers komt er in wezen op neer dat de tijdelijke aanwezigheid van een opvangcentrum voor asielzoekers in hun directe leefomgeving diverse ongemakken meebrengt die globaal genomen leiden tot een “onleefbare situatie”, waaraan een gebeurlijk later tussen te komen vernietigingsarrest niet kan remediëren. Dit betoog overtuigt evenwel niet. In de eerste plaats is er geen objectieve reden om de tijdelijke aanwezigheid van 130 “Nederlandsonkundige” mensen uit “volledig andere culturen met andere waarden en normen”, a priori als een schadelijk gegeven aan te merken, zelfs niet in een kleine landelijke gemeenschap. Ook een dergelijke gemeenschap kan zich immers niet volledig onttrekken aan een bepaalde mate van veranderlijkheid, te meer omdat in dit geval het asielopvangcentrum zal worden ondergebracht in een bestaand, leegstaand gebouw dat hoe dan ook een nieuwe functie moet krijgen en de bestreden beslissing er toe strekt tegemoet te komen aan een dringende nood aan bijkomende opvangcapaciteit voor asielzoekers. Alleen al gelet op het tijdelijk karakter van het opvangcentrum, is de bewering dat de “huisvesting en leefmilieu [van de verzoekers] in dit kleine dorp onherroepelijk tenietgaan”, volledig overtrokken en niet in verhouding tot de concrete gegevens van de zaak. Evenmin is er reden om de gespecialiseerde overheidsdienst (FEDASIL), die zal instaan voor de inrichting en organisatie van het betrokken opvangcentrum, ervan te verdenken dat zij, volledig voorbijgaand aan de essentiële noden voor het bewaken van de plaatselijke veiligheid in samenspraak met de lokale politiediensten, niet de nodige inspanningen zal opbrengen opdat de tijdelijke opvang in zo gunstig mogelijke omstandigheden en in overleg met de VII-40.658-8/10 lokale gemeenschap kan plaatsvinden. De niet-onderbouwde speculaties van de verzoekers omtrent de nefaste gevolgen van een “te klein” en “overvol” opvangcentrum, zijn dan ook voorbarig. In zoverre de verzoekers vrezen voor misdrijven die gepleegd zouden kunnen worden door de opgevangen personen, wordt slechts uiting gegeven aan een sfeer van achterdocht en verdachtmaking die niet op objectieve feiten gebaseerd is. In dit verband gaat de Raad van State zeker niet mee in de bedenkelijke toespeling van de verzoekers dat de personen die ter plaatse opgevangen worden, in het bijzonder geweld zouden kunnen plegen op jonge kinderen. Tevens valt niet in te zien hoe de scholieren die zich met de fiets naar school begeven, zouden blootgesteld worden aan een “verhoogde verkeersonveiligheid” die toe te schrijven zou zijn aan het bestreden opvangcentrum. Tot slot zegt de verwijzing naar het geregistreerde aantal incidenten in alle opvangcentra tijdens de jaren 2017 en 2018 (deels), niets over het aantal incidenten dat buiten die centra heeft plaatsvonden en waarvan omwonenden van die centra het slachtoffer waren. Afgaande op de algemene uiteenzetting van de verzoekers, kan niet aangenomen worden dat de bestaande nachtwinkel -die algemeen toegankelijk is en die hoe dan ook gebonden is aan een verplicht sluitingsuur- een bijzondere aantrekkingsfactor zou vormen voor de opgevangen asielzoekers en dat, zelfs al mocht dit het geval zijn, net het gedrag van die bijzondere categorie van personen aanleiding zou geven tot onaanvaardbare hinder voor de buurt. De negatieve gevolgen die zouden voortspruiten uit de omstandigheid dat er in Dormaal “geen enkele vorm van ontspanning” is, gelden niet alleen voor de personen die tijdelijk opgevangen worden in het bestreden opvangcentrum maar ook -en misschien nog meer- voor de personen die zich permanent ter plaatse hebben gevestigd. Samenvattend is de Raad van State van oordeel dat het standpunt van de verzoekers dat het opvangcentrum in kwestie -in de door hen gekozen bewoordingen- zal leiden tot “een totale transformatie (lees: degradatie) van de leefomgeving”, niet wordt bijgetreden. VII-40.658-9/10 11. Om voormelde redenen wordt, rekening houdend met de aanspraken van de verzoekers en de concrete gegevens van de zaak, besloten dat de spoedeisendheid van de zaak niet wordt aangetoond. 12. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.658-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.151 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.947 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.185 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div