← België

Arrest 247167 - Dierenwelzijn - 27/02/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.167 Rolnummer: A. 230229/VII-40770 Zaak: Arrest 247167 - Dierenwelzijn - 27/02/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-03 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-26 03:04 Fiche Arrest nr 247.167 van 27 februari 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.167 van 27 februari 2020 in de zaak A. 230.229/VII-40.770 In zake:

  1. XXXX
  2. XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander Meuwissen kantoor houdend te 3000 Leuven Parijsstraat 62, bus 0002 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Rikkert De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 17 februari 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “de bestemming met dossiernummer G-19-4513/A op 18/12/2019 genomen door Saartje BENOOT, vervangend Afdelingshoofd van de Afdeling strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van het Vlaams Gewest, Departement Omgeving, woonst verkiezend Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 BRUSSEL en handelend krachtens de bevoegdheid verleend bij wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.770-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 februari
  5. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alexander Meuwissen, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Valérie De Schepper, die loco advocaten Jean-François De Bock en Rikkert De Schepper verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. III. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. Er kan geen rekening worden gehouden met wat over de spoedeisendheid eventueel in latere stukken of op de terechtzitting nog wordt aangevoerd. De verwerende partij kan immers daarop niet meer schriftelijk reageren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen VII-40.770-2/4 in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is. IV. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  8. De bestreden beslissing werd genomen op 18 december 2019, en aangetekend verzonden naar eerste verzoeker op dezelfde dag. De vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid werd ingediend op 17 februari
  9. De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij(en) aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laatste impliceert dat de verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen. Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing wordt mede afgemeten naar de haast die een verzoekende partij zelf betoont bij het instellen van haar vordering. De noodzaak om na de kennisname van de griefhoudende beslissing met passende voortvarendheid de vordering bij de Raad van State in te leiden is immers inherent aan het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Van verzoeker -die VII-40.770-3/4 zijn belangen door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing immers dermate nadelig aangetast weet dat hij de afwikkeling van de procedure ten gronde en zelfs de gewone schorsing niet kan afwachten- wordt gevergd dat hij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. De verzoekende partijen geven geen reden aan waarom zij haast twee maanden hebben gewacht vooraleer hun vordering in te stellen. Dit duidelijk gebrek aan diligent optreden verdraagt zich niet met de vereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt de vordering.
  11. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig februari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.770-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.167 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.157 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.