← België

Arrest 247198 - Varia (onderwijs en cultuur) - 03/03/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.198 Rolnummer: A. 220900/IX-8980 Zaak: Arrest 247198 - Varia (onderwijs en cultuur) - 03/03/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-06 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 03:07 Fiche Arrest nr 247.198 van 3 maart 2020 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 247.198 van 3 maart 2020 in de zaak A. 220.900/IX-8980 In zake: Pietro Alessandro ZIRI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Augustin Daoût kantoor houdend te 1050 Elsene Stassartstraat 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het EUROPACOLLEGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sabien Lust kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 6 december 2016, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van de directeur van de academische dienst van het Europacollege van 9 juni 2016, waarbij aan Pietro Ziri wordt meegedeeld dat zijn beroep van 15 januari 2016 niet ontvankelijk is. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. IX-8980-1/10 De verzoekende partij heeft om de voortzetting van de procedu- re verzocht en de verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 februari
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Nelson Briou, die loco advocaat Augustin Daoût ver- schijnt voor de verzoekende partij en advocaat Sabien Lust, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is tijdens het academiejaar 2014-15 ingeschreven in het Europacollege te Brugge voor de Master of European Law. 3.
  6. Tijdens het examen Droit de la concurrence, secteur public dat verzoeker aflegt op 26 september 2015 stelt de toezichthouder vast dat op de bril- lendoos van verzoeker tekst is geschreven. De toezichthouder neemt deze brillen- doos in beslag en geeft ze op het einde van het examen terug aan verzoeker. Op 5 november 2015 beslist de academische raad om verzoeker een quotering 0/20 voor het betrokken vak te geven. Omdat verzoeker de voorbe- IX-8980-2/10 dachte poging tot spieken tijdens een skype gesprek gedeeltelijk heeft toegegeven en omdat hij spijt betoont, beslist de academische raad om verzoeker niet de eveneens mogelijke uitsluiting uit het Europacollege op te leggen. Dezelfde dag ontvangt verzoeker een puntenoverzicht (trans- cript of records) waarop, zonder nadere motivering, de nulscore staat. Op 17 november 2015 laat verzoeker onder meer aan de rector van het Europacollege weten het toegekende examencijfer te betwisten en ver- zoekt hij om hem alle documenten te bezorgen waarop de beslissing van 5 no- vember 2015 steunt, inzonderheid de bewijzen van de vermeende poging tot spieken. De rector van het Europacollege bezorgt op 25 november 2015 de gemotiveerde beslissing van de academische raad van 5 november 2015 aan (de raadslieden van) verzoeker. 3.
  7. Op 21 december 2015 stelt verzoeker een beroep in tegen de beslissing van de academische raad. Met een aangetekende brief van 19 januari 2016 laat het Euro- pacollege aan verzoeker weten dat de rector het beroep van verzoeker beschouwt als een willig beroep en wordt verzoeker gewezen op artikel 29 van het studiere- glement, wat de tuchtsanctie zelf betreft. Tevens wordt gewezen op de artike- len 24 tot 26 van het studiereglement met betrekking tot de betwisting van exa- mencijfers en evaluatiebeslissingen. 3.
  8. Ondertussen evenwel heeft verzoeker op 15 januari 2016 op- nieuw een beroep ingesteld, “au sens de l‟article 26 du règlement d‟études” (in de zin van artikel 26 van het studiereglement) tegen de beslissing van de academi- sche raad van 5 november 2015, waarbij hem de quotering 0 wordt toegekend voor het bedoelde examen. IX-8980-3/10 Op 26 februari 2016 stelt verzoeker het Europacollege in ge- breke een beslissing te nemen met betrekking tot het beroep dat hij heeft inge- steld op 15 januari
  9. 3.
  10. De directeur van de academische dienst laat in een schrijven van 9 juni 2016 aan verzoeker weten dat zijn beroep van 15 januari 2016 niet ontvankelijk is: “Ik verwijs naar uw beroep van 15 januari
  11. Dit beroep is niet ontvankelijk. Om te beginnen heeft u niet de procedure gevolgd zoals beschreven in ar- tikel 25 van het Studiereglement van het Europacollege. Dit artikel voor- ziet in de mogelijkheid om aan de assistent van de betrokken cursus uitleg te vragen over een behaald cijfer. Indien de student zich ernstige vragen blijft stellen over de redenen van het behaalde resultaat, mag hij een schriftelijk verzoek indienen om bijkomende uitleg te krijgen van de pro- fessor in de vorm van een met redenen omkleed antwoord. Dit verzoek om toelichting kan ertoe leiden dat de professor van mening is dat hij een duidelijke beoordelingsfout heeft gemaakt. In dergelijk geval wordt aan de directeur Studies gevraagd om het cijfer te wijzigen; deze directeur brengt op zijn beurt de academische raad op de hoogte. Het komt de aca- demische raad toe te beslissen om het cijfer al dan niet te wijzigen. Het verhaal zoals bedoeld in artikel 26 van het Studiereglement kan enkel worden ingesteld wanneer de procedure die in artikel 25 wordt beschreven eerst is uitgeput, wat duidelijk niet het geval is. Bovendien is het verhaal onontvankelijk wat betreft zijn voorwerp. Het heeft immers geen betrekking op het resultaat dat u behaalde voor het ei- genlijke examen, maar wel op de sanctie van de academische raad die u het cijfer „0‟ toekende voor het betrokken examen als gevolg van uw po- ging om bedrog te plegen (cf. artikel 29 van het Studiereglement). Wij zijn niet bevoegd om uitspraak te doen over het beroep tegen een dergelij- ke beslissing.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  12. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat, voor zover al tegen de beslissing van de academische raad van 5 november 2015 een intern beroep mogelijk is, het blijkens artikel 26 van het studiereglement ten laatste op 15 januari 2016 diende te zijn ingesteld. Volgens de verwerende partij IX-8980-4/10 blijkt uit niets dat het beroep, weliswaar 15 januari 2016 gedateerd, ook effectief is ingesteld op die datum. Er ligt alvast noch een bewijs van aangetekende zen- ding op die datum noch enig ander bewijs voor waaruit blijkt dat het beroep tijdig is ingediend. Bij gebrek aan tijdig ingesteld intern beroep kan de Raad van State niet anders dan het voorliggende annulatieberoep onontvankelijk te verklaren. Beoordeling
  13. Verzoeker heeft samen met de memorie van wederantwoord het ontbrekende bewijs voorgelegd. De exceptie mist feitelijke grondslag, wat de verwerende partij in haar laatste memorie overigens ook niet meer tegenspreekt. Die vaststelling volstaat reeds om de exceptie terzijde te laten. V. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel
  14. Het enige middel luidt “schending van artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshande- lingen, de artikelen 25 en 26 van het Schoolreglement van het Europacollege, van het beginsel van behoorlijk bestuur, van het beginsel ‘patere legem quam ipse fecisti’, het beginsel van het gewettigd vertrouwen, het beginsel van de interne motivering, de zorgvuldigheidsplicht, de dwaling, de kennelijke beoordelingsfout en bevoegdheidsoverschrijding”. Met betrekking tot het eerste motief tot afwijzing van het be- roep, namelijk dat artikel 25 van het studiereglement niet nageleefd is, voert ver- zoeker aan dat de uitdrukkelijke motivering ernstig ontoereikend lijkt, aangezien ze hem niet toelaat op concrete wijze te begrijpen in welke mate hij de procedure bedoeld in artikel 25 niet zou hebben nageleefd. IX-8980-5/10 Volgens verzoeker vergist het Europacollege zich, dat de pro- cedure in artikel 25 van het studiereglement een voorafgaande verplichting vormt voor het instellen van de interne beroepsprocedure bedoeld in artikel 26 van het studiereglement. Het studiereglement stelt dit nergens uitdrukkelijk. Wat het tweede motief betreft, dat de opleidingsdirecteur niet bevoegd zou zijn om kennis te nemen van een betwisting omtrent een examen- punt dat verlaagd werd naar 0/20 wegens een poging tot spieken, voert verzoeker aan dat uit de lezing van het studiereglement blijkt dat zelfs in het geval van een verlaagd punt wegens een poging tot spieken, de interne beroepsprocedure van artikel 26 van het studiereglement toepasselijk is. De 0/20 is immers een exa- menpunt. In zijn brief van 19 januari 2016 verwijst het Europacollege uitdrukke- lijk “wat het examencijfer zelf en de diplomabeslissing betreft”, “naar de proce- dure voorzien in de artikelen 24-26 van het Reglement des Etudes” zodat het Eu- ropacollege zichzelf tegenspreekt. Volgens verzoeker dient hoe dan ook vastgesteld te worden dat het Europacollege vrijwillig een situatie van rechtsonzekerheid heeft geschapen. Hij heeft schijn en legitieme verwachting geschapen dat het beroep dat verzoeker op 15 januari 2016 ingesteld heeft, het correcte beroep was. Immers op 15 januari 2016 was verzoeker nog binnen de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State tegen de beslissing van november 2015 maar verzoeker heeft dit nagelaten gelet op de bewoordingen van het Europacollege in de beslissing van 19 januari
  15. Verzoeker voegt in zijn memorie van wederantwoord hieraan toe dat de motivering van de bestreden beslissing tegenstrijdig is. Er kan volgens hem niet worden gesteld in een beslissing op beroep dat deze onontvankelijk is, enerzijds omdat de interne beroepsprocedure niet werd nageleefd in concreto, anderzijds om reden dat het cijfer een disciplinaire sanctie is en dan de toepassing van het intern beroep verhindert. IX-8980-6/10 Hij merkt ook op: “Op geen enkel moment heeft de persoon die belast was met het verhoor verzoeker geïnformeerd dat een disciplinaire procedure in gang was ge- steld en dat de Academische Raad de mogelijkheid had een sanctie con- form artikel 29 van het Schoolreglement uit te spreken. Het Europacollege, in schending van de algemene beginselen van de rech- ten van verdediging, heeft nagelaten een proces-verbaal van het verhoor neer te leggen, en kan zodoende het tegendeel niet bewijzen.” Beoordeling
  16. Voor zover verzoeker in de memorie van wederantwoord de rechten van verdediging geschonden noemt omdat hem onvoldoende informatie is meegedeeld over het verloop van de tuchtprocedure, kan er geen rekening mee worden gehouden. Verzoeker had dit reeds kunnen aanvoeren in zijn verzoek- schrift, zodat deze grieven niet ontvankelijk zijn.
  17. De academische raad heeft verzoeker op 5 november 2015 een examentuchtbeslissing opgelegd (Sanction), namelijk de nulquotering voor het examen in kwestie (to impose a mark of zero on the exam performance), wegens een voorbedachte poging tot spieken (premeditated attempt at cheating). De be- slissing verwijst naar artikel 29 van het studiereglement, dat ook wordt geciteerd. Die gemotiveerde beslissing is op 25 november 2015 aan de raadslieden van verzoeker meegedeeld.
  18. Artikel 29 van het studiereglement bepaalt (vrij vertaald): “Elk gedrag dat ingaat tegen deze regels, of andere meer specifieke regels ingesteld door de studiedepartementen, kan worden gesanctioneerd door de Academische Raad. Elk bedrog of elke poging tot bedrog naar aanlei- ding van een examen kan leiden tot het toekennen van het examencijfer 0 voor dit examen, nadat de student werd gehoord. Bovendien kan de Aca- demische Raad in voorkomend geval en nadat de student werd gehoord, beslissen om de student uit te sluiten uit het college.” IX-8980-7/10
  19. Uit wat voorafgaat volgt dat de toegekende score een examen- tuchtbeslissing is, opgelegd door de academische raad, wegens poging tot bedrog. Het is geen beslissing van een met die opdracht belast lid van het onderwijzend personeel, tot evaluatie van een geleverde leerprestatie. Dat in de brief van 19 januari 2016 van het Europacollege naast de procedure te volgen ingeval van een examentuchtbeslissing eveneens wordt verwezen naar de te vol- gen procedure ingeval van betwisting van een examenpunt en diplomabetwisting en hiermee de verschillende procedures worden uiteengezet, doet hieraan geen afbreuk.
  20. Het studiereglement voorziet niet in een georganiseerd admini- stratief beroep tegen examentuchtbeslissingen. In die mate is het middel, dat van het tegendeel uitgaat, onge- grond.
  21. Dit tweede motief volstaat ook om het beroep van verzoeker te verwerpen. Het eerste motief is overtollig. De wettigheidskritiek van ver- zoeker, zelfs al ware ze gegrond, kan bijgevolg de nietigverklaring niet verant- woorden.
  22. Wat betreft de eventuele schending van het rechtszekerheids- beginsel, kan worden herhaald dat de verwerende partij in de brief van 19 januari 2016 een opsomming geeft van de beroepsmogelijkheden, zonder dat hierbij is vooruitgelopen op de te volgen procedure. De Raad van State valt bij wat de verwerende partij hierover opmerkt in de memorie van antwoord: IX-8980-8/10 “Verwerende partij heeft in haar schrijven d.d. 19 januari 2016 – dat ove- rigens geen reactie was op het beroep d.d. 15 januari 2016 dat verwerende partij immers pas op 2 maart 2016 heeft ontvangen, en dan ook onmoge- lijk kon doen uitschijnen dat de correcte procedure werd gevolgd – enkel laten weten wat de beroepsmogelijkheden zijn, en daarbij een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het geval waarin verzoeker van mening zou zijn dat hij onterecht een examentuchtbeslissing heeft gekregen, of het geval waarin verzoeker van mening zou zijn dat hij een onjuist examencij- fer heeft gekregen, zonder daarbij te anticiperen op de vraag welke proce- dure in het voorliggende geval van toepassing is. Wat de examen- tuchtsanctie betreft heeft verwerende partij duidelijk gemaakt dat gebruik kan worden gemaakt van „de gebruikelijke rechtsmiddelen die tegen der- gelijke examentuchtbeslissingen open staan‟. Wat de examencijfers en de- liberatiebeslissingen zelf betreft, heeft verwerende partij verwezen naar de artikelen 24-26 van het studiereglement, en naar de navolgende beroeps- mogelijkheid bij de Raad van State. Meer kan in de brief van verwerende partij niet worden gelezen.” Een schending van het rechtszekerheidsbeginsel of van het ver- trouwensbeginsel wordt niet aannemelijk gemaakt.
  23. Voor zover verzoeker in het middel nog andere beginselen vermeldt, de dwaling of de kennelijke beoordelingsfout, heeft hij in de toelichting bij het middel hieraan geen invulling gegeven die een bijkomend antwoord ver- eist.
  24. Wat voorafgaat leidt tot de verwerping van het middel. BESLISSING
  25. De Raad van State verwerpt het beroep.
  26. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple- gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-8980-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie maart tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-8980-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.198 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.