id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.224 Rolnummer: A. 222532/VII-40031 Zaak: Arrest 247224 - Natuurbehoud - Vergunningen - 05/03/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-13 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-26 03:08 Fiche Arrest nr 247.224 van 5 maart 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.224 van 5 maart 2020 in de zaak A. 222.532/VII-40.031 In zake:
- Frans BOSTOEN
- Marie-Ange DOSSCHE
- Danielle BOSTOEN
- Stephan BOSTOEN
- Patrick BOSTOEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bergé kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 juni 2017, strekt tot de nietigverklaring van de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 maart 2017 ‘houdende voorlopige vaststelling van de ontwerpkaart met meest kwetsbare waardevolle bossen als vermeld in artikel 90ter van het Bosdecreet van 13 juni 1990, tot vaststelling van nadere regels voor de technische invulling van de criteria en de multicriteria-analyse en tot vaststelling van nadere regels voor de organisatie van het openbaar onderzoek’. VII-40.031-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 6 december
- Op 5 februari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft VII-40.031-2/4 bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
- In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld om de bestreden beslissing te vernietigen wegens de schending van het rechtszekerheidsbeginsel. Artikel 1 van het bestreden besluit laat de rechtzoekende immers niet toe met voldoende zekerheid en precisie te bepalen op welke wijze het bestuur de regeling zal toepassen en in het bijzonder hoe de ondergrens zal worden vastgelegd vanaf wanneer sprake is van een meest kwetsbaar waardevol bos (eerste onderdeel van het eerste middel). Bovendien wordt in het verslag van de auditeur vastgesteld dat artikel 2 van het bestreden besluit geen rechtsgrond kan vinden in de algemene uitvoeringsbevoegdheid waarover de Vlaamse regering beschikt op grond van artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 ‘tot hervorming der instellingen’ (tweede onderdeel van het tweede middel).
- De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Klaarblijkelijk kan zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
- De Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het eerste en het tweede middel zijn in de in het auditoraatsverslag aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 maart 2017 ‘houdende voorlopige vaststelling van de ontwerpkaart met meest kwetsbare waardevolle bossen als vermeld in artikel 90ter van het Bosdecreet van 13 juni 1990, tot vaststelling van nadere regels voor de technische invulling van de criteria en de multicriteria-analyse VII-40.031-3/4 en tot vaststelling van nadere regels voor de organisatie van het openbaar onderzoek’.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1.000 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf maart tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Peter Sourbron VII-40.031-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.224 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div