← België

Arrest 247293 - Varia (vreemdelingen) - 12/03/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.293 Rolnummer: A. 229588/VII-40689 Zaak: Arrest 247293 - Varia (vreemdelingen) - 12/03/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-16 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-26 03:11 Fiche Arrest nr 247.293 van 12 maart 2020 Vreemdelingen - Varia (vreemdelingen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.293 van 12 maart 2020 in de zaak A. 229.588/VII-40.689 In zake: Greta SMET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Deceuninck kantoor houdend te 9120 Beveren Kloosterstraat 87, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE OPVANG VAN ASIELZOEKERS (FEDASIL) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Detheux kantoor houdend te 1060 Brussel Amazonestraat 37 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 19 november 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (hierna: FEDASIL) om, zoals blijkt uit een rondschrijven van de gemeente Beveren van 20 september 2019, “een bijkomend opvangcentrum te openen voor asielzoekers in het centrum van de gemeente Beveren en om daarvoor meer bepaald het gebouw van de voormalige belastingsdiensten aan het Stationsplein 3, 9120 Beveren, ter beschikking te stellen van het ‘Rode Kruis Vlaanderen’”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.689-1/9 Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari 2020. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Luc Deceuninck, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Shaheda Ishaque, die loco advocaat Alain Detheux verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 20 september 2019 maakt de gemeente Beveren het volgende bekend: “RODE KRUIS Opvangcentrum in voormalig gebouw belastingsdienst Geachte mevrouw, geachte heer Fedasil is op zoek naar nieuwe opvangplaatsen voor asielzoekers. Zo werden al heel wat bijkomende opvangcentra geopend (Lommel, Mechelen, Zaventem, Deuren, Couvin en Moeskroen) en opent op 23 september een extra opvangcentrum in Leopoldsburg. Tegelijkertijd werd de opvangcapaciteit van bepaalde centra verhoogd. Ondanks deze maatregelen blijft er een grote vraag naar opvangcapaciteit. Binnen die context heeft Fedasil beslist om ook in Beveren 120 plaatsen te creëren. Rode Kruis Vlaanderen krijgt hiervoor het gebouw van de voormalige belastingsdienst aan het Stationsplein ter beschikking. Op korte termijn starten daar verbouwingswerken om van dit voormalige kantoorgebouw een opvangcentrum te maken. De opstartdatum van het centrum is uiteraard afhankelijk van de vordering van de werken en kunnen wij u daardoor nu nog VII-40.689-2/9 niet meedelen. Voor de opening worden alle buurtbewoners nog uitgenodigd op een opendeur. U wordt hiervan apart verwittigd. Binnen het centrum zal het Rode Kruis een contactpersoon aanduiden die voor het eerste aanspreekpunt zal zijn. Heeft u nu al vragen en/of opmerkingen, dan kunt u contact opnemen via integratie.ocbeveren@rodekruis.be. Wilt u of uw vereniging zich inzetten als vrijwilliger, dan mag u dit mailadres ook gebruiken om u kandidaat te stellen. Ondertussen werd een eerste overleg georganiseerd tussen het Rode Kruis, de politie en de gemeente Beveren, waar duidelijke afspraken gemaakt werden. Zo zal het Rode Kruis de bewoners van het centrum intensief begeleiden, zal de politie extra toezicht houden en zal de gemeente Beveren een meldpunt voor het rapporteren van eventuele overlast opstarten. Dit centrum zal, net als alle andere Fedasilcentra, een open centrum zijn. Dit betekent dat bewoners er in en uit kunnen lopen tussen 6 uur ’s morgens en middernacht. Van middernacht tot 6 uur is het centrum gesloten. Het Rode Kruis vraagt van de bewoners van het opvangcentrum een duidelijk engagement: zo worden zij mee ingeschakeld om het centrum te onderhouden en er is ook een huishoudelijk reglement dat de regels van het samenleven in het centrum, maar ook met de gemeenschap buiten het centrum, vastlegt. Omdat we begrijpen dat de komst van het opvangcentrum heel wat vragen bij u oproept, houden we er aan om u via de gemeentelijke communicatiekanalen, (bewonersbrieven, beveren.be, …) op de hoogte houden.” De beslissing van FEDASIL om in Beveren een open opvangcentrum voor 120 asielzoekers te openen en de exploitatie ervan toe te vertrouwen aan het Rode Kruis Vlaanderen, wordt door verzoekster bestreden. IV. Ontvankelijkheid van de vordering 4. De verwerende partij betwist het belang van verzoekster. 5. Er bestaat geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn. Hierna zal blijken dat dit niet het geval is. VII-40.689-3/9 V. Onderzoek van de vordering 6. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van het besluit prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoekster 7. In haar verzoekschrift geeft verzoekster de volgende uiteenzetting omtrent de spoedeisendheid van de zaak: “[…] Vooreerst is er de duurtijd/doorlooptijd van een procedure tot nietigverklaring. Rekening houdende met de gebruikelijke doorlooptijd van een procedure nietigverklaring bij de Raad van State (wanneer er geen schorsingsarrest

  1. is)is het onmogelijk om in casu te verhinderen dat het gebouw voor een lange termijn als asielcentrum wordt aangewend in de voor alle betrokkenen onmenswaardige omstandigheden die hierboven beschreven worden. De komst van de asielzoekers werd aangekondigd tegen het einde van december 2019. Als de bestreden beslissing niet geschorst wordt in afwachting van de nietigverklaring, zal er aldus voor een lange periode vanaf eind december 2019 een onleefbare situatie ontstaan voor verzoekster, op de wijze zoals ook reeds hierboven geschetst in het feitenrelaas en bij het belang en alhier als herhaald en herschreven te aanzien. Een dergelijke langdurige onleefbare situatie gedurende een dergelijke lange periode tot aan het arrest ten gronde dient voorkomen door de schorsing van de bestreden beslissing. Hierboven werd in de eerste plaats aangetoond dat de veiligheid in het gedrang komt, niet alleen in, maar ook in de buurt van het voorgenomen asielcentrum, wegens de talrijke incidenten die de komst van een asielcentrum altijd met zich meebrengt (zoals o.a. uit de hierboven aangehaalde beleidsnota asiel en migratie en de geciteerde persartikels bij de stukken in bijlage blijkt), en dit zeker ter plaatse, wanneer men 120 (volgens De Morgen 150) asielzoekers wil onderbrengen in een gewezen kantoorgebouw, niet geschikt voor bewoning, zonder (verplichte) omgevingsvergunning, rechtover het station (waar slechts een paar uur per dag nog personeel is), naast een postgebouw met geldautomaat en pas VII-40.689-4/9 geïnstalleerde pakjesautomaat, vlakbij het dagcentrum voor verslaafden van het APZ Sint-Lucia, met achteraan het belastinggebouw twee leegstaande woningen die kunnen gekraakt worden, met twee scholen in de nabijheid enz. en dat terwijl de plaatselijke politiezone (minstens) 10% onderbemand is en er in de gemeente zo al bvb. in en rondom het gemeentelijk zwembad incidenten zijn met rondtrekkende groepen allochtonen uit Antwerpen. Dit alles terwijl de oplossing voor de hand ligt om de asielzoekers terug te vestigen in Fort Sint-Marie in Kallo-Zwijndrecht. (Het recht
  2. op)veiligheid van verzoekster en haar gezin komt op die manier ten zeerste in het gedrang en duldt geen uitstel, ook niet tot aan het arrest ten gronde. Daarnaast is er de privacy van verzoekster en haar gezin die aangetast wordt door de inkijk in haar tuin en in haar woning, zoals uit de voorgelegde foto’s blijkt, zoals hierboven uiteengezet. Er zijn ook geen, minstens geen afdoende maatregelen genomen om overdreven lawaaihinder (ook ‘avonds laat en ‘s nachts) te vermijden van 120 mensen op één adres rechtover haar deur, laat staan ergere zaken (zoals inklimming, diefstal, geweld, enz.). Ook het waarborgen van deze rechten verantwoordt geen verder uitstel tot aan het arrest ten gronde. In haar eigen informatiebrochure aan de gemeentebesturen […] stelt FEDASIL, dat er vooraf een afsprakenkader dient te worden gecreëerd: ‘Er dient een afsprakenkader te worden ondertekend tussen de korpschef van de lokale politie en de verantwoordelijke van elke opvangstructuur op het grondgebied van de gemeente. Het bepaalt de voorwaarden voor de uitoefening van de functie van de politie om de opvang sereen en veilig te laten verlopen voor de asielzoekers en alle buurtbewoners. (…) Verantwoordelijk voor de uitvoering zijn enerzijds, de centrumdirecteur en, anderzijds, de korpschef van de politiezone van het grondgebied waarop de opvangstructuur zich situeert. Bovendien worden één of meerdere contactpersonen aangeduid door elke partij om toe te zien op de goede uitvoering van het afsprakenkader. Als contactpersonen behandelen ze ook de vragen en verspreiden ze informatie binnen en buiten hun eigen organisatie. (…) Het afsprakenkader legt de modaliteiten uit voor de uitwisseling van informatie tussen de politie en de opvangstructuur (meer bepaald over de identiteit van de bewoners en bezoekers), de toegang en de interventie van de politie in de gebouwen van de opvangstructuur, het dragen van identiteitsdocumenten door de bewoners van de opvangstructuur of het organiseren van regelmatig overleg tussen de politie en de opvangstructuur. In casu is er echter blijkens navraag bij de politie geen afsprakenkader gecreëerd en voor zover zou blijken dat dit kader alsnog zou gecreëerd worden, zal het niet kunnen volstaan om de veiligheid te waarborgen, rekening houdende met de onderbezetting bij het personeel van de politiezone. […] Bij dit alles dient ook nogmaals gewezen op de talrijke incidenten in asielcentra in het algemeen, en de moeilijkheden die er nu reeds in Beveren zijn. Verzoekster verwijst nogmaals naar het feitenrelaas hierboven, dat hier eveneens als herhaald en herschreven dient beschouwd en in het bijzonder VII-40.689-5/9 naar de algemene beleidsnota asiel en migratie d.d. 26/10/2018 […]: ‘Een sereen en veilig klimaat creëren in en rond de opvangstructuren is en blijft tot slot een absolute prioriteit. Voor gans 2017 noteerde FEDASIL 625 incidenten in de centra. Voor 2018 komt het aantal op 457 t/m augustus 2018’ en naar de overige stukken in bijlage waarnaar verzoekster ook in haar feitenrelaas verwees. […] Het hoeft geen verder betoog dat de komst van het asielcentrum letterlijk aan de achterdeur van verzoekster in de geschetste omstandigheden de veiligheid, de huisvesting, het leefmilieu van verzoekster als naaste buur volkomen aantast en dat deze situatie niet kan geduld worden tot de volledige procedure ten gronde doorlopen is. […] In acht genomen alle hierboven beschreven omstandigheden zou de niet-schorsing van de bestreden beslissing, enkel wegens beweerde niet-dringendheid, overigens een schending van art. 13 EVRM uitmaken”. Beoordeling 8. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een -voortdurende- tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. VII-40.689-6/9 9. De uiteenzetting van verzoekster komt er in wezen op neer dat de tijdelijke aanwezigheid van een opvangcentrum voor asielzoekers in haar directe leefomgeving diverse ongemakken meebrengt die globaal genomen leiden tot een “onleefbare situatie”, waaraan een gebeurlijk later tussen te komen vernietigingsarrest niet kan remediëren. Hoewel zij met de vereiste diligentie is opgekomen tegen een “administratieve rechtshandeling” die effectief binnen een zeer korte termijn ten uitvoer kan worden gelegd, mist de in het verzoekschrift gegeven uiteenzetting echter aan overtuigingskracht. In zoverre verzoekster meent dat de veiligheid in het opvangcentrum en in de onmiddellijke omgeving ervan niet kan worden gewaarborgd, wordt vooreerst opgemerkt dat verzoekster persoonlijk geen nadeel lijdt door incidenten die zich gebeurlijk binnen het opvangcentrum zouden voordoen. De verwijzing naar het geregistreerde aantal incidenten in alle opvangcentra tijdens de jaren 2017 en 2018 (deels), zegt voorts niets over het aantal incidenten dat buiten die centra heeft plaatsvonden en waarvan omwonenden van die centra het slachtoffer waren. Ook maakt verzoekster niet aannemelijk dat het feit dat het opvangcentrum zal worden ondergebracht in een “gewezen kantoorgebouw, niet geschikt voor bewoning” een bijzondere factor vormt voor de toename van de onveiligheid, te meer omdat eerst verbouwingswerken zullen worden uitgevoerd om het gebouw geschikt te maken als opvangcentrum. Met de beschrijving van de ligging van het gebouw aan het station, naast een postgebouw “met geldautomaat”, vlakbij het “dagcentrum voor verslaafden van het APZ Sint-Lucia”, in de omgeving van twee scholen en twee leegstaande woningen “die kunnen gekraakt worden”, maakt verzoekster niet aannemelijk dat de geschetste omgevingsfactoren een criminogene werking hebben op asielzoekers. Haar eenzijdige bewering dat de lokale politie wegens onderbemanning het (te maken) afsprakenkader met de opvangstructuur hoe dan ook niet zal kunnen nakomen, wordt op geen enkele manier concreet gestaafd. Tot slot ziet de Raad van State het verband niet tussen de veiligheidsrisico’s die specifiek gerelateerd zouden zijn aan het open houden van een opvangcentrum voor asielzoekers en het gegeven dat de gemeente reeds geteisterd zou worden door “rondtrekkende groepen allochtonen uit Antwerpen”. VII-40.689-7/9 Wat betreft de door verzoekster aangevoerde aantasting van haar privacy door inkijk in de woning en tuin, geldt de vaststelling dat de bestreden beslissing betrekking heeft op een reeds bestaand gebouw dat bovendien nog zal worden verbouwd en ingericht om te dienen als open opvangstructuur. Dezelfde vaststellingen gelden met betrekking tot de beweerde overdreven geluidshinder. Bovendien verliest verzoekster in dit verband uit het oog dat het opvangcentrum gesloten zal zijn van middernacht tot 6.00u. Aan het recht op een daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie, zoals bedoeld door artikel 13 van het Europees Verdrag over de rechten van de mens, wordt op het eerste gezicht geen afbreuk gedaan doordat de nationale rechter de spoedeisende behandeling van de voor hem gebrachte zaak bij gemotiveerde rechterlijke beslissing afwijst wegens het ontbreken van de naar nationaal recht daartoe gestelde wettelijke voorwaarden. 10. Om voormelde redenen wordt, na beoordeling van de aanspraken van verzoekster in het licht van de concrete feitelijke omstandigheden ter plaatse, besloten dat de spoedeisendheid van de zaak niet wordt aangetoond. 11. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-40.689-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf maart tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.689-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.293 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.