← België

Arrest 247299 - Milieuvergunningen - 12/03/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.299 Rolnummer: A. 228826/VII-40609 Zaak: Arrest 247299 - Milieuvergunningen - 12/03/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-16 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-26 03:11 Fiche Arrest nr 247.299 van 12 maart 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.299 van 12 maart 2020 in de zaak A. 228.826/VII-40.609 In zake: Anne WEERTS-SMITSHUYSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN LIMBURG Tussenkomende partij: Philippe L’HOMME bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Nick Parthoens kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 14 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 18 juli 2019, waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Voeren van 28 februari 2018, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan Philippe L’Homme voor het exploiteren van een opslag- en verkoopplaats voor graanproducten, kunstmest, strooizout en dergelijke aan Molen 10 te Voeren, gedeeltelijk wordt ingewilligd en waarbij de beroepen beslissing met wijzigingen wordt bevestigd. VII-40.609-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 246.290 van 5 december 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op respectievelijk 13 december en 21 december 2019 aan de verwerende en de tussenkomende partij ter kennis gebracht. Op 5 februari en 14 februari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, wordt in een versnelde rechtspleging voorzien indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt. Bij arrest nr. 246.290 van 5 december 2019 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen. VII-40.609-2/4 Noch de verwerende, noch de tussenkomende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft de partijen meegedeeld, met toepassing van artikel 11/2, van het genoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948, dat de kamer uitspraak zal doen over de vernietiging van de geschorste handeling, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is geen reden om de zaak thans anders te beoordelen dan in voornoemd arrest. Er bestaat aanleiding om de bestreden beslissing te vernietigen. BESLISSING
  5. De Raad van State vernietigt het besluit van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 18 juli 2019, waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Voeren van 28 februari 2018, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan Philippe L’Homme voor het exploiteren van een opslag- en verkoopplaats voor graanproducten, kunstmest, strooizout en dergelijke aan Molen 10 te Voeren, gedeeltelijk wordt ingewilligd en waarbij de beroepen beslissing met wijzigingen wordt bevestigd.
  6. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoekster. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-40.609-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf maart tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.609-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.299 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.290 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.