id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.306 Rolnummer: A. 229446/IX-9642 Zaak: Arrest 247306 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 13/03/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-13 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-26 03:13 Fiche Arrest nr 247.306 van 13 maart 2020 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 247.306 van 13 maart 2020 in de zaak A. 229.446/IX-9642 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Evelyne Maes en Sander Meert kantoor houdend te 3000 Leuven Arnould Nobelstraat 40/0102 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW CENTRUM ISLAMONDERWIJS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Nicolas Goethals kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 oktober 2019, strekt tot de schor- sing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de vzw Centrum Islamon- derwijs van 30 augustus 2019 tot “intrekking van de TADD-voordracht van XXXX als leermeerster islam” in scholengroep 19 en in scholengroep Brussel van het Gemeenschapsonderwijs. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. IX-9642-1/10 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 maart
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaten Valérie De Schepper, loco advocaat Evelyne Maes, en Sander Meert, die verschijnen voor de verzoekende partij en advocaat Nicolas Goethals, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is leermeester godsdienst in het basisonderwijs in scholengroep 19 en in scholengroep Brussel van het Gemeenschapsonderwijs. Hij dient een aanvraag in om bij deze scholengroepen een tijde- lijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) te verwerven voor het schooljaar 2019-
- 3.
- Op 3 september 2019 deelt de algemeen directeur van scholen- groep Brussel aan verzoeker mee wat volgt: “Door de Scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs werd een ge- zamenlijke oproep gedaan enerzijds tot de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in een statutair wervingsambt en anderzijds tot de kandidaten die een beroep wensen te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur voor het schooljaar 2019-
- IX-9642-2/10 Naar aanleiding van deze oproep diende u een aanvraag TADD in voor het ambt van Leermeester Islamitische godsdienst. Deze aanvraag werd op 27 juni 2019 goedgekeurd. Op 30 augustus 2019 werd ik door de voorzitter van het Centrum voor Is- lamonderwijs in kennis gesteld dat uw eerdere TADD-voordracht tijdelijk werd ingetrokken naar aanleiding van een aantal feiten die zich recent hebben voorgedaan. Bijgevolg kan u binnen scholengroep Brussel voor het ambt ‘Leermeester Islamitische godsdienst’ uw recht op een tijdelijke aanstelling van door- lopende duur in het basisonderwijs voorlopig niet laten gelden.” 3.
- De voorzitter van de vzw Centrum Islamonderwijs heeft op zijn beurt met gelijkluidende brieven aan de beide scholengroepen op 30 augustus 2019 het volgende meegedeeld: “Gezien de heer XXXX een toespraak gehouden heeft in een moskee die voor veel discussie gezorgd heeft en als een uiting van extremisme werd aanzien. Gezien de inspectie islam ook op een onrechtstreekse wijze in kennis werd gesteld van het feit dat de staatsveiligheid het verontrustend vindt dat de heer XXXX verder in het onderwijs actief zou blijven als leerkracht isla- mitische godsdienst. Gezien er zelfs geen twijfel mag bestaan in hoofde van een islamleerkracht omtrent het gematigd karakter van zijn denken en beleving van de islami- tische godsdienst. Gezien het ons om voormelde redenen gepast voorkomt om minstens tij- delijk een einde te stellen aan de functie van islamleerkracht van de heer XXXX totdat er meer duidelijkheid komt over zijn situatie. Met huidig schrijven zouden wij u bijgevolg graag in kennis willen stellen van de intrekking van onze eerdere TADD-voordracht voor de betrekking als leermeester islam in uw scholengemeenschap.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. IX-9642-3/10 V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting
- In het inleidend verzoekschrift argumenteert verzoeker dat de zaak spoedeisend is om de volgende redenen (voetnoten weggelaten): “
- Het eerste onherroepelijk schadelijke gevolg is vanzelfsprekend dat de heer XXXX in de onmogelijkheid wordt gesteld om zijn beroep als is- lamleerkracht verdesr te zetten. Een beroep dat hij sinds negen jaar met vol overgave en naar voldoening van eenieder heeft uitgeoefend. De heer XXXX lijdt schade omdat hij dit beroep niet kan uitoefenen. Ook de op- bouw van zijn rechten in het onderwijssysteem (van TADD naar vaste benoeming) wordt gefnuikt. Hierdoor moet hij zich heroriënteren naar andere beroepen, waarvoor hij op dit moment niet voldoende kwalificaties bezit. Zijn levensstandaard komt hierdoor wezenlijk in het gedrang.
- Daarnaast berokkent de bestreden beslissing voor de heer XXXX on- miskenbaar een morele schandvlek en imagoschade die ontoereikend kunnen worden geremedieerd en derhalve onherroepelijk dreigen te wor- den indien de heer XXXX zou moeten wachten op een uitspraak van de Raad van State over zijn beroep tot nietigverklaring. Alle verantwoorde- lijkheid voor de vrijdaglezing van 4 november 2016 wordt bij de heer XXXX gelegd. Hij wordt in De Standaard ‘de salafist van Leuven’ ge- noemd, terwijl hiervoor geen enkele aanwijzing bestaat. Zijn lessen tonen de gematigdheid van de heer XXXX aan. Nooit zal hij het salafisme prediken in de zin zoals het in de media en in het rapport ‘Salafisme in België: mechanismen en realiteit’ van de Staatsvei- ligheid wordt gebruikt (stuk 12): op geen enkel moment heeft de heer XXXX zich tegen de Belgische samenleving afgezet, nooit heeft hij een islamitische leer gehuldigd die vijandig staat tegenover een aantal westerse en democratische waarden, nooit heeft hij een voedingsbodem voor jiha- IX-9642-4/10 disme geboden, … Integendeel, de heer XXXX heeft zich steeds ingezet voor deradicalisering van jongeren. De bestreden beslissing vormt een morele schandvlek en imagoschade die onmetelijke gevolgen hebben: bij zijn collega’s, vrienden, zijn familiele- den, de vrienden van zijn kinderen, … Beide redenen zijn voldoende om de spoedeisendheid van de bestreden beslissing te verantwoorden. Zo oordeelde Uw Raad van State immers eerder: ‘De opgelegde tuchtstraf van het ontslag van ambtswege heeft voor verzoeker ingrijpende gevolgen op materieel-financieel vlak. Het kan bezwaarlijk worden betwist dat door de bestreden beslissing verzoekers levensstandaard wezenlijk in het gedrang kan komen. Bovenal berokkent de bestreden beslissing verzoeker onmiskenbaar een morele schandvlek en imagoschade die ontoereikend zouden kunnen worden geremedieerd en derhalve onherroepelijk dreigen te worden indien verzoeker zou moeten wachten op een uitspraak van de Raad van State over zijn beroep tot nietigverklaring. Het is immers aannemelijk dat het bestreden ontslag om tuchtredenen gesteund op feiten die rechtstreeks betrekking hebben op de uit- voering van een gerechtelijke opdracht, verzoekers beroepsge- schiedenis negatief kleurt en een ernstige schandvlek op hem legt, alsook dat de aldus door de tenuitvoerlegging van het ontslag om tuchtredenen veroorzaakte morele schade, onherroepelijk dreigt te worden indien verzoeker zou dienen te wachten op een uitspraak van de Raad van State over zijn beroep tot nietigverklaring. Deze vaststelling volstaat om te besluiten dat in dit geval aan de voor- waarde van de spoedeisendheid is voldaan.’”
- Op de terechtzitting argumenteert verzoeker voorts dat de schorsing van de bestreden beslissing ertoe kan leiden dat hij zijn functie als leermeester islam kan hernemen, daar de TADD-voordracht herleeft en de be- trokken schoolbesturen ertoe gebonden zijn om hem aan te stellen. Hij legt voorts stukken neer die zijn financieel nadeel ten ge- volge van de bestreden beslissing moeten aantonen. Hij verklaart dat hij zich be- roepsmatig heeft moeten heroriënteren naar andere beroepen, waarvoor hij op dit moment niet voldoende kwalificaties bezit. Uit deze stukken blijkt dat zijn in- komsten ernstig zijn verminderd, waardoor hij niet meer kan voldoen aan de be- talingsverplichtingen inzake verbintenissen die hij is aangegaan vóór de intrekking van de voordracht. Gelet op die betalingsverplichtingen kan hij de duur van de nietigverklaringsprocedure niet overbruggen. IX-9642-5/10 Beoordeling
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on- derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de be- streden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteen- gezet én gestaafd.
- Met de argumentatie die verzoeker voor het eerst tijdens de terechtzitting aanvoert, mag geen rekening worden gehouden – en dit des te minder met argumentatie die verzoeker reeds in zijn verzoekschrift had kunnen uiteen- zetten. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk antwoorden en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is. De vordering dient voorts vergezeld te zijn van alle stukken waarmee verzoeker de beweerde spoedeisendheid wil staven. Er mogen naderhand IX-9642-6/10 geen stukken meer worden aangevoerd die ook al bij de vordering tot schorsing konden zijn gevoegd. Er anders over oordelen gaat in tegen de elementaire pro- ceseconomie en laat zich niet verenigen met de rechten van de verdediging. Er mag aldus door de Raad van State enkel rekening gehouden worden met hetgeen verzoeker in zijn verzoekschrift over de spoedeisendheid uiteenzet én staaft. Overigens moet verzoeker zich er rekenschap van geven dat een vordering tot schorsing luidens artikel 17, § 1, tweede lid, RvS-Wet, mag worden ingesteld “op elk moment”, zodat er voor hem geen beletsel is om een nieuwe vordering tot schorsing in te dienen, mits hij daarbij wel rekening houdt met het- geen is bepaald in artikel 17, § 2, derde lid, RvS-Wet.
- De bewering dat verzoeker “in de onmogelijkheid wordt ge- steld” om zijn beroep uit te oefenen, is in zijn algemeenheid niet correct. De be- streden beslissing staat er niet aan in de weg dat verzoeker solliciteert bij andere schoolnetten of eventueel zelfs bij instellingen van andere scholengroepen in het Gemeenschapsonderwijs waar een tijdelijke aanstelling nog mogelijk is zonder TADD-statuut. Indien zou blijken dat de bestreden beslissing onregelmatig is en ze met terugwerkende kracht uit het rechtsverkeer zou verdwijnen, staat ze aan verzoekers tewerkstellingskansen niet meer in de weg en herleeft zelfs de vroegere, begunstigende beslissing van de verwerende partij. Verzoeker maakt niet aanne- melijk dat hij nooit meer aan de slag zal kunnen als islamleerkracht. Louter ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat de ver- werende partij een opening laat voor overleg en heroverweging, door te gewagen van een “minstens tijdelijk” einde stellen aan de opdracht “totdat er meer duide- lijkheid komt”. IX-9642-7/10
- Om te overtuigen dat de zaak voor hem spoedeisend is omdat hij zelfs niet tijdelijk zonder een lesopdracht kan, stelt verzoeker in het inleidend verzoekschrift enkel dat hij zich naar andere beroepen moet heroriënteren en dat zijn levensstandaard hierdoor “wezenlijk” in het gedrang komt. Dat een verzoekende partij zich tijdelijk moet heroriënteren naar andere beroepen, is het onvermijdelijke lot van elke beroepsindiener die zich ge- confronteerd weet met een overheidsbeslissing die zijn loopbaanverwachtingen fnuikt – zo zijn er vele: men denke bijvoorbeeld ook aan een weigering tot be- noeming, een weigering tot promotie, een weigering tot erkenning van gelijk- waardigheid van een buitenlands diploma, en zo meer. Die loutere vaststelling vermag de spoedeisendheid niet aan te tonen. Het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. Het enige dat verzoeker in dat verband doet gelden – namelijk de weerslag op zijn levensstandaard – is in het verzoekschrift op geen enkele wijze onderbouwd. In de eerste plaats geeft verzoeker geen enkele toelichting omtrent zijn vrees dat hij op de arbeidsmarkt geen adequate tewerkstelling kan vinden. Voorts alludeert hij op een financieel nadeel, zonder evenwel ook maar enig in- zicht te verschaffen in zijn huidige financiële situatie en verplichtingen. Door geen inzicht te verschaffen in de huidige (gezins)inkomsten en (gezins)uitgaven laat verzoeker aldus geen rechterlijke controle toe op de weerslag van de bestreden beslissing op zijn levensstandaard. De Raad herhaalt dat dit falen niet kan worden hersteld door het neerleggen van stukken luttele dagen vóór de terechtzitting. Overigens laat ver- zoeker nog steeds na om die stukken concreet toe te lichten in zijn als pleidooi geldende pleitnota van 16 bladzijden en verwacht hij blijkbaar dat de Raad van State in die stukken zelf op zoek gaat naar de relevante gegevens over zijn ge- zinssituatie, zijn inkomsten en zijn uitgaven en de weerslag van de tenuitvoerleg- IX-9642-8/10 ging van de bestreden beslissing op een en ander. In die verwachting moet de Raad hem teleurstellen, op verzoeker zelf rust immers de stelplicht om de spoedei- sendheid op een overtuigende manier aan te tonen.
- Voor zover verzoeker meent morele schade te lijden door de bestreden beslissing, moet worden opgemerkt dat morele schade in beginsel her- steld wordt door een eventueel vernietigingsarrest. Voor zoveel als de nietigver- klaring uit zichzelf niet volstaat, kan een verzoekende partij voorts een verzoek tot schadevergoeding tot herstel van de (overige) morele schade indienen. De in het verzoekschrift summier en in algemene bewoordingen neergeschreven argumentatie in verband met de morele schade brengt geen bij- zondere omstandigheden aan het licht, die ervan kunnen overtuigen dat de door verzoeker aangehaalde morele schade onherroepelijk zou worden zonder schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en dat die dus niet meer zou kunnen worden goedgemaakt door een eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing. Verzoeker toont evenmin aan dat hij de gevreesde imagoschade niet kan ondergaan in afwachting van de uitspraak ten gronde. Het beeld dat volgens verzoeker in sommige media over hem wordt opgehangen gaat ruim aan de bestreden beslissing vooraf en is dus niet het gevolg van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing of enige ruchtbaarheid die eraan is gegeven. Wat het morele nadeel betreft, is verzoekers uiteenzetting hoe dan ook te pover om te overtuigen dat de morele genoegdoening die hij zal putten uit een eventuele nietigverklaring na verloop van de normale rechtsgang zodanig ontijdig zou zijn, dat hij thans reeds de Raad mag vorderen om zijn zaak vóór alle andere te behartigen in het kader van deze schorsingsprocedure.
- De verwijzing naar een arrest van de Raad van State waarin de spoedeisendheid in een tuchtzaak over een ontslag wel is aanvaard, is niet dienstig IX-9642-9/10 aangezien de spoedeisendheid in elke zaak in concreto moet worden onderzocht aan de hand van de aangevoerde argumenten en neergelegde overtuigingsstukken en de specifieke omstandigheden van de zaak.
- De spoedeisendheid is niet aangetoond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien maart tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9642-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.306 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.940 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.