id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.318 Rolnummer: A. 220948/X-16809 Zaak: Arrest 247318 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 13/03/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-13 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-26 03:13 Fiche Arrest nr 247.318 van 13 maart 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 247.318 van 13 maart 2020 in de zaak A. 220.948/X-16.809 In zake : de NV V.H.S. EUROP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen De Staercke kantoor houdend te 9550 Hillegem (Herzele) Dries 77 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD LOMMEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de INTERGEMEENTELIJKE OPDRACHTHOUDENDE VERENIGING LIMBURG.NET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Nick Parthoens kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel van 11 oktober 2016 waarbij wordt beslist tot ambtshalve verwijdering van de kledingscontainers van VHS Europ uit Temse waarbij de kosten worden aangerekend aan VHS Europ”. X-16.809-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De intergemeentelijke opdrachthoudende vereniging Limburg.net heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 17 februari
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jürgen De Staercke, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Andy Hoedenaeken, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-16.809-2/6 III. Feiten
- Verzoekster zamelt textiel in via kledingcontainers. Zij heeft textielcontainers staan op het grondgebied van de stad Lommel. Op 22 maart 2016 keurt de gemeenteraad van Lommel een afvalreglement ‘betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen’ (hierna: het afvalreglement van 22 maart 2016) goed. Volgens artikel 37 ervan wordt textiel minstens tweewekelijks aan huis opgehaald en wordt het eveneens ingezameld in de textielcontainers opgesteld in de gemeente. Blijkens artikel 3 geldt voor alle afvalstoffen die door Limburg.net, zijnde de tussenkomende partij, worden ingezameld – zoals textiel – dat uitsluitend de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars die daartoe door Limburg.net zijn aangewezen, gerechtigd zijn om ze in te zamelen. Voor Lommel heeft Limburg.net de inzameling en recuperatie van textiel via inzamelcontainers toegewezen aan Salvatoriaanse Hulpactie & Ontwikkelingshulp, in samenwerking met de Kringwinkel Lommel. Met een brief van 30 augustus 2016 vraagt de verwerende partij aan verzoekster de door haar geplaatste kledingcontainers te verwijderen tegen 30 september
- Toegevoegd wordt: “Indien de kledingcontainers tegen deze datum niet verwijderd zijn, zal de Stad Lommel overgaan tot verwijdering. Alle kosten voortvloeiend uit deze ambtshalve verwijdering zullen u eveneens aangerekend worden.” Omdat verzoekster hieraan geen gevolg geeft, beslist het college van burgemeester en schepenen op 11 oktober 2016 over te gaan tot ambtshalve verwijdering van verzoeksters kledingcontainers, op 31 oktober 2016, met aanrekening aan haar van alle kosten voortvloeiend uit deze ambtshalve verwijdering. X-16.809-3/6 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
- Volgens het auditoraatsverslag is er reden om ambtshalve vast te stellen dat het bestreden besluit “op zichzelf geen rechtsgevolgen sorteert”. Toegelicht wordt dat het besluit herinnert aan het afvalreglement dat op 22 maart 2016 werd aangenomen en dat het erop wijst dat verzoekster niet de aangeduide erkende ophaler is. Ook reeds uit een schrijven van 30 augustus 2016 kon verzoekster, aldus het auditoraatsverslag, vernemen dat zij in dat geval haar containers diende te verwijderen. Geconcludeerd wordt dat het bestreden besluit zich niet anders laat kwalificeren dan, wezenlijk, als een loutere uitvoeringsmaatregel, die als zodanig niet vatbaar is voor vernietiging.
- In de laatste memorie antwoordt verzoekster hierop dat de bestreden beslissing niet louter uitvoert wat reeds in het afvalreglement van 22 maart 2016 vervat zit “aangezien het reglement nergens een bepaling bevat die het (ambtshalve) verwijderen van textielcontainers voorziet”. Moet weliswaar worden aangenomen dat het schrijven van 30 augustus 2016 “een loutere uitvoeringsmaatregel is van het afvalreglement”, de bestreden beslissing van 11 oktober 2016 is dat niet: de bestreden beslissing heeft inhoudelijk een andere draagwijdte dan de brief van 30 augustus 2016, waarin buitendien nergens wordt verwezen naar een effectieve beslissing die door het stadsbestuur zou zijn genomen. Beoordeling
- Om ontvankelijk met een annulatieberoep bij de Raad van State bestreden te kunnen worden, moet de bestreden handeling erop gericht zijn een rechtsgevolg te doen ontstaan of te beletten dat het tot stand komt.
- Niet onterecht is verzoekster in de laatste memorie van oordeel dat het schrijven van de verwerende partij van 30 augustus 2016 geen zo een X-16.809-4/6 handeling is, maar te beschouwen is als een loutere uitvoeringsmaatregel van het afvalreglement van 22 maart
- Of, zoals verzoekster het ter terechtzitting uitdrukt: in het schrijven van 30 augustus 2016 wordt gevraagd wat effectief vervat zit in het afvalreglement van 22 maart
- Als dat echter het geval is – wat, zoals gezien, door de Raad van State wordt bijgevallen – dan is ook de bestreden beslissing als een zodanige uitvoeringsmaatregel aan te merken. Ze komt er immers wezenlijk op neer om te verwijzen naar de brief van 30 augustus 2016 en om te herhalen, bij gebrek aan gevolg eraan, dat – op 31 oktober 2016 – zal worden overgegaan tot de ambtshalve verwijdering van verzoeksters kledingcontainers, kosten lastens verzoekster.
- Anders dan verzoekster meent, hebben de brief van 30 augustus 2016 en de bestreden beslissing van 11 oktober 2016 wel degelijk “inhoudelijk dezelfde draagwijdte”. Dat er in de brief van 30 augustus 2016 nog geen sprake is, of zelfs maar kan zijn, van de bestreden beslissing, doet er niets van af dat die beslissing verschijnt als alleen maar de herhaling of bevestiging van de uitvoeringsmaatregel die de brief van 30 augustus 2016 is.
- Ambtshalve wordt vastgesteld dat de bestreden beslissing geen voor vernietiging vatbare handeling is. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-16.809-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien maart tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.809-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.318 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div