← België

Arrest 247352 - O.C.M.W. - 31/03/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.352 Rolnummer: A. 222216/IX-9069 Zaak: Arrest 247352 - O.C.M.W. - 31/03/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-03-31 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 03:17 Fiche Arrest nr 247.352 van 31 maart 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 247.352 van 31 maart 2020 in de zaak A. 222.216/IX-9069 In zake: Sandra PUYLAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 Tervuren Merenstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN BOOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Opdebeek kantoor houdend te 2630 Aartselaar Karel van de Woestijnelaan 7 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 mei 2017, strekt tot de nietigver- klaring van “[d]e beslissing van de secretaris van het OCMW van Boom [...] van 24 januari 2017 betreffende het beroep tegen de evaluatie van [...] Sandra Puylaert d.d. 25 november 2016 met als evaluatieresultaat manifest ontoereikend, waarbij werd beslist om [...] Sandra Puylaert als net niet voldoende te evalueren”. IX-9069-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 februari
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tom De Sutter, die loco advocaat Dany Socquet ver- schijnt voor de verzoekende partij en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoekster is sinds 1995 in dienst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) van Boom, aanvankelijk als diëtiste en vervolgens als keukenmanager-diëtiste belast met de leiding van de keuken. IX-9069-2/9 3.
  6. Op 25 november 2016 kent de secretaris van het OCMW, die verzoeksters evaluator is, aan verzoekster de evaluatie ‘manifest ontoereikend’ toe. De motivering luidt dat “[b]etrokkene […] op geen afdoende wijze [heeft] aan- getoond dat de afspraken die gemaakt werden in het functioneringsgesprek van 14 april 2016 werden gehonoreerd”. 3.
  7. Op 7 december 2016 stelt verzoekster tegen die evaluatiebe- slissing een beroep in bij de beroepsinstantie inzake evaluatie (hierna: de be- roepsinstantie). In haar beroepschrift vraagt zij aan de beroepsinstantie “om aan de secretaris een aanpassing van de evaluatie en het evaluatieresultaat te willen ad- viseren waarbij aan [haar] de eindbeoordeling ‘gunstig’ zou worden toegekend”. 3.
  8. Op 20 december 2016 hoort de beroepsinstantie verzoekster, die wordt bijgestaan door haar raadsman, en de secretaris van het OCMW als evaluator van verzoekster, waarna deze instantie het volgende advies verleent: “De evaluatie met als eindbeoordeling ‘manifest onvoldoende’ wordt om- gezet naar ‘net niet voldoende’. Motivering hiervoor is dat de argumenten die bij de evaluator geleid hebben tot een manifest onvoldoende beoordeling, on- voldoende schriftelijk zijn beschreven in de voorgaande functionerings- gesprekken. Op basis van deze functioneringsgesprekken is het meer opportuun om een ‘net niet voldoende’ te geven. De commissie treedt het voorgestelde actieplan bij: • betrokkene Sandra Puylaert dient zich aan te melden voor een assessment. Op basis van dit assessment zal voor betrokkene Sandra Puylaert een bijscholingstraject uitgewerkt worden. • betrokkene zal rechtstreekse opdrachten door de hiërarchische overste uitvoeren. De commissie adviseert bovendien om betrokkene te heroriënteren naar een andere functie omwille van volgende argumenten: • vertrouwensbreuk met de hiërarchische overste • onvoldoende en ondermaats beleidsmatig beheer van de keuken • niet oplossingsgericht meedenken in de problematiek van de keuken (vb. niet opmaken van een noodplan) • weigeren van directe opdrachten van de hiërarchische overste.” IX-9069-3/9 3.
  9. Op 24 januari 2017 beslist de secretaris van het OCMW om het advies van de beroepsinstantie te volgen en het resultaat van verzoeksters evaluatie te wijzigen in ‘net niet voldoende’. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  10. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op. Zij doet gelden dat de aan verzoekster toegekende evaluatie ‘net niet voldoende’, hoewel ongunstig, volgens de rechtspositieregeling geen nega- tieve gevolgen kan hebben voor het betrokken personeelslid. Voorts wijst zij erop dat verzoekster blijkens het verslag van de hoorzitting voor de beroepsinstantie meermaals zelf heeft bepleit om haar aanvankelijk evaluatieresultaat ‘manifest ontoereikend’ om te buigen naar “een gewone ‘ongunstige evaluatie’”, dit wil zeggen een evaluatie ‘net niet voldoende’. Zij stelt dat verzoekster, aangezien zij de evaluatie heeft gekregen die zij vroeg, geen belang erbij heeft deze evaluatie aan te vechten bij de Raad van State. Volgens de verwerende partij heeft verzoekster aldus ook haar recht verwerkt om een beroep bij de Raad van State in te stellen. Zij verwijst in dit verband naar “[d]e leer ontwikkeld in de rechtspraak van de Raad van State over het adagium fraus omnia corrumpit”, die zij in dit geval van toe- passing acht. Omdat de evaluatie ‘net niet voldoende’ geen rechtsgevolgen heeft, betreft ze bovendien geen voor de Raad van State aanvechtbare handeling, zo besluit de verwerende partij.
  11. Verzoekster repliceert in haar memorie van wederantwoord dat de bestreden ongunstige evaluatie haar toekomstige carrièremogelijkheden beperkt en een grote morele weerslag op haar heeft. Zij betoogt dat zij op 20 maart 2017 IX-9069-4/9 daarenboven werd uitgenodigd om haar nieuw functie- en competentieprofiel te bespreken en nadere afspraken te maken over haar heroriëntering naar haar nieuwe functie binnen het OCMW. In de uitnodigingsbrief wordt expliciet aangegeven dat deze heroriëntatie wordt doorgevoerd naar aanleiding van het aangepaste evalua- tieverslag. Zij heeft een nieuw functie- en competentieprofiel ontvangen waarbij alle leidinggevende en managementaspecten die vóór haar evaluatie nog wel aanwezig waren in haar functie- en competentieprofiel, zijn weggelaten. Zij meent dat haar belang dan ook niet ter discussie kan staan. Volgens verzoekster houdt de verwerende partij ten onrechte voor dat zij bij monde van haar raadsman zelf zou hebben gevraagd om het eva- luatieresultaat ‘net niet voldoende’ te krijgen. In haar beroepschrift van 7 december 2016 heeft zij expliciet gevraagd om het ongunstige evaluatieresultaat als gunstig te herkwalificeren. De citaten uit het proces-verbaal van de hoorzitting voor de beroepsinstantie zijn selectief gekozen en dienen in de context van de hoorzitting te worden begrepen, waarbij haar raadsman enkel en alleen wenste te benadrukken dat het evaluatieresultaat ‘manifest onvoldoende’ een bouwsteen is voor een mogelijk ontslag, terwijl een evaluatieresultaat ‘net niet voldoende’ dat niet is. Haar oorspronkelijke verzoek om het evaluatieresultaat te herkwalificeren naar een gunstig evaluatieresultaat is daarbij evenwel niet vervallen. Er zijn im- mers geen gegevens gekend waaruit kan worden afgeleid dat het evaluatieresultaat ongunstig moet zijn. Verzoekster heeft expliciet verzocht het evaluatieresultaat om te buigen, opdat zij nog de kans zou krijgen om zich aan te passen, aangezien zij op basis van wat er voorlag niet wist waaraan zich te houden en hoe zich te verbeteren. Na het ombuigen van de evaluatie is dat evenwel niet veranderd, aangezien zij een identiek evaluatieformulier heeft ontvangen met alleen een ander eindresultaat. Beoordeling
  12. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van IX-9069-5/9 deze wetten, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden ad- ministratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wet- tig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen. Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar be- roep. De Raad van State dient daarbij erover te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast.
  13. In dit geval betreft de bestreden beslissing de toekenning van de evaluatie ‘net niet voldoende’ aan verzoekster. Luidens artikel 66 van de rechts- positieregeling voor het personeel van het woonzorgcentrum, de strijkerij en het kinderdagverblijf van het OCMW van Boom (hierna: de rechtspositieregeling) is dit een “ongunstig” evaluatieresultaat. Artikel 68, derde lid, van de rechtspositieregeling bepaalt evenwel dat het ongunstige evaluatieresultaat ‘net niet voldoende’ “geen verder negatief resultaat [geeft] bij het specifiek evaluatiegevolg”. Verzoekster kan dan ook niet, zonder dat zij daarover nadere toelichting verstrekt, worden bijgevallen in haar standpunt dat de bestreden be- slissing haar toekomstige carrièremogelijkheden zou beperken. De bestreden beslissing legt aan verzoekster weliswaar een assessment op, op basis waarvan een bijscholingstraject zal worden uitgewerkt. Tevens wordt melding gemaakt van een mogelijke heroriëntering van verzoekster naar een andere functie. IX-9069-6/9 Uit het verslag van de zitting voor de beroepsinstantie, dat door verzoekster is ondertekend, zonder dat zij daarbij opmerkingen heeft geformu- leerd, zodat zij overeenkomstig artikel 74, tweede lid, van de rechtspositieregeling geacht moet worden ermee in te stemmen, blijkt evenwel dat zij de verplichting om een assessment te volgen uitdrukkelijk als positief bestempelt. Wat verzoeksters heroriëntering naar een andere functie betreft, moet worden opgemerkt dat deze niet besloten ligt in de thans bestreden beslissing, noch er rechtstreeks uit voortvloeit, maar een nieuwe, van de evaluatie te onder- scheiden beslissing vereist. Dit blijkt ook uit het betoog van verzoekster die aan- geeft een nieuw functieprofiel voor bespreking te hebben ontvangen. Uit wat voorafgaat volgt dat de bestreden beslissing als zodanig voor verzoekster alvast geen ongunstige materiële gevolgen heeft, die haar belang bij haar beroep zouden kunnen bevestigen.
  14. De vraag rijst of zij dan een moreel belang bij haar beroep kan doen gelden. In dit verband moet worden vastgesteld dat uit het verslag van de hoorzitting voor de beroepsinstantie blijkt dat de raadsman van verzoekster heeft verzocht en aangedrongen om de initieel gegeven evaluatie ‘manifest onvol- doende’ om te buigen naar de evaluatie ‘net niet voldoende’, met het verzoek er voorwaarden aan te verbinden zodat betrokkene exact weet waaraan zich te hou- den. In het verslag kan daarover worden gelezen: “Antwoord Meester: [...] Maar nu is de deur dicht en krijgt betrokkene nu manifest onvoldoende. Dit is een bouwsteen die definitief is en die mag er niet zijn. Deze bouwsteen is een eerste stap naar ontslag. Als dit veranderd wordt in onvoldoende, dan is er geen man overboord en krijgt betrokkene alle kansen om zich aan te passen en bij een volgende IX-9069-7/9 tussentijdse evaluatie kan er dan gezegd worden sorry, dit is manifest on- voldoende. U hebt voldoende kansen gehad om u te verbeteren.” En voorts ook: “Antwoord Meester: [...] dit is mijn vraag naar de commissie toe: maak daar een ongunstige evaluatie van en geen manifest onvoldoende en verbind daar voorwaarden aan zodat betrokkene exact weet aan wat zich te houden. Nu zit ze met een molensteen om haar nek die bij een tweede manifest onvoldoende leidt tot ontslag. [...] Antwoord Meester: Dat is wat wij vragen: Ombuigen naar een ongunstige evaluatie waar betrokkene nog de kans krijgt om zich aan te passen.” Verzoekster heeft met andere woorden zeer uitdrukkelijk de verwerende partij erom verzocht de initiële evaluatie ‘manifest ontoereikend’ te vervangen door de evaluatie ‘net niet voldoende’ en zij heeft tijdens de hoorzitting aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het daaraan verbinden van voorwaar- den. Dat dit verzoek zou passen in “de context van de hoorzitting” om de dreiging af te wenden van een ontslag wegens beroepsongeschiktheid in het geval van een volgende evaluatie ‘manifest ontoereikend’, doet aan die vaststelling geen afbreuk. Nu verzoekster met de bestreden beslissing vanwege de verwe- rende partij zeer precies heeft verkregen wat zij met zoveel nadruk tijdens de ad- ministratieve beroepsprocedure aan deze partij heeft gevraagd, valt redelijkerwijze niet in te zien dat zij een moreel belang zou hebben bij de nietigverklaring van die beslissing.
  15. Verzoekster doet aldus niet blijken van het rechtens vereiste belang bij haar beroep. De exceptie is alvast in zoverre gegrond en noopt tot het besluit dat het beroep niet ontvankelijk is en moet worden verworpen. IX-9069-8/9 BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple- gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenendertig maart tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9069-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.352 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.