← België

Arrest 247368 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 03/04/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.368 Rolnummer: A. 229253/XIV-38161 Zaak: Arrest 247368 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 03/04/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-04-03 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-26 03:17 Fiche Arrest nr 247.368 van 3 april 2020 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : verbeterend arrest Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 247.368 van 3 april 2020 in de zaak A. 229.253/XIV-38.161 In zake: Carolien MORCEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR/CTX gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit dd. 22-07-2019, genomen door de waarnemend directeur-generaal van de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie der federale politie, mevr. [L.d.C.], waarbij verzoeker als niet geslaagd is beschouwd voor de basisopleiding van inspecteur van politie en krachtens art. IV.II.44, 4° RPPol definitief is afgewezen met ontneming van de hoedanigheid van aspirant-inspecteur op datum van 22-07-2019”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 27 maart 2020 wordt het arrest nr. 247.343 uitgesproken, waarbij het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. XIV-38.161-1/2 In het beschikkend gedeelte werd nagelaten melding te maken van de rechtsplegingsvergoeding, die de verwerende partij is verschuldigd aan verzoekster. Dit wordt rechtgezet zoals gesteld in het hiernavolgend beschikkend gedeelte. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. BESLISSING In arrest nr. 247.343 luidt het beschikkend gedeelte: "
  4. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoekster." Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie april tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-38.161-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.368 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.343 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.