← België

Arrest 247396 - Varia (openbaar ambt) - 14/04/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.396 Rolnummer: A. 218509/IX-8827 Zaak: Arrest 247396 - Varia (openbaar ambt) - 14/04/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-04-14 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-26 03:19 Fiche Arrest nr 247.396 van 14 april 2020 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : afvoering Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 247.396* van 14 april 2020 in de zaak A. 218.509/IX-8827 In zake : XXXX (overleden) tegen :

  1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Karel Mortier en Christiaan Delporte kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 181 bus 24 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. de STAD HERENTALS -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 19 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van 10 december 2015 van het bestuur medische expertisen (MEDEX) dienst pensioenen van de FOD Volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu waarbij wordt geoordeeld dat [XXXX] op medische gronden ongeschikt is bevonden voor elke functie en voldoet aan de voorwaarden om definitief vervroegd te worden gepensioneerd vanaf 1 september 2015” en van “[d]e beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Herentals van 21 december 2015 waarbij het college aan [XXXX] met ingang van 1 september 2015 ontslag verleent wegens vervroegde pensionering omwille van lichamelijke ongeschiktheid”. IX-8827-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partijen hebben elk een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 december
  5. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Anouschka Vervoort is gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behalve wat het bedrag van de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Afvoering van de rol
  7. Uit het uittreksel uit het register van de burgerlijke stand van de stad Herentals van 20 mei 2019 blijkt dat verzoekster is overleden. Geen erfgenaam of rechtverkrijgende van verzoekster heeft het geding hervat. Op de terechtzitting heeft de dochter van verzoekster, die verklaart IX-8827-2/4 de enige erfgenaam te zijn, uitdrukkelijk bevestigd het geding niet te hervatten. Er is grond om de zaak van de rol af te voeren. IV. Kosten – Rechtsplegingsvergoeding 4.
  8. In hun memorie van antwoord vragen de eerste en de tweede verwerende partij elk om de kosten met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro ten laste van verzoekster te leggen. Op de terechtzitting vraagt verzoeksters dochter om het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding die ten laste van de nalatenschap komt, te verminderen tot het minimumbedrag van 140 euro. 4.
  9. De eerste en de tweede verwerende partij dienen als de in het gelijk gestelde partijen te worden beschouwd. Aangezien de rechtsplegingsvergoeding echter een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij, kan enkel een rechtsplegingsvergoeding worden toegekend aan een partij die vertegenwoordigd is door een advocaat, in casu de eerste verwerende partij. Gelet op de concrete omstandigheden van de zaak en op de beperkte financiële draagkracht van de nalatenschap, is er reden om op de gestelde vraag in te gaan. De aan de eerste verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding wordt verlaagd tot 140 euro. V. Anonimisering
  10. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ heeft verzoekster eertijds in haar IX-8827-3/4 verzoekschrift gevraagd dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
  11. De zaak wordt van de rol afgevoerd.
  12. De nalatenschap van de verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de eerste verwerende partij.
  13. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien april tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-8827-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.396 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.