id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.453 Rolnummer: A. 219521/IX-8880 Zaak: Arrest 247453 - Reglementen (justitie) - 28/04/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-04-28 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 03:23 Fiche Arrest nr 247.453 van 28 april 2020 Justitie - Reglementen (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 247.453 van 28 april 2020 in de zaak A. 219.521/IX-8880 In zake : de VZW CENTRALE RAAD DER NIET-CONFESSIONELE LEVENSBESCHOUWELIJKE GEMEENSCHAPPEN VAN BELGIË bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Aube Wirtgen kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 juni 2016, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 10 april 2016 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2005 houdende vaststelling van het kader van de aalmoezeniers en de islamconsulenten van de erkende erediensten en van de moreel consulenten van de centrale vrijzinnige raad der niet confessionele levensbeschouwing bij de strafinrichtingen, zomede tot vaststelling van hun weddeschalen’. IX-8880-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 december
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sietse Wils, die loco advocaat Aube Wirtgen verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Daisy Daniels, die loco advocaat Anthony Poppe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid
- Het koninklijk besluit van 10 april 2016 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2005 houdende vaststelling van het kader van de aalmoezeniers en de islamconsulenten van de erkende erediensten en van de moreel consulenten van de centrale vrijzinnige raad der niet confessionele IX-8880-2/5 levensbeschouwing bij de strafinrichtingen, zomede tot vaststelling van hun weddeschalen’ (hierna: het bestreden besluit), luidt als volgt: “Artikel
- In artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2005 houdende vaststelling van het kader van de aalmoezeniers en de islamconsulenten van de erkende erediensten en van de moreel consulenten van de Centrale Vrijzinnige Raad der niet confessionele levensbeschouwing bij de Strafinrichtingen, zomede tot vaststelling van hun weddeschalen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde, vierde en vijfde lid worden vervangen als volgt: ‘Protestantse-Evangelische eredienst : Aalmoezeniers 9,4 Islamitische eredienst : Islamconsulent-hoofd van dienst 1 Islamconsulenten 26 Orthodoxe eredienst : Aalmoezeniers 5’; 2° het zevende lid wordt vervangen als volgt: ‘Anglicaanse eredienst : Aalmoezenier 2’ Art.
- Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art.
- Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.” Bij artikel 39, 2°, van het koninklijk besluit van 17 mei 2019 ‘betreffende de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten bij de gevangenissen’ wordt het koninklijk besluit van 25 oktober 2005 ‘houdende vaststelling van het kader van de aalmoezeniers en de islamconsulenten van de erkende erediensten en van de moreel consulenten van de Centrale Vrijzinnige Raad der niet confessionele levensbeschouwing bij de Strafinrichtingen, zomede tot vaststelling van hun weddeschalen’, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2016 – dit is het bestreden besluit – opgeheven. In artikel 20 van het koninklijk besluit van 17 mei 2019 wordt het kader van de aalmoezeniers, de consulenten van de eredienst en van de moreel consulenten bij de gevangenissen bepaald, uitgedrukt in voltijdse equivalenten. Dit kader bevat identieke bepalingen als deze die waren opgenomen in het bestreden besluit. IX-8880-3/5 Door de auditeur-verslaggever bij een ter post aangetekende brief van 27 augustus 2019 gevraagd naar haar actueel belang, heeft de verzoekende partij met een brief van 6 september 2019 geantwoord dat “[zij] geen acties meer wenst te ondernemen in het kader van dit dossier”. 4.
- Op de terechtzitting stelt de verzoekende partij dat haar brief van 6 september 2019 niet als een afstand mag worden beschouwd, maar dat door de opheffing van het bestreden besluit de zaak zonder voorwerp is geworden. 4.
- De verwerende partij stelt daarentegen dat de houding van de verzoekende partij als een impliciete afstand dient te worden beschouwd, dat de bepalingen van het bestreden besluit exact dezelfde inhoud hebben als die welke zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 17 mei 2019 en dat tegen dit laatste besluit geen annulatieberoep is ingesteld door de verzoekende partij.
- Met de voormelde brief van 6 september 2019 heeft de verzoekende partij blijk gegeven geen belangstelling meer te hebben voor haar beroep – zij heeft trouwens het voornoemde koninklijk besluit van 17 mei 2019 evenmin met een annulatieberoep bestreden. Dat gebrek aan belangstelling leidt ertoe dat de verzoekende partij niet langer een actueel belang heeft bij haar beroep en om die reden het beroep dient te worden verworpen. IV. Kosten
- Zowel de verzoekende partij als de verwerende partij vraagt om de kosten van het beroep en een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro ten laste te leggen van de andere partij.
- Aangezien de verzoekende partij er blijk van heeft gegeven geen belangstelling meer te hebben voor haar beroep en daardoor haar actueel belang IX-8880-4/5 heeft verloren, is er geen reden om de kosten van het beroep, begroot op een rolrecht van 200 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij. Er is in de gegeven omstandigheden ook geen “in het gelijk gestelde partij” als bedoeld in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zodat geen rechtsplegingsvergoeding wordt toegekend. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig april tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-8880-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.453 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div