id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.466 Rolnummer: A. 224697/X-17178 Zaak: Arrest 247466 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/04/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-04-29 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-26 03:24 Fiche Arrest nr 247.466 van 29 april 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 247.466 van 29 april 2020 in de zaak A. 224.697/X-17.178 In zake : de NV IMRODER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Vanden Berghe en Arne Devriese kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE NAZARETH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Nazareth van 20 december 2017 houdende weigering van ‘het plan van grondoverdracht’ bij de vergunningsaanvraag voor een verkaveling voor 8 loten voor halfopen bebouwing en 12 loten voor open bebouwing, 26 openbare parkeerplaatsen en aanleg wegenis op een terrein gelegen aan de Zandstraat 59 te 9810 Nazareth (Eke), kadastraal gekend als Nazareth, 2e afdeling, Sectie A, nrs. 757/b, 889/f, 893/b, 894/a/2, 894/c, 895/b en 903/b. X-17.178-1/14 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 maart
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Arne Devriese, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jelle Zijlstra, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Benny De Sutter, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 7 januari 2020 heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 30 juni 2017 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth een aanvraag in tot X-17.178-2/14 verkaveling voor 8 loten voor halfopen bebouwing en 12 loten voor open bebouwing, 26 parkeerplaatsen en aanleg van wegenis. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen aan de Zandstraat 59 te 9810 Nazareth (Eke), kadastraal gekend Nazareth, 2e afdeling, sectie A, nrs. 757/b (deel), 889/f, 893/b (deel), 894/a/2, 892/c, 894/c (deel), 895/b en 903/b (deel). Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 24 februari 1977 goedgekeurd gewestplan Oudenaarde is het terrein in woongebied gelegen. 3.
- Van 31 juli 2017 tot 30 augustus 2017 vindt een openbaar onderzoek over de voormelde aanvraag plaats. Naar aanleiding van dit onderzoek wordt één bezwaarschrift ingediend, dat in het advies van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar als volgt wordt samengevat: “De Schaapshoeve of Schaapshof, Zandstraat 59, is een van de plaatsen in Eke die gespaard is gebleven onder de bombardementen van de WO. Het zou jammer zijn als al het oude in Eke verdwijnt omdat de gemeente Nazareth haar eigen (dus Nazarethse) geschiedenis en boerenverleden hoger waardeert dan het veel oudere erfgoed van de nu geannexeerde vroeger zelfstandige gemeente Eke”. 3.
- Op 7 december 2017 verleent de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar van de gemeente Nazareth het volgende ongunstig vooradvies over de verkavelingsaanvraag (hierna: het vooradvies): “Advies van de stedenbouwkundig ambtenaar overwegende dat de aanvraag een nieuwe [..] verkavelingsaanvraag voor 8 loten voor halfopen bebouwing en 12 loten voor open bebouwing, 26 openbare parkeerplaatsen en aanleg wegenis betreft; overwegende dat de aanvraag principieel in overeenstemming is met de bestemming van het gewestplan, namelijk woongebied; overwegende dat de aanvraag openbaar gemaakt werd van 31 juli 2017 tot en met 30 augustus 2017; overwegende dat er gedurende het openbaar onderzoek 1 bezwaarschrift ingediend werd en gegrond verklaard werd; gelet op het gunstig advies van INFRABEL van 10 augustus 2017 mits [voorwaarden]. De woningen van loten 1 en 17 staan te dicht bij het spoor. Best deze voldoende opschuiven; X-17.178-3/14 gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de Brandweerzone Centrum van 2 augustus 2017 mits te voldoen aan de vermelde maatregelen en reglementeringen; gelet op het gunstig advies van Farys van 7 september 2017 mits voorwaarden; gelet op het gunstig advies van Proximus van 21 augustus 2017 mits voorwaarden; gelet op het ongunstig advies van Intercommunale Gaselwest van 7 december 2017 waarbij op vandaag Intercommunale Gaselwest nog geen gunstig advies kan verlenen om volgende reden: Mijn collega [P.H.] had kort na ontvangst van het dossier contact met [O.V.]. Gezien de grootte van het project en de toestand van de netten in de omgeving, hebben wij een distributiecabine nodig in de verkaveling. Mijn collega heeft hiervoor 3 mogelijke locaties aangeduid (rode cirkels). De verkavelaar wou dit echter niet opnemen in het verkavelingsplan, omdat dit volgens hem al veel te lang aansleept. Hij stelde voor om te wachten op de goedkeuring en dan achteraf een perceel af te staan. Vandaar dus dat wij onze voorwaarden nog niet hebben kunnen opmaken. Het is voor ons van belang dat er een perceel wordt voorzien in de verkavelingsaanvraag voor de oprichting van een cabine, anders kan er achteraf alleen maar discussie ontstaan en blijft het slecht[s] bij een ‘mondeling akkoord’ (als jullie gunstig advies zouden geven hebben wij ook achteraf juridisch weinig in handen om het perceel nog af te dwingen). gelet op het gunstig […] advies van Telenet NV mits voorwaarden. gelet op het advies van de Gecoro van 4 februari 2016: Voorlopig ongunstig advies GECORO m.b.t. voorstel Imroder verkaveling Eke Zandstraat. Zonder uitsluitsel over het al dan niet behouden van de hoeve kan de GECORO voorlopig enkel ongunstig adviseren. Over het achterliggende gebied wenst de GECORO zich niet uit te spreken. Opmerking: de wegenis is te sterk ontworpen met de vooringenomen visie om het achterliggend gebied ook op korte termijn te ontwikkelen. Overwegende dat de aanvraag dient te worden getoetst aan het lokaal woonbeleid, zoals vormgegeven in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan duidt Eke aan als hoofddorp, waar de nadruk ligt op woon- en leefkern die over een voldoende uitrustingsgraad beschikt. Versterken van de woonfunctie (bestaande toestand) in relatie met kerngebonden activiteiten staat voorop. Nieuw te bouwen woningen zijn mogelijk voor zover dit stedenbouwkundig verantwoord is. X-17.178-4/14 Het woongebied waar deze verkavelingsaanvraag betrekking op heeft, wordt deels bevroren. Enkel het woongebied gelegen langs uitgeruste weg kan in principe aangesneden worden. Echter doordat het project op een groter geheel moet bekeken worden, en geen hypotheek mag leggen op het achterliggend gedeelte moet een groter geheel bekeken worden. Huidige aanvraag betreft een oppervlakte van 14.883 m² waaronder ook percelen die niet gelegen zijn langsheen een voldoende uitgeruste weg. 5.702 m² van deze oppervlakte wordt voorzien voor over te dragen grond/ wegenis. Dit betreft 38% van de totale oppervlakte. De zone waar de verkaveling zich zou bevinden is ver weg van de kern van Eke. En is tevens gelegen vlakbij de spoorweg. Momenteel wordt de verkaveling zo geconcipieerd dat eerst de wegenis zijn aandeel krijgt in de verkaveling, waarop de kavels dan ingevuld worden. Tevens wordt er absoluut geen rekening gehouden met het achterliggende gebied. De verkaveling is volledig op zichzelf geënt. De hoeve Zandstraat 59 is opgenomen in de door het VIOE vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed als ‘Schaapshof’ hoeve. Deze bestaande hoeve, welke serieus verwaarloosd staat, zal in huidig voorstel verdwijnen. Er bestaan voldoende oplossingen om deze hoeve, waar toch een gegronde erfgoedwaarde aan hangt, mee op te nemen in een ontwerp. Rekening houdende met het bovenstaande dient dan ook gesteld te worden dat de aanvraag op vlak van schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid, en visueel-vormelijke elementen niet bestaanbaar is. overwegende dat het agentschap Onroerend Erfgoed op 1 juni 2017 de archeologienota met ID https://id.erfgoed.net/archeolpgie/archeologienotas/3374 en onderwerp vooronderzoek_Nazareth_Eke Zandstraat 59 bekrachtigde, ingediend op 17 mei 2017; overwegende dat dit advies van de stedenbouwkundig ambtenaar een vooradvies betreft; overwegende dat de gemeenteraad de over te dragen wegenis eerst moet adviseren vooraleer het College een beslissing kan nemen; overwegende dat de over te dragen wegenis een oppervlakte betreft van ± 5.702m². overwegende dat de aanvraag aanleiding geeft tot fundamentele stedenbouwkundige opmerkingen en bijgevolg stedenbouwkundig niet kan worden aanvaard. De aanvraag strekkende tot een nieuwe verkaveling voor 8 loten voor halfopen bebouwing en 12 loten voor open bebouwing, 26 openbare parkeerplaatsen en aanleg wegenis geeft aanleiding tot fundamentele stedenbouwkundige opmerkingen en kan niet worden aanvaard.” X-17.178-5/14 3.
- Op 20 december 2017 adviseert de gemeenteraad van de gemeente Nazareth het plan van grondoverdracht negatief, met een vermelding van het vooradvies. Dit is het bestreden besluit, dat onder meer als volgt luidt: “Aanleiding Op datum van 30 juni 2017 werd door nv Imroder, 9830 Sint- Martens-Latem een aanvraag tot verkaveling ingediend voor 8 loten voor halfopen bebouwing en 12 loten voor open bebouwing, 26 openbare parkeerplaatsen en aanleg wegenis. Context/feiten/argumenten De overdracht van gronden is een zaak van de gemeenteraad. De over te dragen gronden en de zaak van de wegenis dienen gunstig geadviseerd te worden vooraleer de verkavelingsaanvraag op zich kan goedgekeurd worden en bijgevolg vergund worden. De over te dragen gronden hebben een totale oppervlakte van 5.702m². Adviezen Het ongunstig vooradvies van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar van 7 december
- Juridische overwegingen De wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten, haar latere wijzigingen en haar uitvoeringsbesluiten. De artikelen 42 en 43 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005, zijn latere wijzigingen en zijn uitvoeringsbesluiten. Tussenkomsten raadsleden Raadslid Dhaenens stelt dat er overleg kan zijn tussen de adviserende overheden (gaselwest, infrabel), de reden van de schaapshoeve is buiten proportie als bezwaar. Besluit: Met 17 stemmen voor ([…]), 4 stemmen tegen (Frank Dhaenens, […]) Artikel 1 – Het plan van grondoverdracht door nv Imroder, 9830 Sint-Martens-Latem, voor Zandstraat wordt negatief geadviseerd. Artikel 2 – Verkavelingsaanvraag dient te worden geweigerd.” 3.
- Op 20 december 2017 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth de gevraagde verkavelingsvergunning. 3.
- Tegen de voormelde weigeringsbeslissing van het college stelt de verzoekende partij administratief beroep in bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: de deputatie). X-17.178-6/14 Bij besluit van 26 april 2018 willigt de deputatie het beroep gedeeltelijk in en verleent zij aan de verzoekende partij een verkavelingsvergunning voor de loten 1 tot 8, die langs een bestaande weg zijn gelegen, “onder de voorwaarde dat de sloop pas kan aanvaard en uitgevoerd worden na het bekomen van een vergunning” . 3.
- Op 2 juli 2018 dient de verzoekende partij bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen een verzoekschrift in tot vernietiging van de voormelde beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 26 april
- Met betrekking tot dit beroep is voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen een bemiddelingspoging lopende. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 4.
- De verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord het belang van de verzoekende partij, om reden dat de deputatie op 26 april 2018 aan de verzoekende partij een verkavelingsvergunning heeft verleend voor de loten 1 tot 8 van haar aanvraag, die aan een voldoende uitgeruste weg liggen. De verzoekende partij heeft volgens haar geen belang bij het beroep waarin zij de wettigheid betwist van de beslissing over de zaak van de wegen, vermits voor de uitvoering van de aldus verleende vergunning geen nieuwe wegenis, en dus ook geen beslissing daarover, is vereist. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing kan de verzoekende partij om die reden geen voordeel meer opleveren. 4.
- De verzoekende partij antwoordt in haar memorie van wederantwoord dat zij bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen een beroep tot nietigverklaring van het vergunningsbesluit van de deputatie van 26 april 2018 heeft ingediend. De gebeurlijke vernietiging van het huidig bestreden besluit kan haar wel degelijk nog een voordeel opleveren, aangezien de vergunning van 26 april 2018 slechts op de loten 1 tot 8 van haar verkavelingsaanvraag betrekking heeft. X-17.178-7/14 Voorts meent de verzoekende partij dat de verwerende partij geen belang heeft bij haar verweer omdat zij in de vergunningsbeslissing van de deputatie van 26 april 2018 heeft berust. 4.
- De verwerende partij doet in haar laatste memorie nog gelden dat het actueel belang van de verzoekende partij thans niet zeker is, gelet op de “bemiddelingsprocedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen die nog lopende is”. Beoordeling 5.
- De omstandigheid dat de verwerende partij in de vergunningsbeslissing van de deputatie van 26 april 2018 zou hebben berust, ontneemt haar nog niet het belang om met betrekking tot de huidig bestreden beslissing verweer te voeren. 5.
- Het vergunningsbesluit van de deputatie van 28 april 2016 is nog niet definitief, gelet op het daartegen door de verzoekende partij bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen ingestelde vernietigingsberoep. Indien dit laatste beroep en huidig beroep gegrond bevonden worden, kan een nieuwe beslissing omtrent de zaak van de wegen tot een gunstige beslissing over verzoeksters integrale verkavelingsaanvraag leiden. 5.
- De verzoekende partij heeft derhalve een actueel belang bij haar beroep. De in de laatste memorie van de verwerende partij aangevoerde omstandigheid dat met betrekking tot het beroep tegen de verkavelingsvergunning van 26 april 2018 een bemiddelingsprocedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen “lopende” is, vermag daaraan geen afbreuk te doen. 5.
- De exceptie wegens gemis aan belang wordt verworpen. X-17.178-8/14 V. Onderzoek van het tweede middel Uiteenzetting van het middel 6.
- De verzoekende partij roept in haar tweede middel de schending in van de artikelen 2 en 42 van het gemeentedecreet, van artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: de VCRO), alsook voert zij bevoegdheidsoverschrijding aan. 6.1.
- In een eerste middelonderdeel betoogt zij dat de bevoegdheid om over de zaak van de wegen te oordelen niet langer automatisch het voorrecht van de gemeenteraad uitmaakt. Artikel 4.2.25 VCRO verwijst immers naar wegeniswerken “waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft”. De gemeenteraad moest derhalve eerst onderzoeken of zij beslissingsbevoegdheid heeft over het type wegenis dat is aangevraagd. Zowel uit de VCRO als uit het gemeentedecreet moet worden opgemaakt dat de beslissing over de wegenis onmiskenbaar een integrerend deel van de beoordeling van de vergunningsaanvraag uitmaakt en dat de gemeenteraad, behoudens indien er budgettaire gevolgen zijn en/of er een overheidsopdracht mee gepaard gaat, daarvoor niet langer bevoegd is. De voorliggende aanvraag heeft geen onmiddellijke budgettaire gevolgen voor de gemeente en er moet voor de aanleg van de wegenis geen overheidsopdracht worden uitgeschreven. Bijgevolg heeft de gemeenteraad te dezen geen beslissingsbevoegdheid over de zaak van de wegen. 6.1.
- In een tweede middelonderdeel betoogt de verzoekende partij dat “[v]oor zover zou worden voorgehouden” dat “de motieven die het college van burgemeester en schepenen van 20 december 2017 heeft aangehaald om de aanvraag te weigeren” “de motieven van de gemeenteraad zijn”, “ook deze motieven niet op wettige wijze de weigering schragen”. Zij stelt dat het “duidelijk [is] dat de beoogde sloop van de geïnventariseerde hoeve het determinerend motief is om negatief te adviseren” maar dat “de gemeenteraad nooit bevoegd [is] om zich uit te spreken over deze aspecten van goede ruimtelijke ordening”. X-17.178-9/14 Verder betoogt zij dat het voorwaardelijk gunstig advies van INFRABEL evenmin “betrekking [heeft] op wegenisaspecten” en dat hetzelfde geldt voor “het ongunstig advies van GASELWEST”. Ook de verwijzing naar het standpunt van de Gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: de Gecoro) houdt volgens haar geen afdoende motivering in. Stellen dat rekening moet gehouden worden met de “nieuwe inzichten van de beleidsplanning” is volgens de verzoekende partij tenslotte een “vaag en nietszeggend motief”. 6.2.
- Met betrekking tot het eerste middelonderdeel argumenteert de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord dat het vooralsnog ontbreken van navolging van haar stelling in de rechtsleer of in rechtspraak geenszins betekent dat die stelling inhoudelijk onjuist is. Voorts wordt volgens haar voorbijgegaan aan het gegeven dat de volheid van bevoegdheid van de gemeenteraad slechts geldt “onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen”. 6.2.
- Wat het tweede middelonderdeel betreft, betoogt de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord dat de door haar bekritiseerde motivering “afkomstig [is] van het college zelf dat post factum bepaalde woorden in de mond legt van de gemeenteraad, wat uiteraard niet kan”. Voorts meent zij dat de gemeenteraad haar bevoegdheid heeft overschreden door de bestreden weigering “uitsluitend te steunen op een motief waarvan niet blijkt dat het verband houdt met de zaak van de wegen”. Beoordeling 7.1.
- Het toentertijd geldende artikel 4.2.25, eerste lid, VCRO luidt: “Als de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.” X-17.178-10/14 7.1.
- Zoals bevestigd wordt in de toepasselijke versie van de artikelen 2 en 42 van het gemeentedecreet, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid voor aangelegenheden van gemeentelijk belang, waaronder de zaak van de wegen bedoeld in het toentertijd geldende artikel 4.2.25, eerste lid, VCRO. De door de gemeenteraad aldus uit te oefenen bevoegdheid is exclusief gestoeld op de gemeentelijke autonomie vervat in artikel 41 van de Grondwet. 7.1.
- Gezien dit laatste, kan het standpunt van de verzoekende partij dat de gemeenteraad niet langer bevoegd zou zijn om over de zaak van de wegen te beslissen, behoudens indien er budgettaire gevolgen zijn en/of er een overheidsopdracht mee gepaard gaat, geen bijval vinden. 7.1.
- Het eerste middelonderdeel is niet gegrond. 7.2.
- Onder “de zaak van de wegen” wordt onder meer het bepalen van het tracé van de wegen verstaan. Zoals in herinnering is gebracht in ’s Raads arresten nr. nr. 93.838 van 9 maart 2001 en nr. 239.792 van 7 november 2017 moet het bepalen van het voornoemde tracé steunen op motieven van algemeen belang, die meer bepaald uitstaans hebben met een uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening doordacht gemeentelijk wegennet. 7.2.
- Blijkens de stukken van het dossier vereist de gevraagde aanleg van wegenis de afbraak van het beschermd erfgoed de schaapshoeve. In haar memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij in dit verband zelf dat “het plein dat na de sloop van de hoeve zal worden aangelegd en ingericht” kosteloos zal worden overgedragen. Anders dan de verzoekende partij dit ziet, steunt het bestreden besluit op het motief van algemeen belang dat het niet wenselijk is de schaapshoeve te slopen. Zo wordt het voorstel van gemeenteraadslid Frank Dhaenens dat “de reden van de schaapshoeve […] buiten proportie [is] als X-17.178-11/14 bezwaar”, na stemming erover, door het bestreden besluit duidelijk niet gevolgd (zie randnummer 3.4). Het motief van het niet wenselijk zijn van de afbraak van de schaapshoeve past binnen de in randnummer 7.2.1 bedoelde beoordelingsbevoegdheid van de gemeenteraad en dient – mede gelet op het ontbreken van elke inhoudelijke kritiek in het verzoekschrift – als een voldoende draagkrachtig motief beoordeeld te worden, zodat kritiek op gebeurlijke overige motieven van het bestreden besluit niet tot vernietiging kan leiden. 7.2.
- Het tweede middelonderdeel is, in zoverre ontvankelijk, niet gegrond. 7.
- Het tweede middel wordt in zijn geheel verworpen. VI. Onderzoek van het eerste middel Uiteenzetting van het middel 8.
- De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 ‘betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging’ (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000), van artikel 4.2.25 VCRO, van de materiëlemotiveringsplicht, alsook voert zij bevoegdheidsoverschrijding aan. Zij betoogt dat onmogelijk te achterhalen is waarop de gemeenteraad zich heeft gesteund om tot het bestreden besluit te komen. Het uittreksel uit het register van beraadslagingen van de gemeenteraad dat haar werd bezorgd, bevat geen motivering. Uit geen enkele overweging van het bestreden besluit kan enig motief worden afgeleid waarom het wegenisdossier niet werd goedgekeurd. De gemeenteraad vermeldt in het bestreden besluit weliswaar het X-17.178-12/14 bestaan van het vooradvies, maar dit werd met het bestreden besluit niet meebetekend en werd in de notulen van de gemeente evenmin opgenomen. 8.
- In haar memorie van wederantwoord betoogt de verzoekende partij dat de loutere vermelding van het vooradvies in het bestreden besluit niet als motivering door verwijzing kan volstaan, nu de gemeenteraad nergens stelt dat zij zich bij het vooradvies aansluit en dit haar ook niet ter kennis werd gebracht of haar bekend was. Het vooradvies werd wel in de beslissing over de verkavelingsvergunning opgenomen, maar dat is volgens de verzoekende partij laattijdig, aangezien de gemeenteraadsbeslissing een eindbeslissing is. Bovendien bevat het vooradvies volgens haar geen enkele motivering omtrent de zaak van de wegen. Het betreft integendeel een louter stedenbouwkundig advies. In het vooradvies staat nergens dat de wegenis of de grondoverdracht onwenselijk zou zijn omwille van de overdracht van de bewuste hoeve. Overigens gebeurt een overdracht aan het openbaar domein pas nadat de werken zijn uitgevoerd, zodat niet de hoeve zou overgedragen worden, maar wel het plein dat zal worden aangelegd nadat de hoeve is gesloopt. De vraag naar de wenselijkheid van het behoud van de hoeve is geen kwestie van de zaak van de wegen en kan enkel door de vergunningverlenende overheid beoordeeld worden. Beoordeling 9.
- Bij de beoordeling van het tweede onderdeel van het tweede middel is gebleken dat het bestreden besluit op een geldig motief steunt (zie randnummer 7.2.2). In zoverre huidig middel de wettigheid van dit motief betwist, volstaat een verwijzing naar deze beoordeling. 9.
- De verzoekende partij heeft voorts haar wettigheidskritiek tegen het motief van het bestreden besluit kunnen aanvoeren en ook aangevoerd. Zij heeft zodoende geen belang bij de aangevoerde schending van de formelemotiveringsplicht. Het middel is in zoverre onontvankelijk. X-17.178-13/14 9.
- Het verzoekschrift bevat tenslotte geen voldoende duidelijke uiteenzetting van de wijze waarop volgens de verzoekende partij artikel 4.5.25 VCRO geschonden zou zijn. Hetzelfde geldt voor de door deze partij aangevoerde “bevoegdheidsoverschrijding”. Het middel is in zoverre evenzeer onontvankelijk. 9.
- Het middel wordt verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig april tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.178-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.466 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div