id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.493 Rolnummer: A. 230526/X-17700 Zaak: Arrest 247493 - Sluitingen van vestigingen - 05/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-05 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-26 03:24 Fiche Arrest nr 247.493 van 5 mei 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 247.493 van 5 mei 2020 in de zaak A. 230.526/X-17.700 In zake: CommV CAFE RUSTIEK 2830 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sam De Nyn en Evelien Tahon kantoor houdend te 1840 Londerzeel Oudemanstraat 25/3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE WILLEBROEK en de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE WILLEBROEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cies Gysen en Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 april 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Willebroek van 24 april 2020 tot sluiting en verzegeling van Café Rustiek, Dendermondsesteenweg 210 te 2830 Willebroek. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een nota en een administratief dossier ingediend. X-17.700-1/7 De partijen zijn overeenkomstig artikel 16, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ door de voorzitter van de Xe kamer te zijnen huize bijeengeroepen voor een virtuele terechtzitting via Skype, die heeft plaatsgevonden op dinsdag 5 mei 2020, om 10 u. Zoals op de website van de Raad van State aangekondigd, konden ook derden, op hun aanvraag, de zitting bijwonen. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Sam De Nyn en Evelien Tahon, die verschijnen voor de verzoekende partij en advocaat Jonas De Wit, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 24 april 2020, om 22.23 u, treft de lokale politie Mechelen-Willebroek in Café Rustiek, Dendermondsesteenweg 210 te 2830 Willebroek vijf personen aan: links van de inkomdeur zit een vrouw met een glas wijn; achter de toog staan een man en een vrouw; ten slotte zijn er ook een man en een vrouw die de uitbaters zouden zijn; op de toog staan twee flesjes bier en elders staat nog een drankje. Het café wordt “bij beslissing van heer Burgemeester” bestuurlijk gesloten en verzegeld. De sluiting gebeurt “op basis van het Art. 187 X-17.700-2/7 van de wet betreffende de Civiele Veiligheid en het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020”.
- Volgens verzoekster doen de feiten die tot de sluiting en de verzegeling aanleiding gaven, zich als volgt voor. R. V. D. en zijn echtgenote, N. D., zijn respectievelijk de schoonzoon en dochter van de statutaire zaakvoerder van verzoekster. Tijdens de gedwongen sluiting van het café door de coronacrisis voert R. V. D. enkele renovatiewerken uit, onder meer een dringende herstelling van een daklek. Ook moeten R. V. D. en N. D. dagelijks de kippen in de achtertuin van het café voeren. Gelet op de persconferentie van 24 april 2020 omtrent de exitstrategie van de nationale veiligheidsraad, zijn R. V. D. en N. D. “na de renovatiewerken aan het dak wat langer in het café gebleven om alles live op televisie te kunnen volgen”. Toen zij vernamen dat een heropening van het café al op 8 juni 2020 zou kunnen plaatsvinden, besloten zij “meteen een bestelling mondmaskers te plaatsen bij een kennis in China”. Omdat zij “niet meteen zeer onderlegd [bleken] te zijn in het gebruik van internet”, moesten ze “noodgedwongen” aan W. D. B., werkneemster in het café en sinds de coronamaatregelen tijdelijk werkloos gesteld, vragen “om ter plaatse te komen en te helpen bij het plaatsen van de online bestelling”. W. D. B. ging op dat verzoek in, maar diende zich door haar vriend, D. V. S., te laten vervoeren, omdat zij niet over een rijbewijs beschikt. “Eenmaal ter plaatse gekomen, kon de bestelling mondmaskers omstreeks 22 uur worden geplaatst.” IV. Ontvankelijkheid
- Volgens de verwerende partijen is de vordering onontvankelijk. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het X-17.700-3/7 toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
- Verzoekster zet uiteen dat de bestreden sluiting en verzegeling voor haar de volgende “drastische gevolgen” heeft: - de renovatiewerken die “volop” aan het pand in uitvoering zijn, kunnen niet worden afgewerkt “waardoor het momenteel letterlijk in het pand binnen regent”; - verzoekster moet zich kunnen voorbereiden op een mogelijke heropening van de horecazaken vanaf 8 juni 2020 en moet daartoe toegang hebben tot haar pand, waarin zich ook alle post, bevindt, de volledige administratie, de bedrijfscomputer, de kas- en dagboeken, de voorraadlijsten, de personeelsgegevens en -documenten; - de sluiting is onbeperkt qua duur, terwijl intussen de maandelijkse huur voort betaald moet worden en ook een personeelslid “haar inkomen uit de uitbating van de handelszaak ontvangt”; - verzoekster lijdt een “enorme reputatieschade” doordat “valselijk” de indruk wordt gewekt dat het café op 24 april 2020 open was; integendeel was de reden voor de “samenscholing” juist dat verzoekster online mondmaskers aan het aankopen was; X-17.700-4/7 - verzoekster houdt in haar achtertuin kippen die dagelijks gevoederd moeten worden, wat sinds 25 april 2020 niet meer mogelijk is omdat verzoekster geen toegang meer heeft tot haar pand. Beoordeling
- Het blijkt vooralsnog niet dat er – door R. V. D. – werken aan het café worden uitgevoerd, laat staan dat het er binnen zou regenen. Blijkens het administratief dossier brengt R. V. D., overigens pas voor het eerst een paar dagen ná 24 april 2020, alleen ter sprake dat hij een bestek zal opmaken om een aantal klusjes in het café uit te voeren. De foto’s van de “dakwerken pand te 2830 Willebroek, Dendermondsesteenweg 210”, die verzoekster als stuk 8 bijbrengt, betreffen, zoals zij ter terechtzitting toegeeft, niet het café maar een erachter gelegen schuur.
- De verzegeling waartoe de bestreden beslissing besluit, is blijkens stuk 10 van het administratief dossier beperkt tot de buitendeur en de deur die vanuit het privégedeelte toegang geeft tot de verbruikruimte. Voorts heeft de concrete voorbereiding met het oog op een eventuele heropening op 8 juni 2020 op het eerste gezicht alleen betrekking op wat opkuiswerk en de herschikking van tafels en stoelen vanwege de regel van social distancing. Die opkuis en herschikking vermogen in genen dele een uiterste urgentie te staven.
- Dat de sluiting en verzegeling voor een onbepaalde duur worden opgelegd, betekent niet dat ze onbegrensd zijn. Zoals de verwerende partijen ter zitting bevestigen, strekken ze ertoe de naleving van de bij ministerieel besluit opgelegde sluiting van de horeca-inrichtingen te waarborgen en reikt hun duur niet verder dan – “maximaal” – die van de ministeriële maatregel tot sluiting van cafés. X-17.700-5/7 Of verzoekster effectief een maandelijkse huur verschuldigd is, kan de Raad van State niet verifiëren. Er wordt geen bewijs van bijgebracht, er wordt zelfs geen bedrag vermeld. Even onduidelijk is op welke wijze de werkneemster van verzoekster “haar inkomen uit de uitbating van de handelszaak ontvangt” nu zij immers “sinds de inwerkingtreding van de corona-maatregelen op technische werkloosheid werd gesteld”.
- Dat verzoekster “valselijk” verweten wordt dat het café op 24 april 2020 open was en dat het er de aanwezigen alleen om ging mondmaskers online aan te kopen, komt vooralsnog ongeloofwaardig voor. Het verhaal dat verzoekster de Raad van State in dit verband voorschotelt, lijkt danig te rammelen: R. V. D. is geen daklek in het café aan het herstellen, al helemaal niet om 10 u ’s avonds; zelfs al zou het waar zijn, dan nog verklaart het niet ook de aanwezigheid van zijn vrouw; de mondmaskers zijn besteld ruim vóór de verklaring tijdens de persconferentie van de eerste minister dat cafés mogelijk op 8 juni 2020 zullen mogen opengaan; de betrokken factuur staat niet op naam van verzoekster maar is, met vermelding van diens adres en BTW-nummer, gericht aan (“Bill to”) R. V. D., die dakwerker is; het is op het eerste gezicht niet aannemelijk dat voor de internetbestelling speciaal W. D. B. moet worden opgetrommeld, die dan voor haar vervoer ook nog eens een beroep moet doen op een vriend; in het café zit nog een vijfde persoon te drinken, die in het verzoekschrift wordt doodgezwegen en die, blijkens de toelichting ter terechtzitting, een “toevallige passant” wordt genoemd.
- Blijkens stuk 7 van het administratief dossier is de bestreden sluiting en verzegeling juist beperkt geworden tot “het verbruikersgedeelte van het café, normaal gesproken toegankelijk voor het publiek’ opdat er nog water zou kunnen worden afgenomen om de kippen op het terrein achter het café te verzorgen. X-17.700-6/7
- Samengevat, doet verzoekster niet aannemen dat de zaak zodanig spoedeisend is dat zij geacht kan worden, zoals vereist is, in een geval van uiterst dringende noodzakelijkheid te verkeren. Minstens één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.700-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.493 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div