id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.520 Rolnummer: A. 227699/VII-40516 Zaak: Arrest 247520 - Dierenwelzijn - 11/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-11 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-26 03:26 Fiche Arrest nr 247.520 van 11 mei 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.520 van 11 mei 2020 in de zaak A. 227.699/VII-40.516 In zake : Bart SAMYN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Coppens kantoor houdend te 8800 Roeselare Westlaan 358 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 maart 2019, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van de heren Peter Cabus, secretaris-generaal, en Paul Van Snick, afdelingshoofd Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn, van het Vlaamse Gewest, Departement Omgeving, dd. 22 januari 2019 houdende het definitief in eigendom geven van de 253 duiven van [Bart Samyn] aan het vogelopvangcentrum van Malderen dat daarmee instemt”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.516-1/4 Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alain Coppens, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Kristien Vanderheiden, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Gegevens van de zaak 3.
- De inspectie Dierenwelzijn beslist op 22 januari 2019 om 253 duiven, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, definitief in volle eigendom te geven aan een erkend opvangcentrum dat hiermee instemt. Dit is de bestreden beslissing. 3.
- De verwerende partij meldt bij e-mailbericht van 24 januari 2020 dat de duiven die het voorwerp uitmaken van de onderhavige procedure, ondertussen zijn geëuthanaseerd “wegens de hoge kost voor opvang en gebrek aan VII-40.516-2/4 geschikte opvangplaatsen”. Hun “stoffelijk overschot werd gebruikt als voer voor andere dieren in het reservaat”. IV. Toepassing van de kortedebattenprocedure
- Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen de duiven terug te geven aan verzoeker. Verzoekers recht van toegang tot de rechter wordt te dezen niet in het gedrang gebracht. Er staan voor verzoeker immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen.
- Het beroep is niet ontvankelijk. Er is dus geen reden om de door verzoeker in het vierde middel opgeworpen prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen. Op grond van artikel 26, § 2, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof is de Raad van State immers niet gehouden de prejudiciële vraag te stellen wanneer, zoals te dezen, de zaak niet kan worden behandeld om redenen niet-ontvankelijkheid, tenzij wanneer die redenen ontleend zijn aan normen die zelf het onderwerp uitmaken van het verzoek tot het stellen van de prejudiciële vraag. V. Rechtsplegingsvergoeding
- Gelet op de vaststelling dat het beroep moet worden verworpen wegens de definitieve toestand die is ontstaan ten gevolge van het euthanaseren van de duiven, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. VII-40.516-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
- De Raad van State heropent het debat wat betreft de vordering tot schadevergoeding tot herstel.
- De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat met het onderzoek van die vordering. Dit arrest is uitgesproken op elf mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.516-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.520 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.998 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div