← België

Arrest 247525 - Erkenningen (laboratoria tandprothezen, enz.) - 11/05/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.525 Rolnummer: A. 229853/VII-40729 Zaak: Arrest 247525 - Erkenningen (laboratoria tandprothezen, enz.) - 11/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-11 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-26 03:26 Fiche Arrest nr 247.525 van 11 mei 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Erkenningen (laboratoria tandprothezen, enz.) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.525 van 11 mei 2020 in de zaak A. 229.853/VII-40.729 In zake : Veronique PILLEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Decleer kantoor houdend te 8000 Brugge Gentpoortstraat 46 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 24 december 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Agentschap Zorg & Gezondheid van 22 oktober 2019 waarbij verzoeksters erkenningsaanvraag in de Cardiovasculaire kinesitherapie wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de VII-40.729-1/6 Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Herwig Moons, die loco advocaat Hilde Decleer verschijnt voor verzoekster, en advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoekster dient op 27 december 2016 een erkenningsaanvraag in de Cardiovasculaire kinesitherapie in. 3.
  6. De erkenningscommissie heeft vastgesteld dat het dossier van verzoekster onvolledig was. Verzoekster wordt verschillende malen uitgenodigd het dossier te vervolledigen. 3.
  7. Op 13 juni 2019 ontvangt verzoekster een voornemen tot weigering. 3.
  8. Verzoekster maakt op 14 juli 2019 een bezwaarnota over. VII-40.729-2/6 3.
  9. Op 26 september 2019 adviseert de erkenningscommissie de aanvraag negatief: “Uw aanvraagdossier voldoet niet aan de kwalificatievereisten om de bijzondere beroepsbekwaamheid in de cardiovasculaire kinesitherapie te bekomen, zoals vermeld in artikel 5 van het ‘ministerieel besluit van 22 april 2014 tot vaststelling van de bijzondere erkenningscriteria waarbij de kinesitherapeuten gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid in de cardiovasculaire kinesitherapie’. U levert geen bewijs dat u beschikt over een diploma of getuigschrift van een specifieke opleiding of afstudeerrichting in de cardiovasculaire kinesitherapie. U levert geen bewijs van voldoende ervaring en algemeen bekend als bijzonder bekwaam in de cardiovasculaire kinesitherapie. Tevens levert u onvoldoende bewijs aan van bijscholingen of van een persoonlijke publicatie om in aanmerking te komen voor de erkenning van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de cardiovasculaire kinesitherapie. De bewijsstukken waarop u zich wenst te beroepen in het kader van een aanvraag op basis van overgangsmaatregelen, moeten handelen over opleidingen, stages en ervaringen die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2017”. 3.
  10. Het afdelingshoofd Informatie en Zorgberoepen heeft het advies van de erkenningscommissie gevolgd. Op 22 oktober 2019 wordt verzoekster ervan in kennis gesteld dat zij geen erkenning krijgt in de Cardiovasculaire kinesitherapie. Het negatief advies van de erkenningscommissie is gevoegd als bijlage bij die kennisgeving. IV. Ontvankelijkheid van het annulatieberoep Verzoekschrift
  11. Verzoekster zet in haar verzoekschrift, onder de hoofding “middelen tot nietigverklaring” het volgende uiteen: “Verzoekster is van oordeel dat zij voldoende opleidingen, bijscholingen en ervaring heeft. Zij zal legde alle stukken voor, meer getuigschriften van opleiding. VII-40.729-3/6 Verzoekster merkt op dat er indien al haar punten juist geregistreerd werden in de pqk-website, zij haar navormingspunten reeds gehaald had voor de in de eerste kwaliteitskineperiode vereiste punten. Bij het checken van de lijsten, kwam verzoekster tot de vaststelling dat er meerdere registratie problemen waren waardoor zij eigenlijk veel meer punten dan de vereiste zou behaald hebben. Zij is bezig dit alsnog recht te trekken. Verzoekster vroeg tevens aan de bevoegde minister om, net zoals bij de dokters, met terugwerkende kracht, haar geslaagde creditvakken van het schakelprogramma naar de Master in Management en Beleid van Gezondheidszorg aan de U.Gent als voldoende kwaliteitsopleiding verklaren voor die periode van 2010 t/m
  12. Dit was de vraag van verzoekster voor haar verbetertraject van kwaliteitskine in 2019 aan Minister Maggie De Block. Als dit positief wordt beantwoord, is het zelfs niet eens nodig dit recht te trekken, doch hiervoor wacht verzoekster op antwoord. De evaluatie van haar verbetertraject moet ingediend worden tegen 31.12.2019.”
  13. Krachtens artikel 2, § 1, 3° van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) dient het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en de middelen te bevatten. Bij gebreke hieraan is het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk. Onder “middel in de zin van de voormelde bepaling dient te worden verstaan: de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. Het verzoekschrift bevat geen “middel in de zin van de voormelde bepaling van het algemeen procedurereglement. Het zonder meer weerspreken door verzoekster van de conclusie van de verwerende partij voldoet niet aan die vereiste. Noch het weinig begrijpelijke betoog van verzoekster met betrekking tot een registratieprobleem, noch de argumentatie met betrekking tot een verzoek gericht aan de Minister van Volksgezondheid dat een en ander overbodig zou kunnen maken, zijn van aard anders te besluiten. Het feit dat de verwerende partij, ondanks de door haar opgeworpen exceptie, de verzuchtingen VII-40.729-4/6 van verzoekster alsnog summier heeft beantwoord in de memorie van antwoord, neemt niet weg dat het beroep niet ontvankelijk is. Dit vormgebrek kan, na het verstrijken van de beroepstermijn, niet meer worden goedgemaakt tijdens het verdere verloop van het geding. Een initieel onontvankelijk verzoekschrift kan niet meer ontvankelijk worden gemaakt door aanvullingen in latere memories.
  14. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht.
  15. Gelet op het bepaalde van artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, is er aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimumbedrag van 140 euro. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.729-5/6 Dit arrest is uitgesproken op elf mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.729-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.525 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.