← België

Arrest 247526 - Sluitingen van vestigingen - 11/05/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.526 Rolnummer: A. 229619/VII-40753 Zaak: Arrest 247526 - Sluitingen van vestigingen - 11/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-11 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-26 03:27 Fiche Arrest nr 247.526 van 11 mei 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.526 van 11 mei 2020 in de zaak A. 229.619/VII-40.753 In zake: C.S.C. C&A BELGIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Victor Vandebeek kantoor houdend te 1050 Brussel F.D. Rooseveltlaan 89, bus 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ivan-Serge Brouhns en Gregory Verhelst kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 18 november 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 9 september 2019 met betrekking tot het beroep tegen de beslissing van Leefmilieu Brussel betreffende het bevel tot stopzetting van de activiteiten gelegen te 1030 Schaarbeek, de Genèvestraat 512 (genoemd: Site Genève), zoals dit werd meegedeeld bij e-mail en aangetekende zending, ontvangen op 16 september
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.753-1/10 Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat John Toury, die loco advocaat Victor Vandebeek verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Ivan-Serge Brouhns en Gregory Verhelst, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoekende partij exploiteert een handelszaak op de site Genève aan de Genèvestraat 512 in Schaarbeek. De site is eigendom van Eddy Soors, die ook de houder is van de milieuvergunning voor het exploiteren van onder meer een winkel voor detailverkoop (oppervlakte 10.850m²), een overdekte parking met 48 plaatsen, een parking in open lucht met 106 plaatsen, en een transformator. De verzoekende partij heeft een handelshuurovereenkomst met de eigenaar/exploitant. 3.
  7. Naar aanleiding van klachten van buurtbewoners en een vraag van de gemeente worden er overtredingen van exploitatievoorwaarden vastgesteld, en de eigenaar/exploitant wordt met een brief van 15 juni 2017 aangemaand de toestand te regulariseren. VII-40.753-2/10 3.
  8. Na nieuwe klachten van buurtbewoners worden er geluidsmetingen uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de normen opgenomen in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2002 betreffende de strijd tegen geluids- en trillingenhinder worden overschreden. De verslagen van 20 februari 2018 worden met een brief van 20 maart 2018 aan de eigenaar/exploitant bezorgd, en er wordt hem gevraagd om binnen een termijn van 30 dagen een actieplan te bezorgen met concrete maatregelen om de exploitatie in overeenstemming te brengen met de geldende voorwaarden. Hij antwoordt dat hij de verslagen en het verzoek heeft doorgestuurd aan de verschillende aanwezige handelaars, met de vraag om het nodige te doen. Terwijl inmiddels een nieuwe klacht wordt ingediend namens buurtbewoners, antwoordt Leefmilieu Brussel aan de eigenaar/exploitant dat het hem als vergunninghouder toekomt om een actieplan op te maken en voor te leggen. Deze antwoordt met het voorstel om pictogrammen aan te brengen die een verbod op claxonneren signaleren. 3.
  9. Er volgen herinneringen namens buurtbewoners aan Leefmilieu Brussel en door Leefmilieu Brussel aan de eigenaar/exploitant. 3.
  10. Met een brief van 6 juni 2018 stelt Leefmilieu Brussel de eigenaar/exploitant in kennis van het voornemen om de vergunningsvoorwaarden te wijzigen. Er wordt hem gevraagd om zijn opmerkingen bij het bijgevoegde ontwerp te bezorgen. Hij antwoordt in hoofdzaak dat zijn handelshuurders onwillig zijn, dat er moet worden ingegrepen in de afzonderlijke vergunningen waarover sommige van die huurders beschikken, en hij betwijfelt de bevoegdheid van Leefmilieu Brussel. 3.
  11. Er volgen een nieuwe klacht, een hoorzitting, een aanmaning, en opmerkingen namens de eigenaar/exploitant. 3.
  12. Na een nieuwe geluidsmeting wordt een proces-verbaal opgemaakt waarin een milieumisdrijf wordt vastgesteld. Met een brief van 21 december 2018 bezorgt Leefmilieu Brussel aan de eigenaar/exploitant een VII-40.753-3/10 ontwerp van besluit tot schorsing van de milieuvergunning, waarover hij zijn opmerkingen kan bezorgen, wat hij doet met een brief van 21 januari
  13. 3.
  14. Met een brief van 2 januari 2019 bezorgt Leefmilieu Brussel aan de eigenaar/exploitant een besluit tot wijziging van de vergunningsvoorwaarden. Deze dient een bestuurlijk beroep in. 3.
  15. Op 20 februari 2019 (brief van 26 februari) schorst Leefmilieu Brussel de milieuvergunning. Met een aangetekende brief van 8 maart 2019 laat de raadsman van de exploitant weten dat zijn cliënt onherroepelijk en definitief verzaakt aan zijn milieuvergunning. 3.
  16. Met een brief van 29 maart 2019 laat de raadsman van de eigenaar aan het Milieucollege weten dat, gelet op de verzaking, het beroep tegen de beslissing tot wijziging van de vergunningsvoorwaarden zonder voorwerp is geworden. Op 8 april 2019 stelt het Milieucollege dit formeel vast. 3.
  17. Met een aangetekende brief van 1 april 2019 laat Leefmilieu Brussel weten het verzaken aan een milieuvergunning zonder overdracht ervan aan een andere exploitant te beschouwen als een melding van stopzetting van exploitatie (verwijzend naar artikel 63, § 1, 6°, van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen). 3.
  18. Op 16 april 2019 wordt een proces-verbaal opgemaakt ten laste van de eigenaar, wegens het exploiteren zonder vergunning. Op 10 juli 2019 wordt een tweede proces-verbaal opgemaakt, ditmaal zowel ten laste van de eigenaar als ten laste van de verschillende op de site aanwezige handelaars. 3.
  19. Met brieven van 23 juli 2019 beveelt Leefmilieu Brussel aan zowel de eigenaar als aan de op de site aanwezige handelaars om voor 15 september 2019 de exploitatie stop te zetten van: - verschillende winkels met een gezamenlijke oppervlakte van 10.850 m² (rubriek 90, klasse 1D); VII-40.753-4/10 - een transformator van 1000 kVA (rubriek 148 A, klasse 3); - een openlucht parking van 106 plaatsen en een overdekte parking van 48 plaatsen (rubriek 68 B, klasse 1B (voorheen rubrieken 68B en 152B)). 3.
  20. De eigenaar en acht handelaars dienen bestuurlijke beroepen in. 3.
  21. Op 9 september 2019 spreekt het Milieucollege zich uit over de samengevoegde beroepen. De beroepen van de handelaars worden onontvankelijk bevonden. In hoofde van de eigenaar wordt het bevel tot stopzetting bevestigd, maar de termijn wordt verlengd tot 15 december 2019, ‘met het oog op de indiening van een volledige aanvraag tot milieuvergunning voor de site in kwestie’. De motivering luidt: “3.
  22. Wat betreft de beroepen van bvba KRUIDVAT, bvba BASIC-FIT BELGI-UM, gcv C&A BELGIË, bvba ACTION BELGIUM, bvba BLIN, nv ANISERCO en nv PRO DUO Er wordt niet betwist dat de uitbating van de ingedeelde inrichtingen in casu het voorwerp moet uitmaken van een milieuvergunning. Een dergelijke milieuvergunning werd aan geen van deze zeven verzoeksters afgeleverd. Aangezien een beslissing van het Milieucollege dat de beroepen van deze zeven verzoeksters zou ontvangen op geen enkele manier het effect zou kunnen hebben dat de onrechtmatige uitbating hervat kan worden, volgt hieruit dat de zeven beroepen ingediend door de maatschappijen onontvankelijk dienen te worden verklaard, bij gebreke aan rechtmatig belang, in zoverre zij de intrekking van de stopzetting beogen. 3.
  23. Wat betreft het beroep van de heer SOORS Krachtens artikel 3, 4°, van de ordonnantie van 1997 wordt de uitbating als volgt gedefinieerd: “de vestiging, de indienststelling, de instandhouding, het gebruik of het onderhoud van een inrichting, alsook elke vorm van emissie afkomstig van een inrichting”. De heer SOORS, die voorhoudt geen titularis meer te zijn van de milieuvergunning tengevolge van de afstand die hij ervan heeft gedaan, blijft evenwel uitbater in de zin van de ordonnantie van 1997 aangezien hij de Installaties heeft gevestigd en blijft uitbaten zoals blijkt uit het feit dat de installaties nog steeds ter beschikking van zijn huurders worden gesteld en dat hij de huurgelden blijft ontvangen. De afstand van een milieuvergunning zonder deze over te dragen op een andere houder, vormt een kennisgeving van stopzetting van activiteit in de zin van artikel 63, §1, 6°, van de ordonnantie van
  24. Leefmilieu Brussel is niet bevoegd om een kennisgeving van stopzetting van activiteit te kunnen aanvaarden of weigeren, ze kan hier slechts nota van nemen en er wettelijke gevolgen aan verbinden, namelijk, in de eerste plaats, door op te leggen dat de site van de inrichting in goede staat wordt hersteld (artikel 63, §2, van ordonnantie van 1997), zoals ze ook heeft gedaan in haar brief van VII-40.753-5/10 akteneming van de afstand van 1 april 2019, en ten tweede door na te gaan of er geen activiteiten meer plaatsvinden op de site. Gezien de voortzetting van de activiteiten op de site is het dus terecht dat het proces-verbaal van 10 juli 2019 werd opgesteld en dat de stopzetting van de activiteiten werd bevolen. Ondergeschikt vordert de heer SOORS de verlenging van de termijn voor het indienen van een volledige milieuvergunning voor de ingedeelde inrichtingen tot 15 september
  25. Het Milieucollege oordeelt dat het getuigt van goed bestuur om het bevel tot stopzetting op te schorten tot 15 december 2019, met het oog op de indiening van een volledige aanvraag tot milieuvergunning voor de site in kwestie.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  26. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunten van de partijen
  27. De verzoekende partij wijst er op dat de termijn waarbinnen de onvergunde activiteiten moeten worden stopgezet door de bestreden beslissing werd verlengd van 15 september tot 15 december 2019 ‘met het oog op de indiening van een volledige aanvraag tot milieuvergunning voor de site in kwestie’, maar voor zover zij weet heeft de eigenaar geen vergunningsaanvraag ingediend, zodat zij vreest ‘dat de gehele exploitatie op de site op 15 december 2019 daadwerkelijk (gedwongen) zal worden stilgelegd’. De onmiddellijke uitvoerbaarheid van de bestreden beslissing enerzijds en het gebrek aan handelen in hoofde van de heer Eddy Soors anderzijds brengen met zich mee dat de verzoekende partij het slachtoffer dreigt te worden VII-40.753-6/10 van de termijnen zoals opgelegd in de bestreden beslissing en bijgevolg op 15 december 2019 noodgedwongen haar exploitatie zal moeten sluiten. Dit met alle gevolgen van dien, wat het einde kan betekenen voor de plaatselijke exploitatie van de verzoekende partij daar ‘het jaarcijfer’ wordt gerealiseerd door de aankopen in de eindejaar periode alsook de aankopen tijdens de solden vanaf januari. In diezelfde zin worden hierdoor de jobs bedreigd van de werknemers van de exploitatie van beroeper. Duidelijk is dat de uitvoering van de betreden beslissing op een onomkeerbare wijze nadelige gevolgen met zich zal meebrengen. In de mate dat de onderhavige procedure evenwel bij spoedeisendheid door de Raad van State kan worden behandeld, kan dit de uitvoering van de bestreden beslissing tijdig verhinderen. Immers de behandelingsprocedure bij spoedeisendheid loopt veel sneller dan een volledige instaatstelling van de procedure tot vernietiging. Met een zuivere behandeling van een beroep tot nietigheid zonder schorsing, zal het kwaad reeds geschied zijn en zal de exploitatie gedwongen stopgezet zijn geworden vooraleer er een uitspraak zal zijn over de vernietigingsprocedure. Dit gegeven brengt met zich mee dat de verzoekende partij - bij gebreke aan behandelingsprocedure bij spoedeisendheid - op een evidente wijze onherroepelijke schade zal ondervinden die hem nadelig raakt. Immers de verzoekende partij wenst door het instellen van het schorsingsverzoek juist ten allen prijze te vermijden dat haar exploitatie op een volkomen onwettige wijze (zie hiervoor de aangegeven ernstige middelen) definitief zal worden aangetast door de gedwongen stopzetting.
  28. De verwerende partij wijst op de meest recente jaarrekening van de verzoekende partij en op het daarin vermelde balanstotaal, het eigen vermogen en de bedrijfswinst. De verzoekende partij legt geen concrete begroting voor van het financieel nadeel dat haar kan worden berokkend door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, maar er mag redelijkerwijze worden aangenomen dat VII-40.753-7/10 de sluiting van één van haar vestigingen tijdens de behandelingstermijn van het beroep tot nietigverklaring niet haar voortbestaan in het gedrang brengt. Zij wijst er op dat het nuttig voordeel dat een verzoekende partij beoogt met de vordering tot schorsing rechtmatig moet zijn. De vordering tot schorsing heeft in deze zaak alleen maar tot doel om verzoekster toe te laten haar uitbating als huurder in een illegaal complex verder te zetten, zonder dat uitzicht bestaat op een regularisatie van deze toestand. De exploitant heeft ervoor gekozen om geen remediërende maatregelen te nemen om een einde te stellen aan de schorsing van de milieuvergunning, maar integendeel afstand te doen van de milieuvergunning. Er is dus geen enkele milieuvergunning meer voorhanden op dit ogenblik, of minstens is de destijds afgeleverde milieuvergunning niet meer uitvoerbaar. Beoordeling
  29. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak VII-40.753-8/10 te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. Het komt aan de verzoekende partij toe om aan de hand van concrete feiten te overtuigen van de urgentie van de zaak.
  30. De verzoekende partij toont met haar vage en algemene uiteenzetting niet aan dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met onherroepelijk schadelijke gevolgen. Zij maakt niet aannemelijk dat zij een nadeel lijdt en zet evenmin uiteen waarom daaraan dringend moet worden verholpen. Een uiteenzetting, beperkt tot algemeenheden of een loutere verwijzing naar de duur van de annulatieprocedure en zonder ook maar enig licht te doen schijnen op de onherroepelijke schadelijke gevolgen voor de verzoekende partij bij een tenuitvoerlegging van de bestreden akte, volstaat niet om de spoedeisendheid aan te tonen.
  31. Er is niet voldaan aan de eerste door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen Die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-40.753-9/10 Dit arrest is uitgesproken op elf mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.753-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.526 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.365 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.