id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.527 Rolnummer: A. 230456/VII-40789 Zaak: Arrest 247527 - Kansspelen - 11/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-11 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-26 03:27 Fiche Arrest nr 247.527 van 11 mei 2020 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 247.527 van 11 mei 2020 in de zaak A. 230.456/VII-40.789 In zake:
- de NV E.C.K.
- de NV LUNATIM
- de BV LUNA INVEST
- de NV DE CEUSTER CONTINENTAL
- de NV ALOHA
- de NV LUCKY SEVEN
- de NV OLYMPIAN GAMES
- de NV NAPOLEON GAMES SPORTS
- de NV NGG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gauthier van Thuyne, Fee Goossens en Alexander Pirard kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 268 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie
- de KANSSPELCOMMISSIE bij de FOD Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 april 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het standpunt van de KSC ( Verplichte stortingslimiet maximaal 500 EUR per week , [...]), strekkende tot het opleggen van: VII-40.789-1/14
(1)een verplichte stortingslimiet van maximaal 500 EUR per individuele speler per week op de online speelrekeningen over alle vergunde websites heen, zonder mogelijkheid om deze limiet momenteel te verhogen; en
(2)de verplichting tot de onmiddellijke terugbetaling door kansspeloperatoren die zich niet houden aan bovenvermelde limiet aan de personen die hierdoor effectief worden benadeeld . II. Verloop van de rechtspleging 2. Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 12 van 21 april 2020 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’ wordt de zaak behandeld zonder openbare terechtzitting. De verwerende partijen hebben een nota en een administratief dossier ingediend. De verzoekende partijen en de verwerende partijen hebben vervolgens een pleitnota ingediend. Het aangewezen lid van het auditoraat heeft een geschreven advies neergelegd dat de partijen op 5 mei 2020 via elektronische weg ter kennis werd gebracht. Tegelijk met de mededeling van dit advies heeft staatsraad Peter Sourbron het debat gesloten en de zaak in beraad genomen. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-40.789-2/14 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Artikel 6 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 ‘betreffende de voorwaarden voor het uitbaten van kansspelen en weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten’ (hierna: koninklijk besluit van 25 oktober 2018) bepaalt: “§ 1. De houders van een vergunning klasse A+, B+ of F1+ zijn ertoe gehouden om: 1° verplichte speellimieten op te leggen die door de spelers verlaagd kunnen worden met onmiddellijke ingang:
- a)per week mag door een speler maximaal 500 euro worden opgeladen op zijn online speelrekeningen alle kansspelen en weddenschappen inbegrepen waaraan hij kan deelnemen.
- b)een speler kan een verhoging van zijn speellimiet op elektronische wijze aanvragen, waarna hij pas na drie dagen met deze verhoogde limiet kan spelen. De vergunninghouder geeft de commissie onmiddellijk en op elektronische wijze kennis van deze verzoeken. Binnen de drie dagen na de ontvangst van het verzoek laat de commissie weten of een dergelijk verzoek kan worden ingewilligd nadat de commissie op elektronische wijze aan de Nationale Bank heeft gevraagd of de speler als wanbetaler gekend is in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren. De verhoging wordt niet toegestaan voor spelers die als wanbetaler gekend zijn in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren van de Nationale Bank van België. Wanneer haar wordt gevraagd om de speellimiet van een speler te verhogen, verifieert de commissie de gegevens van de spelersaccount met het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren. De commissie gaat maandelijks bij de Nationale Bank na of de spelers aan wie een verhoging van hun speellimiet werd toegestaan, voorkomen in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren. Indien een speler voorkomt in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren, wordt een einde gesteld aan de toelating voor de verhoging van zijn speellimiet. 2° de mogelijkheid tot tijdelijke zelfuitsluiting aan te bieden. Tijdens deze periode moeten de aanbieders zich onthouden van promotionele acties; 3° klanten te informeren over de mogelijke risico's van deelname aan kansspelen of weddenschappen middels notificaties en pop-ups. Deze maatregelen moeten worden gedocumenteerd en op eenvoudig verzoek van de kansspelcommissie ter beschikking worden gesteld. VII-40.789-3/14 § 2. De houders van een vergunning klasse A+, B+ of F1+ zijn ertoe gehouden om elke tussenkomst van elektronische betaalsystemen te weigeren bij het opladen van speelrekeningen indien deze elektronische betaalsystemen toelaten dat de speler zijn kredietkaart gebruikt als stortingsmethode. § 3. De houders van een vergunning klasse A+, B+ of F1+ mogen aan de spelers geen kosten aanrekenen voor het aanmaken, het beheren of het sluiten van een speelrekening”. De inwerkingtredingsbepaling van artikel 13 van hetzelfde koninklijk besluit luidt als volgt: “Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de achtste maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 6, § 1, 1°,
- b)dat uiterlijk in werking treedt op 1 januari 2019 of in voorkomend geval, op een latere datum bepaald door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit. Bij de inwerkingtreding van de tekst kunnen de bestaande spelers voor hun eerste inzet de speellimiet bedoeld in art. 6 § 1 onmiddellijk verhogen en dit gedurende de 6 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit”. Er is geen in ministerraad overlegd koninklijk besluit genomen waarvan sprake in artikel 13, eerste lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018. 3.2. In het Belgisch Staatsblad van 7 december 2018 wordt als “addendum” een verslag aan de Koning bij dit koninklijk besluit gepubliceerd. Over artikel 6 van het koninklijk besluit wordt onder meer de volgende toelichting verstrekt: “Dit artikel beoogt het legaal aanbod van online kansspelen en weddenschappen aan strikte voorwaarden te onderwerpen op vlak van speellimieten. Onder speellimiet dient begrepen te worden, een limiet die opgelegd wordt op het spijzen van de speelrekening. Het opleggen van beperkingen aan het vrij verkeer van diensten is volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie enkel mogelijk indien het ook effectief op een proportionele en coherente wijze bijdraagt aan de bescherming van spelers tegen overmatige geldverkwisting en risico's inzake gokverslaving. Een effectief middel om geldverkwisting en gokverslaving tegen te gaan is het opleggen van verplichte speellimieten: VII-40.789-4/14 Per week mag door een speler maximaal 500 euro worden opgeladen op zijn online speelrekeningen overheen alle kansspelen en weddenschappen waaraan hij deelneemt. De spelers kunnen die limieten verlagen met onmiddellijke ingang. De spelers kunnen verhoging van hun speellimiet aanvragen, waarna ze na drie dagen met deze verhoogde limiet kunnen spelen. Zo wordt een reflectieperiode over de eigen financiële mogelijkheden ingebouwd. [...] Deze verhoging wordt echter niet toegestaan aan spelers die als wanbetaler gekend zijn op de Centrale voor kredieten aan particulieren lijst van de Nationale Bank van België. Spelers die gekend zijn voor overmatige schuldenlast werden al eerder uitgesloten van kansspelen en weddenschappen via het EPIS systeem”. De toelichting bij artikel 13 gaat als volgt: “Artikel 13 voorziet in een overgangsperiode van acht maanden zodat de kansspel- en wedoperatoren zich aan de nieuwe vergunningsvereisten kunnen aanpassen met uitzondering van artikel 6, § 1, 1°,
- b)dat uiterlijk in werking treedt op 1 januari 2019. De informatisering van de link tussen de KSC en de kredietcentrale aan particulieren van de Nationale Bank van België bepaalt de uiteindelijke datum van de inwerkingtreding van art. 6, § 1, namelijk op uiterlijk 1 januari 2019. Deze datum betreft een realistische inschatting van de oplevering van deze informatisering. Indien deze informatisering niet tijdig gerealiseerd zou kunnen worden, kan de inwerkingtreding via een in ministerraad overlegd koninklijk besluit worden uitgesteld. Bij de inwerkingtreding van de tekst kunnen de bestaande spelers voor hun eerste inzet de speellimiet bedoeld in art. 6, § 1 onmiddellijk verhogen en dit gedurende de 6 maanden na de inwerkingtreding van dit Koninklijk Besluit”. 3.3. Op 11 december 2019 keurt de Kansspelcommissie een ‘openbaar standpunt’ goed met betrekking tot de toepassing van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018. Dit standpunt wordt op 23 januari 2020 op de website geplaatst. Daarin wordt het volgende gesteld over de verhoging van de speellimiet: “Stortingslimiet[…] Art. 6, § 1, 1° Maximumbedrag Overeenkomstig artikel 6, §1, 1°,
- a)van het koninklijk besluit mag per week[…] door een speler maximaal 500 euro worden opgeladen op zijn online speelrekeningen alle kansspelen en weddenschappen inbegrepen waaraan hij VII-40.789-5/14 kan deelnemen. Zoals uit de tekst blijkt, geldt deze limiet per individuele speler en over alle vergunde websites heen.[…] Bij elke storting die de speler wenst uit te voeren, controleert de vergunninghouder bij de Kansspelcommissie of de storting toegelaten is. De speler heeft pas toegang tot het gestorte bedrag als speelkrediet, nadat de operator bevestiging heeft dat de storting is toegelaten. Indien slechts een deel van het gestorte bedrag de limiet te boven gaat, wordt het bedrag dat de limiet te boven gaat onmiddellijk teruggestort. Als een gedeeltelijke terugstorting niet mogelijk is, wordt het gehele bedrag teruggestort. Wijziging van de limiet Spelers kunnen een aanpassing van hun limiet aanvragen via de website van de vergunninghouder. De vergunninghouder geeft de Kansspelcommissie onmiddellijk en op elektronische wijze kennis van deze verzoeken. De Kansspelcommissie zal de aanvragen tot wijziging op automatische wijze beoordelen. - Een verlaging wordt steeds toegekend. Deze toekenning heeft meteen uitwerking. - Een verhoging naar een bedrag boven de 500 euro wordt toegekend, tenzij de speler die de wijziging aanvraagt, gekend is als wanbetaler in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren. Een verhoging naar een bedrag van maximaal 500 euro wordt altijd toegekend. De toegekende verhoging kan pas uitwerking hebben vanaf drie dagen na de aanvraag van de verhoging. De commissie gaat maandelijks bij de Nationale Bank na of de spelers aan wie een verhoging van hun stortingslimiet werd toegestaan, gekend zijn als wanbetaler in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren. Deze maandelijkse controles gebeuren zolang de speler een limiet heeft die hoger ligt dan 500 euro. De stortingslimiet wordt automatisch opnieuw ingesteld op het standaardbedrag van 500 euro wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: - de limiet is gedurende 6 maanden ongewijzigd gebleven; - de limiet bedraagt meer dan 500 euro; en - de speler heeft gedurende 6 maanden geen stortingen meer uitgevoerd. Indien de Kansspelcommissie vaststelt dat een speler voorkomt in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren, wordt een einde gesteld aan de toelating voor de verhoging van zijn stortingslimiet. Dit laatste houdt in dat de limiet voor deze speler opnieuw wordt ingesteld op de standaardlimiet van 500 euro. Een dergelijke vaststelling kan onder meer gebeuren tijdens de hierboven vermelde maandelijkse controles of in het kader van een aanvraag tot verhoging van de limiet. De vergunninghouders moeten op elk moment kunnen aantonen dat zij deze vereisten naleven. Het is aangewezen dat de vergunninghouders aan de spelers nuttige informatie meegeven over de verhoging van de limiet. Deze informatie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de wachttermijn van drie dagen die geldt bij een verhoging en op het feit dat de gegevens van de speler bij een verhoging opgezocht zullen worden in het bestand van de Centrale voor kredieten aan particulieren. Het is eveneens aangewezen dat de vergunninghouders VII-40.789-6/14 bijkomende maatregelen nemen ter bescherming van de speler, zoals bijvoorbeeld het beperken van de verhoging tot 500 euro per drie dagen. Voorlopige situatie in afwachting van een informatiesysteem Deze bepaling is reeds in werking getreden, maar er bestaat momenteel geen informatiesysteem dat de stortingen van alle spelers bijhoudt en aftoetst aan een stortingslimiet op centraal niveau. In afwachting van een dergelijk systeem, passen de houders van een aanvullende vergunning de limiet van 500 euro toe op hun eigen website. De houders van een vergunning zijn er dus toe gehouden om te voorkomen dat spelers per week niet meer dan 500 euro kunnen opladen op hun spelersrekening.[…] Spelers kunnen deze limiet met onmiddellijke ingang verlagen.[…] Een informatiesysteem dat de gegevens van spelers kan raadplegen in de Centrale voor kredieten aan particulieren bestaat op dit ogenblik evenmin. Bijgevolg is het voor spelers nog niet mogelijk om hun stortingslimiet te verhogen”. 3.4. Op 6 april 2020 plaatst de Kansspelcommissie het volgende bericht op haar website: “Verplichte stortingslimiet: maximaal 500 EUR per week Als speler mag u per week maximaal 500 euro opladen op uw online speelrekeningen. Deze limiet geldt per individuele speler en over alle vergunde websites heen. Dat betekent dat u vandaag niet meer dan 500 EUR kunt opladen per kansspelwebsite. Deze maatregel is er om de spelers te beschermen. Momenteel is het niet mogelijk om een verhoging van deze limiet toe te staan. U kunt daarentegen wel reeds een verlaging van deze limiet aanvragen. U kunt dit doen via de kansspelwebsite zelf. Een verlaging wordt steeds toegekend. Deze verlaging wordt meteen toegepast. U kunt later dan nog steeds aanvragen om uw limiet aan te passen tot maximaal 500 EUR. Een verhoging wordt toegepast vanaf drie dagen na de aanvraag ervan. Mocht een kansspeloperator zich niet houden aan deze wettelijke limieten, dan kunt u ons dat melden via info@gamingcommission.be. Als u effectief werd benadeeld, dan moet het bedrag onmiddellijk worden teruggestort. De Kansspelcommissie kan onder meer overgaan tot het sanctioneren van de vergunninghouders die zich niet houden aan de wettelijke regels”. Dit is de bestreden akte. VII-40.789-7/14 IV. Ontvankelijkheid van de vordering Aanvechtbare administratieve rechtshandeling Standpunt van de partijen 4. De verzoekende partijen stellen dat het bestreden bericht een aanvechtbare administratieve rechtshandeling vormt. Het werd weliswaar voorgesteld als een louter nieuwsbericht met bijkomende toelichting. Echter, het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 laat bestaande spelers toe om hun stortingslimiet te verhogen tot meer dan 500 euro in de periode van 1 juni 2019 tot en met 1 december 2019. Vanaf 1 januari 2019 kunnen spelers een verhoging van de stortingslimiet van 500 euro vragen met een wachttermijn van 3 dagen. Het ‘openbaar standpunt’ van de Kansspelcommissie voert een aantal beperkingen in ten aanzien van bovenstaande wettelijke bepalingen. Deze beperkingen creëren eveneens rechtsgevolgen en berokkenen hen een onmiddellijk en rechtstreeks nadeel. Het deel van het gestorte bedrag boven 500 euro moet onmiddellijk worden teruggestort. Een verhoging naar een bedrag boven de 500 euro kan worden toegekend, tenzij de speler bekendstaat als wanbetaler. Aangezien er momenteel geen informatiesysteem is, wordt ervan uitgegaan dat de houders van de aanvullende vergunning de limiet van 500 euro op hun eigen website moeten aanpassen. De verzoekende partijen poneren dat zij er van uitgingen dat voormelde regeling enkel gold ten aanzien van spelers die niet hun stortingslimiet rechtsgeldig hadden verhoogd tussen 1 juni 2019 en 1 december 2019, aangezien deze groep van spelers hoe dan ook meer dan 500 euro kon opladen op hun respectievelijke spelersrekeningen. Het ‘openbaar standpunt’ laat uitschijnen dat vergunninghouders ervoor moeten zorgen dat spelers per week meer dan 500 euro kunnen opladen. Het bestreden bericht legt strengere beperkingen op dan in het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 en het ‘openbaar standpunt’. Zo wordt als nieuwe regel opgelegd dat spelers maximaal 500 euro kunnen opladen op hun online speelrekeningen per individuele speler en over alle vergunde websites heen. Het bestreden bericht legt een absolute stortingslimiet van 500 euro op. Tevens VII-40.789-8/14 wordt een sanctie in het vooruitzicht gesteld als een kansspeloperator zich niet aan de limiet van 500 euro houdt. 5. De verwerende partijen werpen op dat de bestreden “beslissing” louter een mededeling is die geen rechtsregels toevoegt aan het koninklijk besluit van 25 oktober 2018. Evenmin heeft de Kansspelcommissie de bedoeling om een verplichtend karakter te geven aan deze mededeling. Het ‘openbaar standpunt’ stelt dat vergunninghouders moeten “voorkomen dat spelers per week niet meer dan 500 euro kunnen opladen”. Volgens de verwerende partijen komen de verzoekende partijen op grond van een foutieve redenering tot de conclusie dat de bestreden mededeling strengere beperkingen zou opleggen. 6. De verzoekende partijen repliceren dat de kwalificatie die aan het bestreden akte gegeven wordt, niet relevant is. Er moet namelijk in concreto worden onderzocht of die akte wijzigingen aanbrengt in een bestaande rechtsregel. Op dat vlak laat het bestreden bericht volgens de verzoekende partijen aan duidelijkheid niet te wensen over:
- a)er geldt een verplichte stortingslimiet van maximaal 500 euro per week, per individuele speler en over alle vergunde websites heen,
- b)spelers kunnen (en mogen) niet meer dan 500 euro opladen op hun online speelrekeningen,
- c)het is momenteel niet mogelijk om een verhoging van deze stortingslimiet toe te staan en dit zou pas later mogelijk zijn, en
- d)als de kansspeloperatoren zich niet aan de stortingslimiet van 500 euro houden, deze het bedrag onmiddellijk moeten terugstorten aan de benadeelden. De verzoekende partijen besluiten dat zij niet inzien hoe bovenstaande rechtsregels reeds vervat zouden zijn in het koninklijk besluit van 25 oktober 2018. Beoordeling 7. Een vordering tot schorsing is een accessorium van een beroep tot nietigverklaring. Indien zou blijken dat de Raad van State niet tot nietigverklaring kan overgaan omdat het niet om een aanvechtbare administratieve VII-40.789-9/14 rechtshandeling gaat, kan evenmin een accessoire vordering als de voorliggende vordering tot schorsing worden ingewilligd. 8. Een beroep tot nietigverklaring moet krachtens artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een administratieve rechtshandeling tot voorwerp hebben. Onder rechtshandeling in de zin van de voormelde bepaling dient te worden verstaan een handeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen te doen ontstaan of te beletten dat zij tot stand komen, met andere woorden waarbij wordt beoogd wijzigingen aan te brengen in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand, dan wel zodanige wijziging te beletten. De bestuurshandeling moet de rechtzoekende uit zichzelf onmiddellijk en effectief kunnen benadelen. 9. Daargelaten de vraag of het ‘openbaar standpunt’, zoals op 23 januari 2020 bekendgemaakt op de website van de Kansspelcommissie, nieuwe rechtsregels toevoegt aan of afbreuk doet aan de artikelen 6 en 13 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018, wordt vastgesteld dat het op 6 april 2020 bekendgemaakte bericht op de dezelfde website -voorwerp van voorliggende vordering- enkel informatie bevat die specifiek gericht is tot de doelgroep van de spelers waarbij zij op beknopte wijze en in duidelijke bewoordingen worden ingelicht over bepaalde aspecten van de kansspelwetgeving die reeds in het ‘openbaar standpunt’ aan bod zijn gekomen. 9.1. De vermeldingen in het nieuwsbericht van 6 april 2020 dat “u [a]ls speler […] per week maximaal 500 euro [mag] opladen op uw online speelrekeningen”, “[d]eze limiet geldt per individuele speler en over alle vergunde websites heen” wat “betekent dat u vandaag niet meer dan 500 EUR kunt opladen per kansspelwebsite” en “[d]eze maatregel [er] is […] om de spelers te beschermen”, zijn niet meer dan een uiting van de in artikel 6, § 1, 1°, a), van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 vermelde speellimiet van 500 euro. Een uiting is niet van aard iets te wijzigen of toe te voegen aan de bestaande rechtsorde. VII-40.789-10/14 9.2. De mededeling in het nieuwsbericht dat het “[m]omenteel […] niet mogelijk [is] om een verhoging van deze limiet toe te staan”, is een loutere weergave van het ‘openbaar standpunt’ van de Kansspelcommissie met betrekking tot de “[v]oorlopige situatie in afwachting van een informatiesysteem”. Het ‘openbaar standpunt’ stelt hierover: “Deze bepaling [lees: artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018] is reeds in werking getreden, maar er bestaat momenteel geen informatiesysteem dat de stortingen van alle spelers bijhoudt en aftoetst aan een stortingslimiet op centraal niveau. In afwachting van een dergelijk systeem, passen de houders van een aanvullende vergunning de limiet van 500 euro toe op hun eigen website. De houders van een vergunning zijn er dus toe gehouden om te voorkomen dat spelers per week niet meer dan 500 euro kunnen opladen op hun spelersrekening. Spelers kunnen deze limiet met onmiddellijke ingang verlagen”. De zienswijze van de verzoekende partijen dat de voorlopige regeling in het ‘openbaar standpunt’ inhoudt dat wie zijn limiet nog niet heeft verhoogd, dit niet langer kan doen, maar dat de spelers die hun limiet wel hadden verhoogd, verder binnen die zelf gekozen limiet kunnen spelen, wordt in de huidige stand van het geding niet bijgetreden. De voorlopige regeling maakt immers geen onderscheid tussen de spelers die de speellimiet van 500 euro reeds hebben verhoogd en zij die dit niet hebben gedaan. Er wordt in het ‘openbaar standpunt’ zonder meer gewag gemaakt van een speellimiet van 500 euro. Bijgevolg moet aangenomen worden dat er voor een bepaalde categorie van spelers geen mogelijkheid bestaat om boven deze algemene limiet te gaan. Op dit punt geeft de bestreden mededeling enkel het ‘openbaar standpunt’ weer zonder er iets aan toe te voegen. 9.3. De vermeldingen in de bestreden mededeling met betrekking tot de mogelijkheid om via de kansspelwebsite een verlaging van de speellimiet te vragen die steeds wordt toegekend en onmiddellijk van toepassing is, komen neer op een parafrase van de in artikel 6, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 vermelde mogelijkheid om de stortingslimiet te verlagen. Zoals in VII-40.789-11/14 het verslag aan de Koning bij deze bepaling stelt, “[…] kunnen [de spelers] die limieten verlagen met onmiddellijke ingang”. De bewoordingen van de bestreden mededeling wijzigen de bestaande rechtsorde niet en voegen er evenmin nieuwe rechtsregels aan toe. 9.4. In zoverre in de bestreden mededeling wordt gesteld dat “[u] […] later dan nog steeds [kunt] aanvragen om uw limiet aan te passen tot maximaal 500 EUR” en “[e]en verhoging wordt toegepast vanaf drie dagen na de aanvraag ervan”, gaat het opnieuw om de weergave van de in artikel 6, § 1, 1°, a), van het koninklijk besluit van 25 oktober 2018 vastgestelde speellimiet van 500 euro, aangevuld met de opvatting weergegeven in het ‘openbaar standpunt’. Deze alinea van de bestreden mededeling strekt er evenmin toe iets te wijzigen of toe te voegen aan de bestaande rechtsorde. 9.5. Tot slot vermeldt de bestreden mededeling het volgende: “Mocht een kansspeloperator zich niet houden aan deze wettelijke limieten, dan kunt u ons dat melden via info@gamingcommission.be. Als u effectief werd benadeeld, dan moet het bedrag onmiddellijk worden teruggestort. De Kansspelcommissie kan onder meer overgaan tot het sanctioneren van de vergunninghouders die zich niet houden aan de wettelijke regels”. De in de eerste zin vermelde mogelijkheid via e-mail aan de Kansspelcommissie te melden dat een kansspeloperator de speellimiet niet respecteert, wijzigt de rechtstoestand van de kansspeloperator niet. Niets belet immers -en daarvoor is zelfs geen nieuwsbericht nodig- dat een speler bepaalde zaken aan de Kansspelcommissie signaleert met betrekking tot de naleving van de kansspelwetgeving of de toepassing ervan in de praktijk. De tweede zin herinnert aan het ‘openbaar standpunt’ waar wordt gesteld: “Indien slechts een deel van het gestorte bedrag de limiet te boven gaat, wordt het bedrag dat de limiet te boven gaat onmiddellijk teruggestort. Als een gedeeltelijke terugstorting niet mogelijk is, wordt het gehele bedrag teruggestort”. Aangezien de limiet niet mag worden overschreden, dient het bedrag dat de limiet overschrijdt, te worden teruggestort. VII-40.789-12/14 Elke andere lezing zou ingaan tegen de betekenis van een stortingslimiet. Tot slot is de laatste zin niet meer dan een herinnering aan de wettelijke opdracht van de Kansspelcommissie om toe te zien op de naleving van de kansspelwet en haar uitvoeringsbesluiten. 10. Om voormelde redenen wordt besloten dat de bestreden mededeling -anders dan wat de verzoekende partijen voorhouden- geen wijzigingen aanbrengt in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand. Het voorwerp van voorliggende vordering vormt dan ook geen voor de Raad van State aanvechtbare administratieve rechtshandeling. 11. De exceptie van de verwerende partijen vertoont de vereiste ernst om in de huidige stand van de procedure te worden aangenomen. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 1800 euro, elk voor een negende, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partijen. VII-40.789-13/14 Dit arrest is uitgesproken op elf mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.789-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.527 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.229 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div