id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.551 Rolnummer: A. 229490/XII-8827 Zaak: Arrest 247551 - Overheidsopdrachten - 14/05/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-14 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-26 03:29 Fiche Arrest nr 247.551 van 14 mei 2020 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 247.551 van 14 mei 2020 in de zaak A. 229.490/XII-8827 In zake: de NV DELIMEAL gevestigd te 2530 Boechout Victor Heylenlei 41 tegen: de CVBA VLOTTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser, Rozanne Vander Hulst en Saul Janssens kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 november 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing die genomen werd door de organisatie Vlotter CVBA in de overheidsopdracht ‘Aankoop van maaltijden geleverd aan huis 201904/MAH – een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking’”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 246.174 van 26 november 2019 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 28 november 2019 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. XII-8827-1/3 Op 29 januari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XII-8827-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken op veertien mei tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8827-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.551 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.174 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div